Archief | januari, 2014

kent er hier iemand ene Joke?

29 Jan

Hij haalt zijn schouders op en knikt ja als ik hem vraag of we wel in de juiste rij staan. Achteraf besefte ik dat ik puur uit gemakzucht het schouders ophalen verdrongen had en het bevestigend knikken meer waarde had toegedicht dan dat het eigenlijk verdiende. Als ik de kans heb, doe ik dat vaak, me verlaten op andere mensen. Dat is gemakkelijk.  Gemakzucht, weet je wel. Bovendien kan je dan ook de schuld op iemand anders steken als het misloopt.  Al ligt dat laatste niet mijn aard. Ja, beste bloglezer,  ik heb ook mijn positieve kanten.

Gelukkig schoot het goed op. We waren buiten in de koude beginnen aan te schuiven en na ongeveer een kwartiertje stonden we al in de brede gang van het vernieuwde funerarium.  Amper een uur voordien had ik haar nog via een privébericht op facebook gevraagd hoe ze eigenlijk heette, haar grootmoeder.  Ik vond het immers een beetje vreemd om de naam van de overledene niet te kennen als je haar voor de laatste, in dit geval ook eerste, keer gaat begroeten. Al ging ik in eerste instantie niet om de overledene mijn steun te betuigen, maar wel haar kleindochter.

Haar kleindochter, Ellen, mijn loopmaatje met wie ik vroeger nog in de lagere school gezeten had. Met wie ik destijds geen biezondere band had, maar bij wie ik ook geen onbehaaglijk gevoel kreeg toen ik haar na ruim twintig jaar opnieuw ontmoette.  Zoveel jaren later bleken we het best wel goed met elkaar te kunnen vinden. Toen ze me persoonlijk berichtte dat er geen avondwake was, maar wel de gelegenheid om te condoleren, vond ik het vanzelfsprekend dat ik dit zou doen, ook al benadrukte ze dat het geheel vrijblijvend was.

Inmiddels waren we bij de grootmoeder aanbeland.  Ik wierp een korte blik op het oude lichaam en mijn kaartje in het rieten mandje, nam de (hoe heet dat ding eigenlijk) ter hand, sopte het deftig in het wijwater en wenste haar, al kruisje gevend, een rit zonder retour naar de hemel. Vervolgens gaf ik de rouwende zonen op rij om de beurt een stevige hand, zoals het protocol dat voorschrijft, ondertussen ‘oprechte deelneming’ mompelend en het even spontane bedankje in ontvangst nemend.

Zo, dat zat er alweer op.”Waar was Ellen eigenlijk?” vroeg de trainer van de atletiekclub die me vergezeld had. “Wat vreemd dat ze niet mee in de rij stond,” merkte hij op. “Helemaal niet vreemd, ze is toch een ‘klein’dochter, het zijn toch de eigen kinderen die langs de kist staan en niet de kleinkinderen.” En terwijl ik dit zei, gluurde ik in de kamer erlangs, waar enkele familieleden en kennissen genoten van een warme kop koffie.  Geen Ellen te bespeuren.

Het begon ons plotsklaps te dagen. We spurtten naar buiten. (We zijn immers niet voor niets bij een atletiekclub aangesloten) Op de venster waren de doodsbrieven geplakt van de opgebaarde overledenen.  Er waren er twee. Lap! Twee families die hun grootmoeder verloren hadden.

En nu?  Rechtsomkeer! Zonder kaartje evenwel. Een fractie van een seconde overwoog ik om het terug uit het mandje te gaan vissen.  Ik zou het vast en zeker terugvinden.  Het had een groter formaat dan gebruikelijk en op de omslag zat er een zwarte stipje, alsof er een vliegje op gescheten had. Maar het mandje stond naast de doodskist van de andere oma, recht tegenover de vijf zonen die ik tien minuten eerder met de gepaste droefenis een hand gegeven had. Not done dus. Zonde van het kaartje.  Omdat ik betrokkene niet persoonlijk gekend had en mijn schrijfsel tot de ganse familie was gericht, had ik het wel wat algemeen gehouden zodat mijn tekst in principe op elke grootmoeder van toepassing kon zijn. Desalniettemin had ik mijn best had gedaan om er toch een persoonlijk tintje aan te geven.   Heel af en toe slaag ik erin om in enkele woorden toch een rake boodschap te noteren.  Maar dat hoeft mijn bescheiden ik jou vast niet te vertellen, beste bloglezer.

De trainer liet er alleszins geen gras over groeien en haastte zich naar de andere rouwkamer. Wacht even, wilde ik nog zeggen, want ik voelde de slappe lacht opborrelen.  Vooraleer ik er erg in had, keek ik echter in de behuilde ogen van Ellen. Op slag was mijn lachneiging onderdrukt. Routineus werkte ik vervolgens het tweede rijtje rouwende familieleden af. Ellen stond als voorlaatste.  Ik gaf haar een warme knuffel. Eigenlijk ben ik daar heel zuinig mee. Als je niet met me getrouwd bent of ik heb je niet persoonlijk gebaard, dan krijg je er gene, tenzij je iemand dierbaar verloren hebt. Je begrijpt dus dat er bijna niemand op een knuffel van mij zit te wachten.

