Archief | juli, 2013

wat ik voor mijn kinderen verzweeg in hun brief

26 Jul

Mijn man vond het maar niets, mijn plannen om met de fiets naar het werk te gaan. Dat tot daaraan toe, maar dat hij verondersteld werd om me daarna per fiets te komen uithalen, was toch een brug te ver. Na een zware werkdag zelfs letterlijk een brug of vier te ver, zo langs het kanaal. Maar ik bleef erbij en zeker toen ik mijn collega’s over mijn plannen had ingelicht was er geen weg meer terug. Ze vonden het wel een prestatie, mocht ik dit doen en vooral een mirakel, mocht ik op tijd aankomen, want met de auto lukt me dit zelfs niet altijd, wat telkens een kwartiertje verlof inleveren oplevert. “We kunnen moeilijk spreken over een onrustwekkende verdwijning als je niet aankomt,” grapte een collega. “In jouw geval is er immers niets onrustwekkends aan, met jouw legendarische oriëntatievermogen ligt het helemaal in de lijn van de verwachtingen.”

Diezelfde avond, nadat Touring Wegenhulp me uit de nood had geholpen, maakte ik samen met mijn man een voorbereidend fietstochtje en belandden we onverwachts op het nieuwe terras van een loopmaatje.   Het was er gezellig, veel te gezellig. “Vind je de cava niet lekker?” vroeg ze bezorgd, omdat mijn glas veel te lang gevuld bleef naar haar zin en tegen mijn gewoonte in.  “Toch wel, maar ik heb een beetje hoofdpijn, niet veel, maar toch… Je weet wel, de tijd van de maand.” Even na tienen fietsten we naar huis, eigenlijk veel te laat met het vroege vertrekuur naar het werk in het verschiet.  “Wil jij even op de computer kijken hoe ik moet fietsen, dan neem ik ondertussen een douche.” Fris gewassen en tezelfdertijd doodop nam ik naast mijn man plaats achter het scherm. Hij overliep het hele traject en nam hier rustig de tijd voor. Te rustig, want op dat ogenblik was er maar één ding waar mijn hoofd op stond, nl. rusten. “Je moet ook opletten,” maande hij me, want morgen weet je het niet meer.  “Jawel, ik weet genoeg. Nu wil ik gaan slapen,” “Je let niet op en laat me niet eens uitspreken,” snauwde hij een beetje. Een beetje te veel naar mijn zin, want ik voegde de daad bij het woord en trok naar boven.

“Wat heeft dit weer allemaal te betekenen,” mopperde hij toen hij naast me in bed schoof.  “Niets, ik ben doodmoe, heb hoofdpijn en ik wil gewoon slapen.” “Hoofdpijn… dat zal. Daar heb ik nog niets over gehoord. Wat een zever om daar nu  ineens mee op de proppen te komen.” Alhoewel ik geen zin had in een welles-nietes-spelletje schoot ik toch weer in de verdediging. Tevergeefs. Dat zijn zo van die momenten dat je je ook binnen een goed huwelijk wel eens heel eenzaam kunt voelen. Een kwartier later besloot ik in het lege bed van de jongste dochter te kruipen.  Zijn gesnurk was immers nog minder slaapbevorderlijk dan ons gekibbel.

Rond zes uur hoorde ik gestommel en vloog de deur open.  “Vooraleer je begint uit te vliegen,” kapte ik zijn tirade af “moet je weten dat ik hier ben komen liggen omdat ik de slaap niet kon vatten door jouw luide gesnurk.” “Net goed, dat is je verdiende loon.”

“Kom je nog?” vroeg hij een half uur later met een lichte irritatie in zijn stem omwille van mijn moedwillige getreuzel.  “Fiets al maar door, ik kan jou toch niet volgen en heb geen zin om me de eerste acht kilometer al volop in het zweet te fietsen,” antwoordde ik koppig. Hij voegde de daad bij het woord en verdween spoedig uit mijn beeld. Ik riep hem nog na dat hij me rond 18u30 terug mocht verwachten. Amper drie kilometer van mijn deur reed ik al een beetje verkeerd, wat me een kleine omweg opleverde. Binnenwegen, het is niet aan mij besteed. Ik passeerde zijn werk en hoopte tegen beter weten in  dat hij zou staan zwaaien.  Daarna troostte ik me met de idee dat dit niet kon, omdat zijn werk al begonnen was en het niet toegestaan is om voor dergelijke bagatel de werkvloer te verlaten.

Een uur later kwam ik zelf aan op het werk.  Ongeveer twintig minuten eerder dan anders en enthousiast zwaaiend met mijn fietssleuteltje.  Vooraleer in te tikken, friste ik me even op en stuurde ik een beknopt sms’je naar mijn echtgenoot. ‘Ben er’. Ruim een uur later kreeg ik een soortgelijk sms’je terug. ‘Goed zo’. Om vijf uur realiseerde ik me dat ik helemaal geen zin had om alleen terug te fietsen. Dus belde ik hem op en liet hem weten dat ik op het punt stond om te vertrekken. “Oké,” antwoordde hij toegeeflijk “dan zal ik je tegemoet fietsen”. Blijgezind fietste ik naast een onbekende vrouw die toevallig dezelfde richting uitging. Ze vertelde me dat haar man niet thuis was en dat ze een klein toertje deed om extra beweging te hebben.  Trots vertelde ik op mijn beurt dat ik voor de allereerste keer met de fiets  naar het werk was geweest en dat mijn man me tegemoet zou fietsen. “Ik geloof dat hij daar al is,” wees ik naar een klein stipje in de verte.  En inderdaad, ik bleek gelijk te hebben. “Dan laat ik jullie onder jullie tweetjes,” zei de vrouw toen het stipje mijn man was geworden en ze fietste verder.

