Archief | opvoed(on)kunde RSS feed for this section

vragen versus bevelen

29 Dec

Af en toe vraag ik mijn dochter (tweede jaar haarzorg, vierde middelbaar) om mijn haar te föhnen. Oefening baart kunst, nietwaar? Tot haar ergernis ben ik gezegend met dik en veel haar, bovendien voorzien van een flinke weerborstel, waardoor een rechte pony voor mij een utopie is. Moeilijk haar om te drogen, heb ik mijn echte kapster mij laten vertellen. Dus iedere keer als dochterlief mijn haren föhnt, krijg ik dat op mijn brood. Ik heb haar al laten verstaan dat het een kapster niet betaamt om onophoudelijk te klagen over het soort haar van haar klant, maar dat werkt niet.  Eén keer wou ze zelfs het mes in het varken laten steken en liet ze me bijna met een half droge en half natte coupe naar een feest vertrekken. Gelukkig kon ik haar toch tot rede brengen. “Hopelijk ga je later zo niet tekeer tegen je echte klanten,” moet ik telkenmale zeggen. Het antwoordt luidt steevast “maar dat is anders.”

Het is een schatje, onze jongste. En ze heeft recht op haar puberteit. Al twee jaar op rij krijgen we op school te horen hoe aangenaam en beleefd ze is. Deze keer was dat niet anders. Op het rapport stond vermeld: Je bent een beleefde en gemotiveerde leerling. Het is aangenaam om aan jou les te geven.  De volgende lijn, deze waarop de aandachtspunten vermeld worden, bleef blanco. De klassenraad had geen negatieve punten kunnen bedenken.

Al twee jaar op rij komen mijn man en ik glunderend terug van de rapportbesprekingen, zowel bij de jongste als bij de oudste. Niet alleen op schools vlak – ze zitten beiden duidelijk op de juiste richting – maar ook wat hun motivatie en houding betreft, is de klastitularis steeds één en al lof. Blijkbaar werpt onze opvoeding vruchten af. Toch deed de oudste me deze keer verschieten. Even ter herinnering: ze zit in het zesde middelbaar kunstonderwijs en krijgt gonbegeleiding voor een autismespectrumstoornis. Zelf vinden we die ‘stoornis’ nogal meevallen. Bovendien heeft ze de laatste jaren al veel bijgeleerd, vooral op sociaal vlak.

Na de rapportbespreking moest Arte nog een werkstukje ophalen in de afgesloten bibliotheek. Hiervoor diende ze eerst langs het secretariaat passeren om de sleutel op te halen. Mijn man en ik liepen met haar mee. Ik betrap me er op dat ik vaak de neiging heb om het woord te doen. Ze is nogal onhandig in die dingen, maar uiteraard help ik haar daar niet mee. Dus beet ik op mijn tong en liet ik haar begaan.

‘Ik moet in de bibliotheek zijn’, sprak ze de secretaresse zonder enige inleiding kordaat en een beetje bozig toe.  Ik schrok. Het kwam nogal bot en onbeleefd over. De secretaresse keek haar vragend aan waarop Arte, na een betekenisvolle blik van mij, verklaarde dat ze  nog een werkstukje had staan in de bibliotheek.  De secretaresse was uitermate vriendelijk, nam totaal geen aanstoot aan haar gedrag en stelde voor om even mee te lopen, wat zo geschiedde.

Achteraf sprak ik Arte aan op haar gedrag: dat het gebruikelijk is om eerst goeiendag te zeggen ipv meteen met de deur in huis te vallen, als je bij mensen komt die je die dag voor de eerste keer ziet, dat het veel beleefder om in een korte inleiding ‘ik zou in de bibliotheek moeten zijn omdat…’ duidelijk te maken wat je wil vragen en vervolgens je concrete vraag in vraagvorm ‘zou ik de sleutel mogen hebben alstublieft?’ te gieten en niet in een onrechtstreeks bevel, zoals zij dat deed. Gelukkig begreep ze wat ik bedoelde. Ik heb inmiddels gemerkt dat ze haar best doet om er rekening mee te houden.

Achteraf heb ik ook beseft dat onze jongste al langer bezig is met de opvoeding van onze oudste. Als Arte naar de jiu-jitsu gaat, is ze verplicht om haar haar in een staart te dragen. Ze is er echter niet zo  handig in om er zelf eentje te maken, dus kwam ze daarvoor bij mij aanzetten. Ik verwees haar door naar Tia, zij is immers de kapster thuis. De eerste keer leverde dat meteen al een conflict op.   Arte kwam dan bij mij klagen dat Tia niet bereid was om een staart te maken. Bleek achteraf dat zij met een elastiekje voor Tia kwam staan en het enige wat ze uitbracht was ‘Staart!’, waarop Tia antwoordde dat ze een staart zou maken op voorwaarde dat het op een fatsoenlijke manier gevraagd werd.

Dat de jongste doorheeft wat goede manieren zijn, wist ik al. Nu even doorvoeren naar mij, als ze mijn haren nog eens ‘mag’ föhnen. Ik ‘beveel’ het nochtans altijd beleefd, zij het met een retorische vraag. 🙂

 

 

fleemles van de barvrouw

1 Okt

Als je lang niets meer van je hebt laten horen slash lezen en als je bovendien niet de intentie heb om de draad met regelmaat terug op te pikken, is het des te moeilijker om een berichtje te posten. Je voelt je haast verplicht om alle voorbije relevante gebeurtenissen neer te pennen.  Dat zijn er echter zoveel dat de goesting om te bloggen je meteen overgaat, dus laat je het maar.

Bij deze zet ik me er overheen en beperk ik me tot deze korte mededeling: iedereen die me dierbaar is, stelt het goed. Ik ben nog steeds gelukkig getrouwd, mijn wederhelft ook en onze kinderen zijn sinds dit jaar allebei een nieuwe richting ingeslagen, een richting die op hun lijf geschreven is.  Tia volgt nu haarzorg. Volgens mij is ze echt geknipt voor deze stiel en Arte verdiept zich in de Vrije en Beeldende Kunsten. Ze wordt op school aanvaard zoals ze is. En vooral dit laatste stemt ons blij.

Toch blijft het zelfs als ouder af en toe moeilijk om haar te aanvaarden zoals ze is, maar we doen ons best.  Zo organiseerden we onlangs een feestje ter gelegenheid van haar zestiende verjaardag. In tegenstelling tot voorgaande jaren was IEDEREEN van de familie (we zijn met 34 in totaal!) voor deze gelegenheid uitgenodigd (op haar verzoek, laat dit duidelijk wezen). Echter geen vriendinnen. Arte heeft inmiddels wel vriendinnen, maar het contact beperkt zich vooral tot de schooluren en ze vindt het dus niet nodig om hen op haar feestje te verzoeken. So be it. Dat ze op een gegeven moment alleen in een hoekje zat te tekenen, terwijl er veel ambiance was, zowel bij de volwassenen als bij de kinderen, ging aan haar voorbij. Zoals gewoonlijk. En zoals gewoonlijk lieten we haar, uit respect voor wie ze is, haar gang gaan.

Toen Arte zes jaar was, beweerde ze stellig dat ze later vleermuis wilde worden. Later mocht het ook een vogel zijn. Kunnen vliegen is voor haar immers altijd een grote droom geweest. Dus deden we haar voor haar zestiende verjaardag een doopvlucht met een zweefvliegtuig cadeau. Ze mocht vooraan zitten en de piloot liet haar het vliegtuig besturen. Toen ze terug op de begane grond stonden, straalde Arte als nooit van tevoren. Ook de piloot was razend enthousiast. Tijdens de wachttijd had Arte immers buitengewoon veel interesse in het technische aspect van het hele gebeuren vertoond. Bovendien stelde ze heel relevante, intelligente vragen en imponeerde ze de piloot met de voorkennis die ze had.