Mijn man vond het alleszins hilarisch toen ik het hem vertelde. Die andere mensen hebben alleszins een fijn kaartje ontvangen, besloot hij. Alleen zal iedereen zich afvragen wie die Joke wel mag zijn.

Advertenties

beukkont

19 Jan

Toegegeven, dit is ietwat een vreemde titel, die bij sommigen misschien wat veel tot de verbeelding zal spreken. Onvoorspelbaar hoeveel en wat voor soort perverten via dubieuze zoektermen vanaf nu op deze blog zullen belanden. Maar het is een titel met een doel. Of beter, het is een camouflagetechniek om de halve identiteit van mijn jongste dochter geheim te houden. Beukkont is immers een fonetische cryptische omschrijving van Tia’s echte voornaam, maar dan in omgekeerde volgorde. Niet duidelijk? Shit… dat is de eenvoudige cryptische omschrijving van een omgekeerde ‘lord’. Gesnopen?

Hoe dan ook, mijn dochter houdt er niet van om door leeftijdsgenootjes af en toe plagend beukkont genoemd te worden.  Ze beweert dat dat de hoofdreden is waarom ze een gloeiende hekel heeft aan haar naam. Onlangs werd weer eens duidelijk hoezeer ze haar naam verafschuwt. Sinds enkele maanden is ze aangesloten bij een turnclub, een tiental kilometer hier vandaan. Toen ik haar de voorbije zaterdag na afloop ging halen, kwamen we haar trainer tegen op de gang. We sloegen een klein praatje en bij het afscheid zei hij heel vriendelijk: “Tot volgende week, Ashley!”

Verbouwereerd keek ik eerst naar mijn lichtjes blozende  dochter en vervolgens naar de niets vermoedende trainer.  “Ze heet niet Ashley,” corrigeerde ik hem, “ze heet Tia.”  Een fractie van een seconde had ik overwogen om niets te zeggen, maar de idee dat iemand zou denken dat ik mijn dochter een dergelijke smakeloze naam zou geven, was onverdraaglijk.  Nu was het de trainer zijn beurt om verbouwereerd te kijken. De verwarring werd nog groter toen Tia zelf zich mengde. “Ik ben niet Tia, ik ben Ashley!” sprak ze kordaat op een toon die geen tegenspraak duldde. “Niet waar!!” richtte ik me opnieuw tot de trainer, “Dat kind is mijn dochter en ze heet wel degelijk Tia.” En daarmee eindigde de discussie. “Tot volgende week dan, Tia,” benadrukte hij haar naam een beetje ongemakkelijk en ook wat gegeneerd omdat hij zich maanden aan een stuk voor het lapje had laten houden.

Vervolgens mopperde mijn beukkontje totdat we thuis waren omdat ik zo onsportief was geweest om haar geheimpje te verklappen.

Maar beste lezer, kunt ge me op basis van de cryptische omschrijving nu zeggen wat haar echte naam is?  Eén tip kan ik u meegeven.  Of beukkont nu eindigt op een t of op een d, in het enkelvoud klinkt dat hetzelfde. En zo is dat met haar echte – zij het omgekeerde – naam ook.  Lezers die haar echte naam reeds van tevoren kenden of die het nu kunnen opzoeken via facebook of die uit gemakzucht gaan polsen bij anderen die het wel weten, worden vriendelijk verzocht om hier niet te antwoorden. Ge wilt toch niet zo flauw doen als ik hè en me mijn pretje niet gunnen.  ‘k Ben benieuwd welke slimmerd als eerste het correcte antwoord geeft.

DIY

14 Jan

Eindelijk heb ik eens opgezocht wat dat betekent, want ik kwam deze hippe afkorting te pas en te onpas her en der – bijna overal eigenlijk – tegen.  Als ge, net als ik, niet meezijt met het snelle jargon van tegenwoordig, raad ik u ten stelligste aan om het zelf op te zoeken, als ge tenminste wilt weten wat het is. Dat heb ik ook moeten doen en dat is de beste manier om het nooit meer te vergeten! Eén nuttige tip wil ik wel geven: tante Google (alhoewel nonkel hier beter klinkt, vind ik, maar een zoekmachine is nu eenmaal vrouwelijk. Thuis vragen de kinders ook voortdurend: mama, waar is…. De papa wordt op dat vlak altijd buiten beschouwing gelaten…) kan u helpen. DIY!

2013 in review

9 Jan

The WordPress.com stats helper monkeys prepared a 2013 annual report for this blog.

Here’s an excerpt:

The concert hall at the Sydney Opera House holds 2,700 people. This blog was viewed about 11,000 times in 2013. If it were a concert at Sydney Opera House, it would take about 4 sold-out performances for that many people to see it.

Click here to see the complete report.

een kinderhand is snel gevuld

5 Jan

Ze is graag hip en als moeder wil ik daar gerust een beetje in meegaan, doch binnen de perken uiteraard.

Modieuze schoenen met hoge hakken – zelfs als die verborgen zitten – horen daar niet bij, een overbodige i-phone evenmin en een andere haarkleur mag ze ook op haar buik schrijven. Wel kreeg ze van sinterklaas – ze is nog niet zo hip dat ze deze traditie wou afschaffen – de biografie van tieneridool Justin Bieber in de schoot geworpen, ondanks het gegeven dat ik absoluut geen fan ben, maar wel zo slinks om haar op deze manier minimaal aan het lezen te krijgen.

Ook voor kerst kon er een klein cadeautje vanaf.  Dit laatste bleek een schot in de roos, want haar dag kon niet meer stuk. Voor nog geen euro was ik gesteld in een winkel waar ge eigenlijk uit moet wegblijven, wegens uitermate verdacht van onfrisse werkomstandigheden bij de uitheemse producent en bovendien afgestemd op een verderfelijke wegwerpmaatschappij. Exact negenennegentig cent kostte de zwarte nepbril die haar de hedendaagse look geeft van een hippe nerd. Terwijl haar nichtjes op kerstdag over het scherm van hun nieuwe tablet gebogen zaten, schoof zij haar gigantische bril met zichtbaar plezier in een gecamoufleerd ingestudeerde beweging schijnbaar achteloos wat hoger op haar gepimpte reukorgaan.

Ze is duidelijk nog een kind en ik hoop dat ze dat ook nog even blijft. Eigenlijk ben ik stiekem trots op haar, omdat zij nog oprecht blij kan zijn met een batterijloos kleinigheidje.

een nieuw jaar, hoog tijd om kleur te bekennen

3 Jan

Beste bloglezer

Zonder expliciet aan politiek te doen, ga ik hier en nu eindelijk kleur bekennen. En dit zal voor deze blog verstrekkende gevolgen hebben. Waarschijnlijk zal het zelfs bloglezers afstoten, maar ik waag het erop.  Het is een berekend risico.  Ik schat dat zo’n tien procent van mijn lezers zal afhaken. Awel, die ene persoon die afhaakt, weet niet wat ie mist.  Neh! Dat is pas gesproken!  Of liever, geschreven. Of beide, want vanaf nu zal ik wat meer gaan schrijven in spreektaal.

Zwaar tromgeroffel, want hier volgt mijn outing : ik ben een échte Vlaamse, een onvervalste. Eentje die in het dagelijkse leven spreekt in een sappig Limburgs dialect. Eentje die vindt dat deze authentieke taal niet verloren mag gaan en daarom tegen haar kinderen (NIET ‘kids’, ik verafschuw dat woord, ge zult het me nooit horen bezigen!) geen beschaafd Nederlands klapt, dat is immers de taak/l van het onderwijs.

Beroepshalve druk ik me echter niet uit in mijn streektaal.  Niet omdat ik dat niet zou willen/niet vind kunnen, maar eenvoudigweg omdat ik in een andere regio werk. Cliënten en collega’s krijgen van mij  de beleefdheidsvorm u voorgeschoteld of het familiairdere ge en gij, naargelang mijn aanvoelen.  Ik vind dit veel warmer dan dat gejij en gejou.

Toch heb ik in deze blog, tot heden welteverstaan, voor deze laatste aanspreekvorm gekozen. Aanvankelijk wou ik de lezer hiermee een beetje op het verkeerde been zetten om zo mijn anonimiteit maximaal te waarborgen.  Maar ondertussen is deze dermate geminimaliseerd dat ik er het nut niet mee van inzie.

Wie dus in de toekomst goesting heeft om mijne blog te lezen, zal eventueel een klein eforreke moeten doen. En als ge dat ambetant vindt, bolt ge het maar af!

Voor één ding moogt ge blij zijn…mijn zangerige accent wordt u bespaard…

Joehoe!

1 Jan

Ik ben terug!  (Goede) voornemens en zo. Eindelijk is mijn derde weddingtekst af! Een  gedeelte had ik per ongeluk reeds in oktober gepost, waardoor ik vrees dat mijn afgewerkte versie aan jullie aandacht zal ontsnappen. Ja, zo zelfingenomen ben ik dan wel.

Verder wens ik iedereen uiteraard een gezond 2014 en alles wat wenselijk is toe en vermits ik er vanuit ga dat dat wederzijds is, is het niet nodig om dat hier nogmaals te melden. Komen de nieuwjaarswensen jullie ook al de oren uit? Nochtans wil dat niet zeggen dat mijn en jullie wensen minder oprecht zijn door ze in stilte te wensen. Enfin, zo denk ik er over.

Tot blogs…

Joke