Archief | december, 2015

vragen versus bevelen

29 Dec

Af en toe vraag ik mijn dochter (tweede jaar haarzorg, vierde middelbaar) om mijn haar te föhnen. Oefening baart kunst, nietwaar? Tot haar ergernis ben ik gezegend met dik en veel haar, bovendien voorzien van een flinke weerborstel, waardoor een rechte pony voor mij een utopie is. Moeilijk haar om te drogen, heb ik mijn echte kapster mij laten vertellen. Dus iedere keer als dochterlief mijn haren föhnt, krijg ik dat op mijn brood. Ik heb haar al laten verstaan dat het een kapster niet betaamt om onophoudelijk te klagen over het soort haar van haar klant, maar dat werkt niet.  Eén keer wou ze zelfs het mes in het varken laten steken en liet ze me bijna met een half droge en half natte coupe naar een feest vertrekken. Gelukkig kon ik haar toch tot rede brengen. “Hopelijk ga je later zo niet tekeer tegen je echte klanten,” moet ik telkenmale zeggen. Het antwoordt luidt steevast “maar dat is anders.”

Het is een schatje, onze jongste. En ze heeft recht op haar puberteit. Al twee jaar op rij krijgen we op school te horen hoe aangenaam en beleefd ze is. Deze keer was dat niet anders. Op het rapport stond vermeld: Je bent een beleefde en gemotiveerde leerling. Het is aangenaam om aan jou les te geven.  De volgende lijn, deze waarop de aandachtspunten vermeld worden, bleef blanco. De klassenraad had geen negatieve punten kunnen bedenken.

Al twee jaar op rij komen mijn man en ik glunderend terug van de rapportbesprekingen, zowel bij de jongste als bij de oudste. Niet alleen op schools vlak – ze zitten beiden duidelijk op de juiste richting – maar ook wat hun motivatie en houding betreft, is de klastitularis steeds één en al lof. Blijkbaar werpt onze opvoeding vruchten af. Toch deed de oudste me deze keer verschieten. Even ter herinnering: ze zit in het zesde middelbaar kunstonderwijs en krijgt gonbegeleiding voor een autismespectrumstoornis. Zelf vinden we die ‘stoornis’ nogal meevallen. Bovendien heeft ze de laatste jaren al veel bijgeleerd, vooral op sociaal vlak.

Na de rapportbespreking moest Arte nog een werkstukje ophalen in de afgesloten bibliotheek. Hiervoor diende ze eerst langs het secretariaat passeren om de sleutel op te halen. Mijn man en ik liepen met haar mee. Ik betrap me er op dat ik vaak de neiging heb om het woord te doen. Ze is nogal onhandig in die dingen, maar uiteraard help ik haar daar niet mee. Dus beet ik op mijn tong en liet ik haar begaan.

‘Ik moet in de bibliotheek zijn’, sprak ze de secretaresse zonder enige inleiding kordaat en een beetje bozig toe.  Ik schrok. Het kwam nogal bot en onbeleefd over. De secretaresse keek haar vragend aan waarop Arte, na een betekenisvolle blik van mij, verklaarde dat ze  nog een werkstukje had staan in de bibliotheek.  De secretaresse was uitermate vriendelijk, nam totaal geen aanstoot aan haar gedrag en stelde voor om even mee te lopen, wat zo geschiedde.

Achteraf sprak ik Arte aan op haar gedrag: dat het gebruikelijk is om eerst goeiendag te zeggen ipv meteen met de deur in huis te vallen, als je bij mensen komt die je die dag voor de eerste keer ziet, dat het veel beleefder om in een korte inleiding ‘ik zou in de bibliotheek moeten zijn omdat…’ duidelijk te maken wat je wil vragen en vervolgens je concrete vraag in vraagvorm ‘zou ik de sleutel mogen hebben alstublieft?’ te gieten en niet in een onrechtstreeks bevel, zoals zij dat deed. Gelukkig begreep ze wat ik bedoelde. Ik heb inmiddels gemerkt dat ze haar best doet om er rekening mee te houden.

Achteraf heb ik ook beseft dat onze jongste al langer bezig is met de opvoeding van onze oudste. Als Arte naar de jiu-jitsu gaat, is ze verplicht om haar haar in een staart te dragen. Ze is er echter niet zo  handig in om er zelf eentje te maken, dus kwam ze daarvoor bij mij aanzetten. Ik verwees haar door naar Tia, zij is immers de kapster thuis. De eerste keer leverde dat meteen al een conflict op.   Arte kwam dan bij mij klagen dat Tia niet bereid was om een staart te maken. Bleek achteraf dat zij met een elastiekje voor Tia kwam staan en het enige wat ze uitbracht was ‘Staart!’, waarop Tia antwoordde dat ze een staart zou maken op voorwaarde dat het op een fatsoenlijke manier gevraagd werd.