Geen wonder dat ze nog meer straalde toen de piloot haar voorstelde om de opleiding te volgen. Blijkbaar mag je hiermee beginnen vanaf de leeftijd van 14 jaar, met de praktijk moet je wel wachten tot 16. Het duurt ongeveer anderhalf jaar om het brevet van piloot te behalen. Qua kostprijs is het geen onoverkomelijke zaak. Als moeder wou ik het het haar zo graag gunnen. Haar vader gaf aan dat het vroeger ook zijn droom was geweest en ik stelde voor om er samen voor te gaan. Toch heeft mijn man enkele praktische bezwaren: het opleidingscentrum ligt niet in de nabije buurt, het vergt een serieuze tijdsinvestering en het is stiekem toch een kostelijke hobby. We gaan er van uit dat het niet gevaarlijk is, maar zoals bij zo vele hobby’s is er altijd wel een zeker risico aan verbonden.

Inmiddels zijn we een weekje verder en vandaag vroeg Arte me of ze van mij de opleiding mag volgen. Ik antwoordde haar dat dit van mij wel mocht, maar dat haar vader het er ook mee eens moet zijn. Toen toonde ik haar hoe ze haar vader moet overtuigen. Ik legde mijn arm rond haar schouder en gaf haar twee zoenen op haar wang (Arte gruwelt daar een beetje van, ze zal dat dus nooit uit zichzelf doen) en sprak op flemende wijze: “Pappaaaaaaaaa…(korte stilte)  Ik zou toch zooooo graag gaan zweefvliegen… En jij ook. Zou het niet leuk zijn als we die opleiding samen gaan volgen. Jij en ik. (korte stilte) Als vader en dochter… dat zou toch tof zijn.” Arte aanhoorde mijn manipulatief praatje en concludeerde: ik moet dus gaan doen zoals een ‘barvrouw’. Ik schoot in een lach omwille van haar vreemde woordkeuze, maar werd me wel bewust van haar perspectief op dergelijk gedrag.

Toen haar vader van zijn werk thuiskwam, wachtte ze het geschikte moment af. Op een gegeven moment haalde haar vader haar een beetje aan, niet te veel, want – zoals inmiddels wel duidelijk zal zijn – is ze daar niet zo van gediend. Doch in plaats van deze ideale gelegenheid aan te grijpen, bleef ze passief zitten toen haar vader haar losliet en naar de keuken trok.  Arte, Tia en ik bevonden ons alledrie nog in de living.  Arte aan de ene kant, achter de laptop, Tia in het midden, op de zetel en ik aan de andere kant, achter de PC. Ik probeerdes Artes aandacht te trekken en opdat mijn man niets in de gaten zou hebben, gebruikte ik gebarentaal. Ik zoende enkele malen in de lucht en klapwiekte met mijn armen alsof ik vleugels had. “Waar ben je mee bezig, mama?” vroeg Tia verbaasd, maar Arte had de boodschap begrepen. Ze stond op en ging voor haar vader in de keuken staan. Ik vloog recht om te checken of ze mijn les goed begrepen had.

Ze keek hem lief lachend aan en hij had meteen in de smiezen dat er iets ongewoons aan de hand was. “Wat is er?” vroeg hij, maar ze bougeerde niet. Ik probeerde haar nog subtiel richtlijnen te geven, maar ze wou – of kon – ze niet zien. Uiteindelijk vroeg ze hem redelijk sec of ze de opleiding tot zweefvliegtuigpiloot mocht volgen. Mijn man had wel in de gaten dat we onder één hoedje speelden en daarom toonde ik hem wat ik haar geleerd had.

Algemene conclusie: ik ben trots op mijn dochter, die zo puur en weinig manipulatief is… Maar tegelijkertijd baart het me zorgen. Hoe zal ze zich moeten redden in deze maatschappij?

Dat zweefvliegen… dat komt wel in orde. Ik ga er vanuit dat mijn man zijn ‘barvrouw’ niet zal kunnen weerstaan en uiteindelijk capituleert. Wedden?

onpedagogisch mimespel van de mama

9 Apr

Arte (komt uit de hal naar de living gestormd  en informeert me met een expliciet triomfantelijke ondertoon) : Mama, Tia is voor de spiegel aan ’t oefenen hoe ze moet tongkussen.

