oogtoepoes

21 Jan

Vroeger was ik een uitgesproken hondenmens. Zolang als ik me kan herinneren, hadden we thuis een hond. Een loslopende hond, zoals je wel vaker ziet op boerderijen, doch nooit een kuitenbuiter. En altijd van het merk ‘bastaard’. Er zaten lieve exemplaren tussen Bobby, Bobby en Bobby. En Astra niet te vergeten, één van de weinige honden die niet Bobby hoefde te heten.

Toen ik ging samenwonen was het gedaan met huisdieren. Op ons appartementje was dat niet mogelijk. En later, toen we een huis kochten, vonden we het niet aangewezen om een huisdier aan te schaffen omdat we veel te weinig thuis waren. Op een keer bracht mijn man echter twee onderkomen katjes mee, die hij, bibberend in een kartonnen doos,  langs het kanaal had aangetroffen. Als fervent hondenmens moest ik er aanvankelijk niets van weten, maar dat heeft slechts enkele uren geduurd. Vanaf dan werd ik een kattenmens. De beestjes mochten overdag binnenkomen, maar ’s avonds werden zij buitengelaten zodat ze op jacht konden gaan. Zo kwam het wel eens voor dat er eentje weken aan een stuk wegbleef, dan plotsklaps weer opdook om vervolgens weer voor een tijdje te verdwijnen. Ik vond het best zo, een dier is een dier en moet je in zijn wezen laten.

We verkochten ons huis om tegenover mijn ouders te gaan bouwen en gingen tijdelijk bij hen inwonen.  Eén kat verhuisde mee, maar de andere was op dat ogenblik spoorloos en werd dus noodgedwongen achtergelaten.  Ik vond het jammer, heel jammer zelfs, maar heb er geen traan om gelaten. Hij was een plantrekker en wellicht zal hij een nieuwe thuis gevonden hebben. De andere kat was heel schuw en is uiteindelijk weggelopen van haar nieuwe stek, mogelijk omdat er ook een hond huisde.

Toen we verhuisden naar onze nieuwe woning, maande ik mijn man aan om geen katten meer op te snorren. We hadden een kapitaal uitgegeven aan gordijnen tot op de grond en lederen zetels, beide nefast voor scherpe nageltjes. Dat weerhield mijn man er niet van om toch weer een verstoten mormeltje met ontstoken ogen mee te brengen. De kinderen waren in hun nopjes. Ik minder, maar Karel, een rosse kater, werd al vlug in mijn hart gesloten en wonder boven wonder liet hij onze gordijnen en zetels met rust.  Hij was een schatje, had meer hondenmanieren dan kattenstreken, in die zin dat hij niet zo eigenwijs was, zelfs vrij goed luisterde en heel aanhankelijk was. Helaas maakte hij me ziek. Het duurde even voordat we de link gelegd hadden, maar de uitslag van de allergietesten was overduidelijk. En het verdict van de specialist onverbiddelijk: het beest moest weg, wilde ik geen astma gaan ontwikkelen. Gelukkig waren mijn ouders, die inmiddels hondloos waren, bereid hem te adopteren zodat de kinderen hem niet hoefden te missen.

Telkens als ik bij mijn ouders de was ging ophangen – ik gebruik hun overdekte wasdraad, nu nog steeds – kwam Karel enthousiast aangerend. Aanvankelijk liet ik me nog verleiden om hem te aaien, maar daar ben ik vlug mee gestopt want de gevolgen lieten zich raden. En zo creëerde ik, weliswaar met pijn in het hart, een afstand. Hoe afstandelijker ik werd, hoe gemakkelijker dit me afging. Als ik met iemands huisdier geconfronteerd werd, zou de eigenaar nooit een dierenliefhebber in me vermoed hebben, zo onverschillig gedroeg ik me na verloop van tijd. Bovendien deed ik alles om contact te vermijden, alsof ik een panische angst voor hun huisdier had of er vies van was.

En toen verscheen zij op het toneel: de oogtoepoes.

Ze had een plekje veroverd op onze vensterbank. Zonder vragen. Opeens was ze er. Volgens mijn vader had ze jaren in de velden geleefd. Ze werd gevoerd door de buren, maar vertoefde duidelijk liever bij ons. Met één oog gluurde ze binnen. Het andere was ze waarschijnlijk kwijt. Het was geen griezelig zicht, het oog was gewoon dicht,  waardoor het leek alsof ze continu knipoogde.

Het is nu ruim een jaar geleden dat we haar voor het eerst zagen. Aanvankelijk letten we er niet zo op, maar na een tijdje begon het op te vallen als ze er eens niet was. Stiekem vond ik het wel gezellig, zo een kat op de vensterbank. Het was duidelijk geen wilde kat van oorsprong, want ze liet zich gemakkelijk aaien en oppakken, door Arte dan, want zelf bleef ik er met mijn poten vanaf. Ik had me voorgenomen om afstand te bewaren en aanvankelijk lukte dat goed. Het heeft maanden geduurd vooraleer ik haar zelf begon te voeren en nog eens maanden vooraleer ik haar voor de eerste keer voorzichtig aaide, waarna ik uiteraard grondig mijn handen waste. Vervolgens ging er weer een tijdje overheen vooraleer ik haar kortstondig binnenliet. Tegen beter weten in hoopte ik met korte contacten resistent te worden, alhoewel me destijds door de specialist werd duidelijk gemaakt dat dit een utopie is. En dat word ik gewaar.  De niesbuien nemen onmiddellijk toe wanneer ze nog maar één poot heeft binnen gezet. Onbedoeld heb ik haar vetgemest (ligt meer aan de kwaliteit van wat ik haar voer dan aan de kwantiteit). Hierdoor en door haar winterpels kan ze de huidige koude goed trotseren. Dus laat ik mijn gezond boerenverstand spreken en blijft ze onverbiddelijk (alhoewel ik het af en toe niet kan laten, hatsjie!!!) buiten.