Dat de jongste doorheeft wat goede manieren zijn, wist ik al. Nu even doorvoeren naar mij, als ze mijn haren nog eens ‘mag’ föhnen. Ik ‘beveel’ het nochtans altijd beleefd, zij het met een retorische vraag. 🙂

 

 

waarover ik in 2015 zoal had kunnen bloggen

15 Dec
  • over mijn nieuwe verslaving: eind 2014 heb ik mezelf immers thee en kruideninfusies leren drinken. Het heeft ongeveer tien pogingen gekost om dit te kunnen zonder lelijke gezichten te trekken. Waarom ik het per se wou? Ik vond het immers sneu voor mezelf dat ik mijn handen niet kon warmen aan een kopje dampend vocht, zoals mijn loopmaatjes dat plachten te doen na ons wekelijks zondagochtendloopje tijdens de wintermaanden.  Koffie en chocomelk waren voor mij uitgesloten, maar inmiddels drink ik dus sloten thee en kruidentreksels. Ik kan er zowaar een boek over schrijven.
  • over mijn lopende verslaving: eind 2015 zal ik de kaap van 2000 kilometers overschreden hebben, als god/God belieft tenminste, en hiermee breek ik dan mijn eigen record, dat hoogstwaarschijnlijk niet zal verschijnen in mijn (minder anonieme) loopblog, die nog meer op zijn gat ligt dan deze.
  • over mijn stokpaardjes: lopen, eten en thee. Volgens Tia kan ik nergens anders over praten, maar ze vergeet dat ‘stront’ ook nog een favoriet thema van mij is.
  • over Artes eerste zweefvlucht als soliste. Gelukkig dat ik er niet bij was toen ze voor de allereerste keer alleen van de grond ging. Op vlak van loslaten kan dat tellen, Eilish! Onvoorstelbaar eigenlijk dat je op de leeftijd van 16 al alleen mag zweefvliegen.
  • over de vluchtelingenproblematiek en hoe ik mij mateloos geïrriteerd heb aan de opmerkingen van sommigen op de sociale media: sommige mensen hebben echt wel een groot gebrek aan inlevingsvermogen en beseffen niet half hoe goed ze het hier hebben. Ook dat appelen met peren vergelijken stoort me mateloos. Daarmee wil ik niet zeggen dat we iedereen kunnen of moeten opvangen, maar zoals sommigen zich erover zitten te verkneukelen als er mensen verdrinken, vind ik écht beneden alle peil.
  • over het toenemend extremisme en hoe dit tot extreme reacties leidt, ook in mijn naaste omgeving. Ik vind het ongelooflijk jammer dat sommigen alle moslims over dezelfde kam scheren. Zelf wil ik ook niet van pedofilie beschuldigd worden na al die pedofilieschandalen in de katholieke kerk, ook al voel ik me minder en minder tot die gemeenschap behoren.
  • over de vergeten tampon (hoe stom kan een mens zijn!) die mijn leven een halve week op zijn kop zette en die leidde tot een hysterische gesloten blog waarmee ik enkele lezers nodeloos ambeteerde. Alsnog mijn excuses hiervoor.
  • over hoe ik mijn naïef ideaalbeeld van een multiculturele samenleving heb moeten bijstellen. Op vlak van de erkenning van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen is er nog een hele weg af te leggen. Anderzijds, het vrouwenstemrecht hier bestaat nog niet langer dan een kwarteeuw dan ikzelf. Mag ik dus hopen dat er op relatief korte termijn veel kan veranderen of ben ik dan weer naïef?
  • over de workshop die mijn echtgenoot volgde over insecten en wormen eten.
  • over het insecten- en wormenpakket dat hij bijgevolg besteld heeft. We eten nu wekelijks een zelfgemaakte wormenburger. Echt waar! Ik heb toch maar gezegd dat hij dat niet meer moet bestellen, wegens te duur. Hij betaalde vijftig euro voor nog geen 100 g. Tel maar uit!!
  • over de verslaving van mijn man aan Catawiki. Bijna wekelijks komt hier een pakketje toe met van alles en nog wat: medailles, etsen, degens,… We kunnen bijna een museum beginnen. Gelukkig heeft hij een gemakkelijke vrouw die hem maar laat begaan.  Maar telkens zeg ik hem toch: nu houdt er maar mee op, het is genoeg zo… en ’s anderendaags kan ik dan weer tekenen voor ontvangst. Hij ziet het als een belegging en ik hoop dat hij gelijk heeft. Misschien toch eens een camion inhuren om naar een opname van ‘Rijker dan je denkt’ te gaan.
  • over hoe we deze aardkloot naar de kloten helpen, hoezeer me dit beangstigt en tezelfdertijd hoe lustig ik eraan meedoe om mijn comfortabel leventje in stand te houden.
  • over hoe ik in één blog alles wat ik nog te zeggen had, kan zeggen. Niet veel soeps dus.