Tia (brullend op de achtergrond en uit het zicht) : Da’s niet waar!

Arte : Jawel!  Zo doet ze *beweegt haar tong BUITENsmonds heftig heen en weer*

Tia (brullend op de achtergrond en uit het zicht) : Niet waar!

Ondertussen nadert de moeder (ikke dus) het onderwerp van spot.

Ikke (uitermate geïnteresseerd) : Hoe deed je dan precies?  En waarom eigenlijk?

Tia (lichtjes giechelend) : Ik weet niet waarom ik het deed, maar ik deed zo *beweegt haar tong BINNENsmonds achter haar tanden lichtjes heen en weer*

Ikke (opgelucht) : Oh, is het dat maar. Zolang je maar niet zo *beweegt haar heupen ritmisch van voor naar achter en van achter naar voor en herhaalt deze handeling een keer of tien* doet.

Tia (gechoqueerd) : Mamaaaaaaaaaaa!!!

een kinderhand is snel gevuld

5 Jan

Ze is graag hip en als moeder wil ik daar gerust een beetje in meegaan, doch binnen de perken uiteraard.

Modieuze schoenen met hoge hakken – zelfs als die verborgen zitten – horen daar niet bij, een overbodige i-phone evenmin en een andere haarkleur mag ze ook op haar buik schrijven. Wel kreeg ze van sinterklaas – ze is nog niet zo hip dat ze deze traditie wou afschaffen – de biografie van tieneridool Justin Bieber in de schoot geworpen, ondanks het gegeven dat ik absoluut geen fan ben, maar wel zo slinks om haar op deze manier minimaal aan het lezen te krijgen.

Ook voor kerst kon er een klein cadeautje vanaf.  Dit laatste bleek een schot in de roos, want haar dag kon niet meer stuk. Voor nog geen euro was ik gesteld in een winkel waar ge eigenlijk uit moet wegblijven, wegens uitermate verdacht van onfrisse werkomstandigheden bij de uitheemse producent en bovendien afgestemd op een verderfelijke wegwerpmaatschappij. Exact negenennegentig cent kostte de zwarte nepbril die haar de hedendaagse look geeft van een hippe nerd. Terwijl haar nichtjes op kerstdag over het scherm van hun nieuwe tablet gebogen zaten, schoof zij haar gigantische bril met zichtbaar plezier in een gecamoufleerd ingestudeerde beweging schijnbaar achteloos wat hoger op haar gepimpte reukorgaan.

Ze is duidelijk nog een kind en ik hoop dat ze dat ook nog even blijft. Eigenlijk ben ik stiekem trots op haar, omdat zij nog oprecht blij kan zijn met een batterijloos kleinigheidje.

stelling 2 : het leven is geen feest (deel 1)

14 Jun

Mijn partner is een fantastische vader voor onze kinderen. Als ik heel eerlijk ben, moet ik toegeven dat het vaderschap hem beter afgaat dan mij  het moederschap. Hij praat meer met de kinderen, ravot meer met hen en is ook consequenter in het opvoeden.  Bovendien kan hij zichzelf veel beter voor hen wegcijferen dan dat ik dat kan/doe.   Soms ben ik immers nogal op mezelf gericht.  Ik besef dat er veel betere moeders op de wereld rondlopen dan ik, maar ook veel slechtere. Niet erg, het bewijst weeral dat ik een middelmaat ben en voor mij is dat oké.  Trouwens, moeders die steeds willen bewijzen hoe perfect ze zijn in hun moederrol, werken me danig op de zenuwen.

Samen kinderen opvoeden is alleszins geen gemakkelijke opdracht.  Daarom heb ik  een mateloze bewondering voor gescheiden ouders die deze taak samen met een nieuwe partner opnemen en dit niet alleen ten behoeve van hun eigen kinderen.  Elk kind is anders en ik ben ervan overtuigd dat je je kinderen niet volledig hetzelfde kan opvoeden, of ze nu uit dezelfde nest komen of niet.  De basisprincipes blijven uiteraard hetzelfde, maar ieder kind is uniek en vereist bijgevolg een andere aanpak. En welk kind voel je beter aan dan je eigen kind? Geen enkel, dacht ik vroeger, doch hierin schuilt de grootste illusie van het moederschap.

Voor ik moeder werd, had ik een geïdealiseerd beeld van de moeder-kind relatie. Ik dacht dat mijn  kind een soort verlengstuk zou zijn van mezelf, waardoor ik feilloos zou aanvoelen hoe het zich voelt en wat het nodig heeft, een beetje zoals bij een siamese tweeling. Reeds vanaf de eerste kakkebroek besefte ik dat dit bullshit is. Zolang ze zich niet verbaal kunnen uitdrukken, heb je er sowieso het raden naar wat ze nodig hebben. Maar als ze dan eindelijk kunnen praten, neemt dit na een tijdelijke verbetering een diepe duik in de puberteit. Zeker als het een etiketjeskind betreft… Laat ik haar vanaf nu gemakshalve Arte dopen.

Arte heeft veel talenten. Ze is bijzonder creatief, heeft een grote algemene kennis en is emotioneel rijp voor haar leeftijd.  Bovendien is ze aantrekkelijk (ze is immers de blonde versie van haar moeder en haar bescheidenheid heeft ze ook), heeft ze een goed gevoel voor humor en  een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel. Maar ondanks al deze goede eigenschappen slaagt ze er nauwelijks in om vriendschappen aan te knopen.  Vooral met leeftijdsgenoten lukt het niet. Ze heeft absoluut geen voeling met wat er leeft bij andere vijftienjarige meisjes, omdat ze compleet andere interesses heeft. In het eerste middelbaar koos ze als keuzevak hout en metaal. Dit bleek een schot in de roos. Rekening houdend met haar persoonlijkheid en toekomstperspectieven stimuleerden we haar om een technische ‘jongens’richting te volgen, houttechnieken (ze wordt dus schrijnwerker). Ze doet dit graag en met succes. Ze heeft veel technisch inzicht, kan heel nauwkeurig werken en is supergemotiveerd.

Sinds dit schooljaar zit ze op een grote campus. De meisjes waar ze de voorgaande jaren mee optrok zijn naar een andere school gegaan of volgen een andere richting. Deze contacten waren trouwens vrij oppervlakkig en beperkt tot de schooltijd. Met de overgang naar de nieuwe campus werden ze definitief verbroken en moest Arte op zoek naar nieuw gezelschap. Dit bleek geen sinecure. Door als meisje moederziel alleen rond te dolen op een jongensspeelplaats, lokte zij in het begin van het schooljaar al vlug ongewild vervelende reacties uit bij enkele groepjes stoere jongens. Toen deze pesterijen escaleerden, werd er vanuit de school ingegrepen.  Vanaf dan mocht ze tijdens de pauzes binnenblijven om op adem te komen. Het was bedoeld als tijdelijke maatregel totdat zij iemand had gevonden om mee op te trekken tijdens de speeltijden. Arte belandde echter in een vicieuze cirkel waar ze moeilijk uit kan geraken, want tot op heden heeft zij  nog steeds geen gezelschap.

Regelmatig polsten we bij Arte hoe het liep op school. Arte vertelde dan enthousiast over het werkstuk waaraan ze werkte, een playstationkast.  Ook vertelde ze soms over de jongens met wie ze tijdens de lange middagpauze optrok.  In het begin van het schooljaar had een alerte leerkracht immers opgemerkt dat ze niemand had om haar boterhammen samen mee op te eten en hij had haar met succes bij het ‘opruimgroepje’ geïntroduceerd. Tijdens de kleine pauzes bleef zij nog steeds alleen binnen.  Dat verontrustte mij, maar Arte zelf leek er niet zwaar aan te tillen. Ze liep steeds met een brede glimlach rond, waardoor mijn verborgen zorgen van de baan werden geveegd.

