zolang het om te lachen blijft…

25 Jan

Anekdote.

Ruim 25 jaar geleden. Mijn broer gaat samenwonen. Afkomstig uit een katholieke nest en wonend in een godvergeten gat was dat 25 jaar geleden geen evidentie. “Wat vindt ge daarvan?” vroeg mijn oom destijds aan mijn vader. “Tja, wat moet ik daarvan vinden?”  Niet bevredigd door het antwoord vervolgde mijn oom “Denkt ge dat ze bij elkaar slapen?” “Daar durf ik mijn hand voor in de stoof te steken dat dat niet het geval is,” repliceerde mijn vader met volle overtuiging. “Ja maar, die kachel is uit” protesteerde mijn oom. “Net daarom!”

Enkele jaren geleden werd bij mijn vader de ziekte met de grote A (Alzheimer) vastgesteld. Zoals eigen aan de ziekte grijpt hij vaak terug naar het verleden. Dat heeft hij eigenlijk altijd al gedaan, hij is nogal een nostalgicus. Bovendien  is hij een geboren verteller, doch de laatste jaren vindt hij zijn woorden steeds moeilijker. Onder andere daaraan hebben we gemerkt dat er wat aan de hand was.

Onlangs herhaalde hij de anekdote, die we natuurlijk allemaal al kennen. “Toen onze Laurens ging samenwonen, wou Jaak weten wat ik ervan vond.” “Tja, wat moet ik daarvan vinden?” antwoordde ik. “Zouden ze samen slapen?” vroeg Jaak. “Daar steek ik mijn vrouw voor in de stoof dat dat niet het geval is.”

Hij rondt zijn verhaal af en  ondertussen zitten mijn moeder en ik  onderling te gniffelen. “Ge staat er kwaad op, mama, zo in de stoof belanden.”  “Ja, ik denk het ook”.  We zien er de humor wel van in. Amper een half uur later krijgen we de juiste versie te horen.

Vandaag op het werk.

Ik bracht even een bezoekje aan een koppeltje in het nabijgelegen woon-en-zorgcentrum voor administratieve ondersteuning. Wanneer ik de deur van de ingang naar de derde verdieping opendoe, kijkt een grijze man me verwachtingsvol aan.  “Jij bent Mia niet,” zegt hij teleurgesteld. “U wacht op Mia?” vraag ik overbodig. “Ja, Mia, mijn vrouw… mijn aanverwant,” twijfelt hij. “Ze zal zo meteen wel komen,” sus ik hem. “Neen, ze blijft maar achter, ik ben al uren aan het wachten.” antwoordt hij behoorlijk geërgerd.

Voor me staat een flinke oude man.  Afgaand op het uiterlijk, niet het type dat je in een rusthuis zou verwachten. Op fysiek vlak lijkt hij immers nog heel goed te functioneren. Alhoewel ik niet voor hem kom, wil ik hem niet negeren. “Weet u wat,” stel ik voor en ik wijs in de richting van de televisie die zonder publiek staat te bollen. “Gaat u daar even zitten om wat TV te kijken en dan gaat het wachten veel vlugger. Voor u er erg in hebt, is ze daar.” “Neen, dat wil ik niet,” mokt hij als een verongelijkt kind. “Ik kan wel aan het janken gaan,” vervolgt hij en de daad bij het woord voerend buigt hij zich voorover en laat zijn hoofd snikkend op de balie zakken. Binnen afzienbare tijd herpakt hij zich echter, wandelt bij me weg en roept zijn Mia.

Ik stap binnen bij het echtpaar dat op mijn komst zit te wachten. Een kwartiertje later wordt er op de deur geklopt. “Is Mia hier?” vraagt de wachtende man. “Nee, die is hier niet,” antwoordt de bewoonster gelaten. Terwijl hij de deur achter zich dichttrekt, vertelt ze me dat zijn zoektocht dagelijks kost is, ook ooit ’s nachts.

Eenzaamheid, wanhoop, machteloosheid, onrust, angst, onzekerheid… een schrijnende situatie.

Mijn moeder heet ook Mia. Wordt dit het verhaal van mijn vader?

 

 

Advertenties

18 Reacties to “zolang het om te lachen blijft…”

  1. Bloem 28 maart 2016 bij 11:30 am #

    Wegens ervaringsdeskundige word ik hier wel verdrietig van. Maar ik herken ook het lachen van het verhaal van Jaak … Bitterzoet noem ik dat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: