trots

21 Feb

Mijn ouders mochten/mogen iets meer trots zijn op hun kinderen en dit ook tonen. Ik ben ervan overtuigd dat dat bij jonge kinderen noodzakelijk is voor de opbouw van het zelfvertrouwen, al spelen hierbij natuurlijk ook andere factoren een rol. Van jongsaf aan nam ik me voor om dat anders aan te pakken als ik zelf moeder zou zijn. Gelukkig ben ik niet in de gevaarlijkste valkuil getrapt.

Ken je ze? Die ouders die té trots zijn. Die, bij wijze van spreken, ieder scheetje dat hun kind laat, bejubelen? Verschrikkelijk vind ik dat. Je kweekt er ettertjes mee, kinderen die denken dat de wereld steeds rond hen draait, omdat hun ouders àlles wat ze doen geweldig vinden, waardoor ze, door deze misplaatste trots, hun gevoel voor realiteit verliezen. Je kan het hen niet eens kwalijk kan nemen, maar  het is m.i. even moeilijk bij te stellen als een gebrek aan zelfvertrouwen.

Toch betrap ik me erop, dat ik, in navolging van mijn ouders, mijn fierheid t.a.v. mijn kinderen eigenlijk wat te weinig  uit.

Onlangs ging ik haarverf kopen in een kappersgroothandel. Dochterlief mocht me daarna eens goed onder handen nemen. Toen ik haar echter vroeg om mee te gaan naar de speciaalzaak, kwam er luid protest.  Ik duldde echter geen tegenspraak omdat ik deze uitstap voor haar heel zinvol vond. Dik tegen haar zin ging ze mee.

Bij het afrekenen vroeg het winkelmeisje dat inmiddels begrepen dat Tia op de richting haarzorg zit,  of ze interesse had om op zaterdag in een kapsalon te gaan werken. Tia reageerde meteen enthousiast en kreeg de adresgegevens van de betreffende kapster mee. We besloten om er geen gras over te laten groeien en gingen er meteen langs. Perfecte timing, want de laatste klant verliet net de zaak.

Onderweg had ik Tia duidelijk gemaakt dat het aan haar was om het woord te doen. We spraken af dat ik wel mee naar binnen zou gaan en overliepen wat ze best zou zeggen. Tenslotte is zo’n spontane sollicitatie niet niks voor een vijftienjarige.

Dit verliep goed. De kapster had zeker interesse, alleen had ze ’s voormiddags ook al een kandidate over de vloer gehad, weliswaar iemand van het laatste jaar. Eigenlijk ging haar voorkeur uit naar een jonger iemand, omdat ze die beter kan kneden en langer als hulpje kan houden. Ze had het andere meisje al gevraagd om volgende zaterdag op proef te komen, maar bedacht dat ze dit eventueel nog kon annuleren. We kregen dus de indruk dat het al min of meer in de sacocche was. Daarnaast was ik ervan overtuigd – zonder misplaatste trots – dat dochterlief een goede eerste indruk had nagelaten.  De kapster in kwestie zou iets laten weten. We vernamen ook dat ze enkele weken eerder  aan een vakleerkracht van de school had gevraagd om in het vierde en vijfde jaar te polsen of er iemand interesse had in een weekendjob, maar er was geen reactie op gekomen. Tia gaf aan dat er in haar klas niets gevraagd was.

Maandag hoorde Tia niks en dinsdag vroeg de vakleerkracht of er iemand interesse had om in een kapperszaak weekendwerk te doen. Samen met een ander meisje stak Tia haar hand in de lucht. Het bleek om dezelfde kapperszaak te gaan. Tia liet weten dat ze daar al geweest was en daarom vond de leerkracht het niet meer nodig om haar naam te noteren. Dinsdag hoorde Tia weer niks. Woensdag raadde ik haar aan om zelf nog eens contact op te nemen om duidelijk te laten blijken dat ze nog steeds geïnteresseerd was.

Dat zag ze niet zitten. Volgens haar kwam dat verkeerd over, maar ik verzekerde haar dat het, als ze het goed zou aanpakken, alleen maar in haar voordeel zou spelen. Vervolgens begon Tia allerlei excuses te verzinnen om niet te hoeven bellen. “Kan jij niet bellen?” smeekte ze. “En zeg dan dat ik onder de douche sta.” “Neen, je zal zelf moeten bellen,”volhardde ik, “iemand die met klanten zal moeten omgaan, moet laten zien dat sociale omgang voor haar geen probleem is.” Er ontpopte zich een kleine discussie die ik uiteindelijk won. In overleg met mij schreef Tia op papier wat ze zou zeggen, nam dit blaadje mee naar de telefoon en belde zonder verpinken naar de kapster. De TV stond gewoon op de achtergrond te spelen en met drie huisgenoten bevonden we ons op slechts op een boogscheut van haar af.

Ik was stomverbaasd. Dit was helemaal in tegenstrijd met de voorgaande discussie. Ik had nauwelijks zenuwachtigheid gemerkt. Ze had dat goed gedaan. De kapster verzekerde haar dat ze haar nog zou bellen om af te spreken voor een proefdag. Ik was er niet zo zeker van. Waarom werd er niet meteen een afspraak gemaakt?

Feit is dat ik trots was. Zo trots als een moeder kan zijn. “Ik ben trots op jou”, zei ik “op de eerste plaats omdat je het gedurft hebt, maar ook omdat je dat heel goed gedaan hebt.”

“Weet ik,” zei ze laconiek, “ik ben nu eenmaal goed in bellen.”

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

23 Reacties to “trots”

  1. Sabine 26 februari 2016 bij 3:02 am #

    Ik denk dat mijn ouders dit ook wel iets meer hadden mogen doen. Had vroeger (en nog steeds soms) veel faalangst ook. In Colombia schiet het echt de andere kant op, vreselijk irritant. Het is té. Ik hoop tegen die tijd een balans te kunnen vinden.

    • Joke 27 februari 2016 bij 10:23 am #

      Word je in Colombia de hemel ingeprezen dan of heb je het over anderen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: