Archief | mei, 2016

leut, leuter, leutst

3 Mei

Mijn uiterlijk strookt niet met mijn gevoel voor humor.   Ik heb de neiging om nogal boos, of liever streng, te kijken, ook al ben ik het merendeel van de tijd goedgezind en associeer ik mezelf eerder met een zotte doos dan met een zuurpruim.

Gisteren kon er echter meer dan een lachje vanaf. Zelden zo een leut gehad.

Complexloos togen mijn man ik  naar een saunacomplex. Een naaktsauna. Het relaxen deed deugd, veel deugd, temeer omdat we de dag voordien een halve marathon hadden gelopen in Luxemburg. Een aanrader, een puike organisatie bovendien, maar wel een heuse kuitenbijter met al die niveauverschillen.

Op een gegeven ogenblik kozen we ervoor om in de zoutsteensauna te relaxen.  Zo ziet deze er uit. Klik ook op de foto rechtsonder om de binnenkant te aanschouwen, dan hoef ik mijn tijd niet te verspillen aan een omslachtige omschrijving. Alle bankjes waren nagenoeg bezet. Er was nog één plaatsje bovenaan beschikbaar, en één plaatsje beneden. Ik installeerde me beneden, omdat het me niet zo flatterend leek om in mijn evakostuum naar boven te kruipen en liet dat ‘genoegen’ over aan mijn man. “Hoe moet ik boven geraken?” fluisterde hij. “Hierlangs,” gebaarde ik, ervan uitgaand dat hij tussen twee zwetende lijven de onderste bank  als een opstapje zou gebruiken.

Dat was echter buiten de lenigheid van mijn man gerekend, die bijna vijftig is (overmorgen om precies te zijn) en het pezige – lees: schrale – lijf heeft van een marathonloper, die hij overigens niet is, maar dit terzijde.  Hij wierp zijn handdoek handig  over de vrouw die op de onderste trap lag te soezen, twijfelde geen seconde en sprong in één snelle beweging over haar heen zonder haar te raken. Sierlijk als een wild dier. Al ben ik er nog niet over uit welk dat mag zijn. Ik lag beneden en was getuige van dit schouwspel. Was ook getuige van zijn bungelende klokkenspel dat tijdens de sprong iets te enthousiast naar de knappe benedenbuur zwaaide, al was het met een slap handje. Toen ik me onwillekeurig voorstelde wat deze actie betekend had voor de vrouw in kwestie, schoot ik in onbedaarlijke lach. Een lach die al vlug ontaardde in een slappe lach. Die tot ergernis van enkelen en tot vreugde van anderen slechts voor korte tijd wegebde en vervolgens weer aanzwol.  Het beterde er niet op toen ik me even verlegde en mijn billen bijna verbrandde aan een hete zoutsteen.

Ik dacht nooit meer te kunnen stoppen met lachen.

Ten einde raad ben ik luid  grinnikend vertrokken en heb ik de allerheetste sauna uitgekozen om af te koelen.

 

PS Heb ik geen geni(t)ale titel verzonnen?