Al krijgt ze een warm plekje én een foto van haar beste zijde (= mét oog) op deze blog…

 

SONY DSC

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

16 Reacties to “oogtoepoes”

  1. bentenge 21 januari 2016 bij 10:52 pm #

    Sinds vorige week is d ehond hier een realiteit. Ik hoop dat mijn allergie zich niet gaat ontwikkelen.

    • Joke 23 januari 2016 bij 11:50 am #

      Hoe bedoel je? Ben je al wat allergisch dan? Volgens de testen ben ik ook allergisch voor honden, maar ik moet zeggen dat ik daar beduidend veel minder last van heb dan van katten.

  2. Menck 21 januari 2016 bij 11:19 pm #

    Mooi beest, zo’n “belgiekske”.
    Katten zijn inderdaad geen optie voor mensen die er allergisch voor zijn. Als mijn beste vriend te onzent op bezoek komt, is het ook van dattem: tranende ogen en continu de inhalator bezigen. Op zo’n momenten stuur ik ons kattentrio eveneens vriendelijk doch dwingend wandelen.

    • Joke 23 januari 2016 bij 11:54 am #

      Oh, is dat een belgiekske? Ik zie de logica, ja 🙂 Prachtig beest, ondanks haar uitgezakte pens en visuele handicap.
      Neemt je kameraad geen allergiepilleke als hij op visite komt?
      De katten buiten zwieren helpt wel een beetje. Maar de haren zitten natuurlijk wel in huis en volgens de specialist zou het, bij normaal poetsgedrag, 6 weken duren vooraleer die weg zijn.

  3. Eilish 22 januari 2016 bij 6:28 am #

    Raar dat je zo plots allergisch bent geworden en je bent waarschijnlijk te oud 🙂 om er nog uit te groeien. Jammer, het moet moeilijk zijn om niet aanhankelijk te kunnen doen met zo een mooie kat !

    • Joke 23 januari 2016 bij 11:56 am #

      Volgens mij heb ik vroegen een overdosis gehad. Ik vind het ook heel raar, allergieën komen statistisch gezien veel minder voor bij kinderen die op een boerderij opgroeien. Waarom moet ik een loopje nemen met de statistieken? En zeg niet dat dat is omdat ik graag loop. 🙂

  4. kliefje 22 januari 2016 bij 7:53 am #

    Ik ben gek op poezen en ons eigen exemplaar in het bijzonder, het is zo’n lief beest. Wat jammer dat je allergisch geworden bent. Niets zo rustgevend als een spinnende kat op schoot.
    En wat ik van honden vind, weet je al 😉

    • Joke 23 januari 2016 bij 12:00 pm #

      Dat spinnen, dat is toch zooooo gezellig. Ik wou dat ik het zelf kon. 🙂

  5. Mrs. Brubeck 22 januari 2016 bij 7:01 pm #

    Mij krijg je niet overtuigd :)….

    • Joke 23 januari 2016 bij 11:59 am #

      Als hondenliefhebber van jongsafaan zou ik vroeger ook nooit gedacht hebben dat ik ooit een kat in huis zou halen. Ik heb wel ondervonden dat er ook voordelen aan zijn t.o.v. een hond. Een kruising zou ideaal zijn, denk ik.

  6. De Fruitberg 22 januari 2016 bij 7:50 pm #

    Ik ben ook allergisch, maar ik slaag er nu in om samen te leven met de kat. Ik neem (onafhankelijk van die kat) sowieso continue een middel tegen allergie (zoniet heb ik één of twee keer per jaar een zware crisis)

    • Joke 23 januari 2016 bij 12:06 pm #

      Als er nog andere allergieën in het spel zijn, waardoor medicatie noodzakelijk is, begrijp ik je redenering. Maar ik zou nooit medicatie opstarten, alleen voor een huisdier. Ik heb een kennis die een dochter heeft die allergisch is voor haar kat. De dochter woont afwisselend bij haar moeder en haar vader, dus in co-ouderschap. En de weken dat ze bij haar moeder woont, moet ze dus medicatie nemen. Die medicatie helpt slechts ten dele, maar mijn kennis vindt het maar wat normaal dat haar eigen dochter zich aanpast. Ik denk daar helemaal anders over.

      • De Fruitberg 23 januari 2016 bij 12:43 pm #

        Je hebt, wanneer je allergisch bent voor dieren, meestal ook nog enkele andere allergieën. Hier vormt huiststofmijt en mogelijk ook stuifmeel een probleem. Ik merk dat ik, sinds de kat hier leeft, ik minder allergisch ben geworden voor dieren (alleen al een kat zien was enkele jaren geleden goed voor een allergische reactie). Mijn ouders hadden honden, en daar reageerde ik ook niet allergisch op. Ik ben ook niet de meest georganiseerde mens, dus die medicatie neem ik in met horten en stoten.

  7. Affodil 23 januari 2016 bij 3:20 pm #

    Prachtbeest!

  8. Nele 9 februari 2016 bij 9:15 am #

    Wist je dat een lapjeskat als geluksbrenger wordt beschouwd?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: