Archief | roddelrubriek RSS feed for this section

Ik heb geen vrienden en daar ben ik blij om!

4 Feb

Gelukkig heb ik wel één goede vriend, zeg maar een héél goede vriend, een boezemvriend als het ware, en dat mag je heel letterlijk nemen.  Regelmatig druk ik hem immers tegen mijn boezem, duik ik ongegeneerd met hem in bed. Op den duur kwam dat zoveel voor dat we beslist hebben om te trouwen.  Dat is nu ongeveer 15 jaar geleden!  Verder heb ik ook nog veel kennissen, enkele goede kameraden en ook enkele goede vriendinnen, waarvan twee overspelige.  Laat bij dit  laatste nu net het schoentje wringen.

Al mijn vriendinnen hebben net als ik een stabiele relatie.  Regelmatig vragen we ons verwonderd af hoe de statistieken aan de hoge echtscheidingspercentages komen.  Alleszins niet bij ons.  2012 lijkt echter het jaar van de ommekeer.

Het begon al met oudjaar zelf.  Mijn man, de kinderen en ik brachten oudejaarsavond door bij een bevriend koppel en hun kinderen.  Traditiegetrouw zouden we er blijven overnachten. Laat ik hen gemakshalve An en Stef noemen.  Ik ken An sedert de humaniora. Omdat zij een jaartje bleef plakken, van school veranderde en ik ging verder studeren, waren we elkaar wat uit het oog verloren.  Maar door een toevallige ontmoeting, enkele maanden voor hun huwelijk en de daaropvolgende uitnodiging om naar hun trouwfeest te komen, werd de draad terug opgepakt.  We begonnen vaker met elkaar af te spreken, kregen ongeveer rond dezelfde periode elk twee kinderen.  Kortom, we hadden het gezellig samen.

In de loop der jaren leerde ik An beter kennen.  Ze had nogal een sterke persoonlijkheid – laat ik het hier positief benoemen – en ik ging gaandeweg meer sympathie voelen voor haar man, die er alles voor deed om zijn vrouwtje en kinderen gelukkig te maken.  Al dan niet toevallig hadden we in 2011 geen enkele keer afgesproken, maar we zouden wel samen nieuwjaar vieren.  Mijn man vond dat een beetje vreemd, maar ik zag er geen graten in. Alleszins zeker stof genoeg  om bij te kletsen. An had het, zoals gewoonlijk, weer heel gezellig gemaakt en alles voelde heel vertrouwd aan.  Jammer genoeg had ze last van buikkrampen, waardoor ze  regelmatig en langdurig op de pot verbleef. Eveneens jammer genoeg was ikzelf vergeten om tijdig een allergiepilleke te nemen met alle gevolgen vandien.  Het koppel had onlangs immers twee  katten aangeschaft. Ik ben dol op poezebeesten, maar helaas bezorgen ze me nogal graag kortademigheid.  Dat was ook de reden waarom we om drie uur ’s nachts beslisten om toch naar huis te gaan. ’s Anderendaags belde ik An even op om haar te bedanken voor de gezellige avond.

Een week later vernam ik van een collega op het werk, die de moeder van Stef vrij goed kent, dat het koppel zou gaan scheiden. Ze hadden deze beslissing na nieuwjaar kenbaar gemaakt in hun familie.  Het kwam aan als een donderslag bij heldere hemel.  Ik kon het niet geloven, temeer omdat ik niets gewaar geworden was en mijn man ook niet.  Ik liet het het dagje bezinken en ’s anderendaags belde ik An opnieuw op.  Het bleek waar te zijn, ze had nog niet de juiste timing gevonden om het me te zeggen.  Ze vertelde me dat Stef drie jaar eerder een depressie had gehad.  Opnieuw kwam ik uit de lucht gevallen en benoemde dit ook. “Klopt’, ging ze verder “omdat hij beschaamd was, mocht ik er met niemand over praten.”  Ze vertelde hoe Stef haar steeds verder wegduwde en hoe zij haar toevlucht zocht in computerspelletjes.  Op die manier leerde ze een man kennen, met wie ze het goed kon vinden.  Eerst oppervlakkig, maar gaandeweg werden hun chatsessies diepgaander.  Ze begonnen in real life af te spreken en dit ontaardde – dit is mijn woordkeuze, niet de hare – in een affaire.  Toen haar man dit ontdekte, beloofde ze hem om de liefdesrelatie stop te zetten, maar de vriendschap wou ze kost wat kost behouden. Samen met haar man ging ze in relatietherapie. Ze bleef afspreken met haar ex-minnaar, als vriend – met medeweten van haar man – en uiteindelijk moest ze toegeven dat ze nog steeds dolverliefd was op hem.  “Had je trouwens niet gemerkt dat Stef en ik elkaar niet onmiddellijk ‘gelukkig nieuwjaar’ zoenden?” “Jawel, maar ik dacht dat je op dat ogenblik op de pot zat met diarree.” Madame bleek echter telkens zo lang op de pot te vertoeven om te sms’en met haar minnaar. Ik was in shock, vooral omdat ze geen goed woord meer overhad voor Stef. De therapie had niets afgedaan, dat kweet ze echter vooral aan zichzelf, ze was onvoldoende gemotiveerd. Ondertussen had Stef ook een assertiviteitscursus gevolgd. En dit had allesbehalve een gunstig effect op hem, vond ze.  Zal wel zijn!

Drie weken later speelt zich bij een ander bevriend koppel een soortgelijk drama af.  Oorspronkelijk was het niet mijn bedoeling om hier over deze affaires uit te weiden.  Daarom had ik me aanvankelijk beperkt tot het schrijven van de aanverwante tekst “Doe mij maar de dagdagelijkse sleur”, omdat het overduidelijk is dat mijn vriendinnen hieraan willen ontsnappen en ik voor mezelf tot de slotsom kwam dat ik deze behoefte niet heb.  Maar doordat er op zo een korte termijn een tweede situatie, die me een beetje doet denken aan de beklijvende film ‘Unfaithful’ – daarom noem ik deze vrienden, zoals de hoofdrolspelers, Ed en Connie – opduikt, beheerst het thema momenteel mijn leven en kan ik niet anders dan het van me afschrijven.

De voorvallen vertonen enkele overeenkomsten en doen me enkele conclusies trekken.  Ik weet het beste lezer, dat is een delicate kwestie, temeer omdat ik me niet partijloos opstel. Dat zou niet mogen als hulpverlener, I know, maar ik ben hier geen hulpverlener, ik sta er te dicht bij,  ik ben er zo ondersteboven van. Ik had nog eerder een breuk verwacht bij Nicole en Hugo dan bij mijn vrienden!

An en Connie hebben beiden een schat van een man, die het absoluut niet verdient om bedrogen te worden.  Beide mannen zijn zelfs bereid om hen hun misstap te vergeven en niet alleen uit financiële overwegingen of in functie van de kinderen, maar omdat ze – ondanks alles- hun vrouw graag zien. Daarom, beste lezer, – vergeef me mijn gebrek aan onpartijdigheid en inlevingsvermogen ten opzichte van mijn vriendinnen – zou ik ze beiden graag een schop onder -hun gat geven.

Bovendien hebben beide dames een nieuwe man en daar zijn ze altijd heel content mee geweest.  Stef en Ed zijn zeker niet te beroerd om een  handje toe te steken in het huishouden, ze zijn beiden fantastische, héél betrokken vaders en hebben veel positieve aandacht voor hun partner. Ik kan aannemen dat dit bij Stef niet het geval was tijdens zijn depressie, maar de rekening die hij hiervoor gepresenteerd krijgt, vind ik buitensporig hoog. Ed weet zelfs niet eens waarom hij een rekening krijgt.  Straffer nog, Connie weet het zelf ook niet.  Zelf kom ik tot de conclusie dat ik heel blij ben met mijn nieuwe man – jawel, ik heb er ook eentje – en vooralsnog geen reden heb om hem in te ruilen voor een nog nieuwere.  Deze moest maar eens minder nieuw zijn dan dat hij eruit ziet. Ik vrees dat mijn vriendinnen op dit vlak zelf bedrogen gaan uitkomen.

Men zegt dat liefde blind maakt. Ik kan alleen maar concluderen dat verliefdheid veel blinder maakt. Niet alleen blind, maar ook egocentrisch.  Daarenboven lijken An en Connie verslaafd aan hun nieuwe partner.  Ze hebben geen oog meer voor hun wettelijke wederhelft, noch voor hun eigen broedsel.  Net zoals een drugverslaafde liegen en bedriegen ze elkeen, vooral hen die hen nauw aan het hart liggen, om hun verslaving in stand te houden. Daarnaast zijn ze verstoken van alle redelijkheid. Ik durf niet hardop beweren dat dit me nooit kan overkomen, maar ik heb een ingebouwde rem en ik hoop dat ik – als ze niet meer zou werken – genoeg bij mijn zinnen zal zijn om aan de noodrem te trekken.

Dit leidt me trouwens tot de titel van dit schrijfsel, die verwijst naar mijn overtuiging dat vriendschap tussen mannen en vrouwen niet mogelijk is, tenzij in een liefdesrelatie.  An en Connie zijn levende bewijzen van mijn stelling. Al dan niet bewust houd ik mijn contacten met mannen veel oppervlakkiger dan deze met vrouwen.  Misschien komt dat ook door het feit dat ik, tot en met het middelbaar, mijn schooltijd enkel tussen meisjes heb doorgebracht en hierdoor niet geleerd heb om met jongens om te gaan.  Zelfs nu nog heb ik daar moeite mee. In vreemd gezelschap zal ik altijd gemakkelijker het gezelschap zoeken van vrouwen dan van mannen.  De laatste jaren heb ik ontdekt dat omgaan met mannen ook leuk kan zijn.  Toch is het anders. Hoe je het draait en keert, er blijft dat sekseverschil wat soms leidt tot plezierige woorduitwisselingen.  Je kan dat flirten noemen, maar het is veel onschuldiger dan dat.  Ach, zo lang als je het kameraadschappelijk houdt, is er niets aan de hand.  Buiten mijn partner heb ik dus geen enkele vriend, doch enkel enkele vriendinnen.

Al hebben de recente gebeurtenissen mij ook wel doen nadenken over mijn vriendschap met de dames in kwestie.  Ik heb het zo moeilijk met hun gedrag, dat ik deze vriendschap in vraag begin te stellen.  Niet alleen in de zin van dat ik eraan twijfel of ik nog wel bevriend wil zijn met hen, maar veeleer of ik wel een goede vriendin ben voor hen. Ik vrees voor dit laatste, want een echte vriendin neem je volledig zoals ze is, met al haar hebbelijkheden en onhebbelijkheden en een eventuele misstap wordt met de mantel der vriendschap bedekt.   Ik stel vast dat vriendschap voor mij toch veel voorwaardelijker is dan dat ik ooit gedacht had.  Waarschijnlijk heeft dit dan weer mee te maken met mijn aangeboren aard om, zonder uitzondering, steeds te sympathiseren met de underdog (hier, de bedrogen mannen).  Nu ik van de eerste shock bekomen ben, denk ik dat ik met Connie wel bevriend kan blijven.  Met An ligt dit moeilijker.  Dat ze haar man emotioneel de dieperik heeft ingeduwd zou ik haar eventueel nog kunnen vergeven, ervan uitgaande dat dit niet haar opzet was.  Maar dat ze nu ook nog financieel het onderste uit de kan wil halen, vind ik er zwaar over. Mensen zonder geweten, daar moet ik weinig van weten.

Tenslotte wil ik dit lange epistel beëindigen met een positieve noot.  Ik heb de relaties van mijn vriendinnen en mezelf altijd vanzelfsprekend gevonden.  Als deze vanzelfsprekendheid dan bij enkelen van hen plots doorbroken wordt, is het nogal vanzelfsprekend dat je de vanzelfsprekendheid van je eigen relatie in vraag stelt. Toch kwamen we als vanzelf tot de volgende conclusie : de vanzelfsprekendheid van onze relatie is alleen maar toegenomen. En we beseffen maar al te goed dat dit niet zo vanzelfsprekend is!

Poesen en Clooten

14 Dec

Roddelen.  Sta me toe om een tikkeltje omgekeerd seksistisch te zijn: ik vrees dat dit toch vooral een vrouwelijke aangelegenheid betreft.  Alhoewel?  Sommige mannen kunnen er ook wat van. Als ik de fabrieksverhalen van mijn echtgenoot hoor, zou ik denken dat hij als enigste vent tussen de wijven werkt. Toegegeven, ik ben de laatste om te beweren dat ik er nooit aan meedoe, maar over het algemeen probeer ik toch te spreken in eer en geweten. Als ik me trouwens al eens begeef aan een roddel, ben ik meestal zo fair om mijn toehoorder er attent op te maken.

Sommige roddels zijn zo hardnekkig dat ze een eigen leven gaan leiden. Zo circuleerde er tijdens mijn tweede zwangerschap een onwaarschijnlijke roddel over mijn gynaecoloog.  Het was zo een belachelijk verhaal, dat je je niet kan voorstellen dat er überhaupt mensen bestaan die erin meegaan.   Men beweerde immers dat de brave man zich wou laten ombouwen tot vrouw.  ‘Geloof ik niets van,’ zei ik, toen ik dit praatje voor het eerst hoorde.  ‘Ik zou wel kunnen geloven dat hij homo is,’ voegde ik er niet al te netjes aan toe. Omdat ik destijds regelmatig bij hem op consultatie moest, sprak nagenoeg iedereen me erop aan. ‘En toch is het waar,’ stelde ook mijn schoonmoeder.  ‘Want…’ ze hield een korte pauze om haar stelling kracht bij te zetten ‘…op de Landelijke Gilden hebben ze het gezegd!’ Ik proestte het uit. Alsof hiermee het wetenschappelijk bewijs geleverd is. ‘Hij is al met een hormonenkuur bezig’ kreeg ik van anderen te horen.
De bewering dat deze geslachtsverandering in het ziekenhuis zelfs schriftelijk werd aangekondigd via een affiche tegen de wachtkamermuur, sloeg werkelijk alles. Meteen sloeg mijn fantasie op hol om een geschikte tekst te verzinnen.

Onze gynaecoloog knijpt er even tussen uit

als hij wederkeert, is het zonder fluit

Doch voorzien van borsten en spleet

is hij als vrouw zo goed als compleet

Echter… jamais zal hij zijn cliënteel volledig evenaren

want zij…

zij kan geen kinderen baren.
Ook mijn hoogbejaarde buurvrouw, Jeanneke, maakte het bont.  Ze is zo een type dat leeft van en voor de roddels.  Ik zie haar zo nog binnenkomen bij de kapster. Dat beeld, die film als het ware, staat op mijn netvlies gebrand.  Met een grijns op haar gezicht stevent ze me voorbij, zo snel als haar oude benen haar kunnen dragen en me volledig negerend, recht op een ander oud besje af. Vervolgens loopt ze af als een wekker. “Vreselijk, hè, van Lieske.  Maar ik kan het toch wel begrijpen, wat dat mens al allemaal heeft meegemaakt vanzeleven…”  Je ziet hoe ze geniet van het feit dat er iemand in haar kennissenkring zelfmoord heeft gepleegd en ze zowel de lugubere details van dit voorval als de turbulente levensloop van het slachtoffer uit de doeken kan doen. Wat had ik graag hardhandig de voldane grijns van haar gerimpelde smoel geveegd, maar uiteraard hield ik me in.  Je kan je dus wel voorstellen dat de roddel over mijn gynaecoloog, dokter Poesen – een toepasselijke naam die ik, hier en nu, verzin – een kolfje is naar haar beverige hand.

Al dan niet toevallig stond Jeanneke buiten toen mijn man en ik van een consultatie bij dokter Poesen terugkwamen.  Omdat we even later nog weg moesten, hadden de auto voor onze brievenbus geparkeerd en konden we haar niet negeren zonder grof te zijn.  We hoopten er met een knikje vanaf te komen, maar dat was buiten de waard gerekend. “Alles goed?” informeerde ze quasi belangstellend, ondertussen gebarend op mijn bolle buik.  “Ja, ja, alles in orde, we komen net terug van de gynaecoloog.”  Ik had deze laatste zin nog maar net uitgesproken of ik kon mijn tong wel afbijten.  Ze wist bij wie ik in behandeling was.  Nu had ik de deur naar de roddelkamer wijd opengezet.

“Weet je wat de kaarters beweren?” vroeg Jeanneke op een geheimzinnig achterbaks toontje.  Ik had geen zin om haar spelletje mee te spelen, zoals je bij een kind doet dat je een  mopje wil vertellen dat je eigenlijk al duizend keer gehoord hebt. “Ja, ik heb die roddels ook gehoord,” benadrukte ik uitdrukkelijk het cursieve woordje. “Allemaal onzin” en wijselijk verzweeg ik dat mijn man en ik onderweg lacherig gedaan hadden over het feit dat dokter Poesen ineens geen snor meer had. “Ik heb mijn tweede afspraak bij die viezerik afgezegd.  Geen denken aan dat ik die vent nog eens aan mijn lijf laat komen.”  Eerder had ze me toevertrouwd dat ze haar ‘water’ niet meer kon ophouden ingevolge een verzakking van baarmoeder en blaas.  Ik wou haar nog zeggen dat het niet verstandig was om haar afspraak te annuleren, maar haar telefoon rinkelde en ze haastte zich naar binnen, zo goed als zeker op weg naar een nieuwe roddel.

“Kijk daar!” Mijn man wees naar de grassprietjes waarboven zij juist gestaan had.  Ze waren lichtjes beneveld.
Enkele maanden later wierf het ziekenhuis een vrouwelijke vrouwenarts aan.  Ook dokter Poesen blééf, zowel in dienst als bij zijn oorsponkelijke geslacht.  Maar goed ook, want volgens mijn man zou hij als vrouwmens aartslelijk zijn door de uitgesproken ronde vorm van zijn uitgesproken dikke, licht kalende kop.  De nieuwe aanwinst, dokter Clooten – sorry voor het woordgebruik, maar ik kon het niet laten om opnieuw een amusante naam te verzinnen – bleek zijn schoonzus te zijn.  Leidde deze nauwe familierelatie tot de ongebruikelijke geslachtsverwarring? Hoe dan ook, na de indiensttreding van dr. Clooten en ettelijke geboortes later stierf de roddel over dr. Poesen een langzame dood.

Hoe het mijn buurvrouw verging?  Ook goed.  Godzijdank kreeg zij een hartinfarct.  Zij diende geopereerd te worden, doch dankzij de goede communicatie van dokter Poesen werd terzelfdertijd haar overrijpe vrouwenhandeltje opgetrokken.  Vanaf dan was het gras niet meer groener aan de overkant.  Tot onze grote opluchting herstelde Jeanneke volledig en werd zij helemaal terug haar oude vertrouwde wauwelende zelf. Ge-lukkig, want wie zou mij anders de laatste smeuïge dorpsnieuwtjes kunnen vertellen?!