Tijdens de paasvakantie had Tia allerlei plannen, een dagje naar Eurodisney met school, een dagje uit met de dansclub, eens afspreken met een vriendinnetjes… Arte daarentegen had geen plannen en haar vader vond dat ze naar de telefoon moest grijpen om met iemand van haar klas af te spreken.  Dit leidde tot zwaar verzet bij Arte, waarin ik haar steunde, wat vervolgens leidde tot een discussie tussen haar vader en mij.  Hij vond immers dat ik het haar te gemakkelijk maakte en ik vond dat hij haar daar niet in mocht forceren. Als ze er niet in slaagt om op school toenadering te zoeken, hoe moet dit dan buiten de schooluren lukken?

Enkele weken later kregen we een mail van coördinator van de leerlingenbegeleidsters, waarin we beiden verzocht werden om met spoed langs te komen om over Arte te praten.  Die avond barstte de bom…

(wordt vervolgd)

verwarring omtrent een k*t(lijn)

2 Feb

Deze morgen tijdens het ontbijt viel mijn oog op de gezinskrant van de Bond. Eigenlijk vind ik dat wel een zinvol veertiendaags weekblad.  Toch kom ik er er zelden aan toe om erin te lezen. Ik overloop het meestal diagonaal en soms vliegt het ook ongelezen verticaal de papiermand in.

Niet deze morgen dus.  Mijn oog viel sinds lang geleden zelfs nog eens op de rebus. Ik zocht en vond een pen die schrijft (geen sinecure in dit huis) en probeerde het tekenraadsel zo snel mogelijk op te lossen.  En dat op nuchtere maag.  Ik overzag de wirwar van tekeningetjes en vulde kriskras hier en daar een woordje in. Toen viel mijn oog op de laatste tekening.

“Moet je nu eens horen,” lichtte ik mijn wederhelft in “de spreuk van de rebus in de Bond eindigt op kut. Dat vind ik straf.” Onmiddellijk had ik zijn onverdeelde aandacht en ook die van onze  kinderen.

“Neen, ik vergis me.  Het kan ook kutlijn zijn,” vervolgde ik en ik verduidelijkte dat er duidelijk een kustlijn (verschillende badplaatsen die met een lijn met elkaar verbonden zijn) getekend stond, waarbij de S diende weggelaten te worden.

Nu was ik pas goed wakker. Of toch nog niet helemaal.

“Scepticisme is de troost van wie lui is, want ze plaatst de onwetende op gelijke voet met de kut(lijn),” las ik luidop voor.

Dat was een filosofische uitspraak* waarover ik wel even moest  nadenken.  Zelfs ook nog toen ik  ontdekte dat het omstreden woord eigenlijk Westende moest zijn.

 

 

*van de Britse filosoof Bertrand Russel! (1872-1970)

make-uptoestanden, slaapwelperikelen en een bad hair day op de koop toe

25 Dec

Onze jongste veroorzaakt flashbacks. Ze smijt me een kwarteeuw terug in de tijd, al was ik toen drie jaar ouder dan zij nu is. Twaalf en een half is ze, klein van gestalte, net geen meter vijftig, maar met uiterlijke kenmerken die erop wijzen dat  ze de kindertijd definitief achter zich gelaten heeft. Al verzekerde ze me onlangs,  met het oog op de komst van de goedheiligman, dat ze tot haar achttiende nog een kind is en dit op zo’n manier dat er geen enkele twijfel over mocht bestaan. Ik liet haar dit schriftelijk bevestigen en vervolgens liet ik deze verklaring registreren bij een bevoegde autoriteit. Wellicht zal betreffend document over enkele jaartjes nog eens van pas komen.

Ze heeft pit, onze bieberfan én humor, al zal ze het niet altijd  als dusdanig bedoelen. Neem bievoorbeeld, de eerste schooldag. Lichtjes gemaquilleerd wou ze ongemerkt het pand verlaten. “Heb je je geschminkt?” vroeg ik belangstellend. Klonk er een kleine veroordeling door in mijn stem? Dat was alleszins niet mijn bedoeling.  Maar ze heeft nu eenmaal een moeder die het zelf liever naturel houdt, die zich niet naakt voelt als ze onopgemaakt het huis verlaat.  Kortom, een moeder die het zeker niet nodig vindt dat haar jonge dochter op een doordeweekse dag chemische troep op haar wimpers strijkt. Op mijn vraagstelling volgde een niet overtuigende neen en vervolgens wendde ze haar gezichtje af.  Mijn pogingen om het toch te zien eindigden in een kat-en-muis spelletje. “Houd er mee op om als een zoemende bij voortdurend om me  heen te draaien”, gebood  mijn dochter me poëtisch en ik staakte tijdelijk de strijd. Even later, toen ik de strijd onverwachts verder zette, verstopte ze haar hoofd tussen twee keukenkastdeurtjes en beloofde ze me plechtig om de make-up te bewaren voor het weekend, een compromis waarmee ze wel kon leven.  Voorlopig toch.

Enkele weekjes later vindt ze het niet nodig om te gaan slapen wanneer ik het haar vraag of , correcter, vriendelijk gebied.  Eigenlijk is het een regel waarover geen discussie hoeft gevoerd te worden, maar dat is buiten de waard gerekend. “Ik ben niet moe,” argumenteert ze “en als ik niet moe ben, kan ik toch niet slapen.” “’s Morgens kan je er anders nooit goed uit, dus is het beter dat je toch op tijd gaat slapen.” “Niet waar”, protesteert ze “en als ik NU moet gaan slapen, sta ik morgen NIET op” neemt ze het laatste woord en vervolgens smasht ze de deur bijna uit haar hengsels. Verbouwereerd om deze onverwachtse heftige reactie blijf ik met de mond vol tanden (inclusief ‘wijsheids’tanden die helaas geen soelaas bieden) achter. De volgende morgen blijft er van haar driftbui niets meer over en lacht ze me kinderlijk schattig toe zodra ik haar wek.

Een maandje later blijft ze ’s morgens abnormaal lang achter in de badkamer.  Als ze eenmaal te voorschijn komt, huilt ze tranen met tuiten. “Er is niets met mijn haar aan te vangen”, antwoordt ze als ik haar vragend aankijk. “Niemand heeft er zo’n stom haar als ik.  Het is zo poezelig, je kan er gewoon niets mee.”  Toegegeven, haar kapsel zit niet zo goed als twee dagen eerder toen ze pas van de kapster terugkwam.  Doch al bij al vind ik het goed heel meevallen, te meer omdat ze daags voordien met een nat hoofd is gaan slapen. Zelf moet ik mijn hoofd onder de kraan steken als ik dat durf te doen.  Vele vrouwen zouden tekenen voor zulk gemakkelijk, glad (zeker niet pluizig) haar, zeker weten.  Ze is echter troosteloos, weigert te ontbijten en wil even later geen muts opzetten, ook al vriest het de stenen uit de grond.  Ik laat haar betijen.

Tja, mijn kleinste meisje wordt groot…

Geloof het of niet, beste bloglezer, maar ik hou van de puberteit.  Bij haar toch. Niet alleen omdat ze me herinnert aan de jongere versie van mezelf, maar vooral omdat proefondervindelijk gebleken is dat later alles goed komt. De puberteit is een fase die je simpelweg doormoet om er later sterker uit te komen.  Ik vind het alleszins een uitdaging om dochter(s)lief hierin te begeleiden.  Veel liever dit dan flesjes opwarmen, pampertjes vervangen en babytalk verkopen.

Laat maar komen, die bad hair days! De figuurlijke knopen en de inhetwildewegspringende lokjes neem ik er graag bij, zelfs al krijg ik haar/hair niet volledig ontward, noch gestyled. Men moet erop durven vertrouwen dat later alles vanzelf terug in de plooi valt. Met dien verstande dat ze er dan ook niet steeds hoeft uit te zien alsof ze pas van de kapster komt.

Niets is immers zo schattig als een onbedwingbaar krulletje…