Ze besefte niet dat er achter haar rug een grote verzoening plaatsvond.

brief aan mijn kinderen

16 Jul

Hallokes,
Vooraleer jullie verder lezen nog even dit: niet vechten om deze brief, want de andere brief in de omslag heeft dezelfde inhoud. Zo hebben jullie dus elk een eigen exemplaar.
Hoe valt het jullie mee daar? Hebben jullie al nieuwe vrienden gemaakt? Is het eten lekker? Hebben jullie ook nieuwe tekentechnieken geleerd? Doen jullie ook nog andere leuke dingen buiten tekenen? Vast en zeker wel en we zijn benieuwd om jullie verhalen te horen.

Nadat we jullie hadden afgeleverd, zijn we bij Eilish op bezoek geweest. Je weet wel, de mama van Piepedolleke (die jullie op de blogmeeting bij Zapnimf ontmoet hebben) en Poppemieke. Het was er supergezellig. Bovendien had ze lekker voor ons gekookt. We hebben afgesproken dat het nu hun beurt is om eens af te komen. Maar dan zorgen we er natuurlijk voor dat jullie dan ook van de partij zijn.

Verder gaat alles zijn gewone gangetje. Alhoewel? Toen ik gisteren vertrok op mijn werk, zag ik van ver twee lichtjes knipperen. Het bleken de pinkers van onze auto te zijn. Geen flauw idee hoe dat dat kwam. Blijkbaar had ik per ongeluk op een knopje gedrukt dat dient om de vier pinkers (voor en achter) tegelijkertijd aan te zetten als waarschuwing, bv om de chauffeurs achter ons te verwittigen als er ineens file is. Gevolg? De batterij plat, waardoor de auto niet meer startte. Toen heb ik moeten wachten op een mijnheer van Touring Wegenhulp, een dienst die hulp biedt bij dergelijke stommiteiten. Omdat dit ongeveer een uur zou duren heb ik een ijsje gekocht om mezelf te troosten. Met maar liefst drie bollen! Die zaten op een gewoon hoorntje en dat was werkelijk geen zicht. Het was een hoge, wankele constructie en ik moest supersnel likken om te beletten dat het erg begon te druppelen. Ik kreeg er plakhanden van en ook veel bekijks. Zo’n hoog ijsje zie je immers zelden. Na een klein uurtje was de man van Touring Wegenhulp eindelijk daar. Ik heb hem geen hand gegeven om hem te begroeten, want we zouden aan elkaar zijn blijven plakken. Hij keek me wel een beetje vreemd aan. Achteraf zag ik dat ik een grote ijsjessnor had. Ik leek wel een walrus!

Later op de dag zijn papa en ik gaan fietsen en hebben we gezellig op het nieuwe terras gezeten van mijn loopmaatje Mariet (die met het schattige zoontje). Papa had er twee kabouterbiertjes gedronken. Toen we later gingen slapen, snurkte hij zo hard dat ik van ellende in één van jullie bedden ben gekropen. Ik zal maar niet zeggen wiens bed, maar Justin Bieber was er ook. Ik heb zelfs de deur moeten dichtdoen, omdat papa’s gesnurk nog te goed hoorbaar was! Wat een geluk voor jullie dat we dit jaar twee aparte kamers hebben geboekt voor onze reis naar Wenen. Hopelijk verkopen ze er nergens kabouterbier.

Vandaag ben ik heel sportief geweest en met de fiets naar het werk gegaan. Dat is bijna 28 km en ik ben ongeveer 1u en 22 minuten onderweg geweest. Na het werk is papa mij tegemoet gefietst, zodat ik de hele weg terug niet meer alleen hoefde te fietsen. Onderweg zijn we ergens iets gaan eten. Gezellig onder ons tweetjes. Uiteraard hebben ons wel afgevraagd hoe het jullie vergaat daarginder. We denken wel dat jullie het naar jullie zin hebben. Zaterdag zullen we horen of dit klopt. Papa en ik kijken er alleszins naar uit!

Lieve groetjes, een dikke knuffel, een natte mamazoen en tot heel binnenkort

mama

PS1 Er is een klein leugentje geslopen in deze brief. Rarara waar…
PS2 Papa mag ook nog iets zeggen… euh… schrijven hieronder. Hopelijk kunnen jullie het lezen.

stelling 2 : het leven is geen feest (deel 3)

9 Jul

Ik besluit niet te panikeren en het even te laten bezinken vooraleer ik Arte om uitleg vraag.

Wel haal ik het aan tijdens het overleg op school. Ook de leerlingenbegeleiders weten niet vanwaar dit komt. Alhoewel?  Ik vertel open en eerlijk hoe mijn man en ik het regelmatig oneens zijn over de omgang met de beperkte sociale vaardigheden van Arte. Hij wil haar stimuleren contacten te leggen, maar zowel Arte als ik beschouwen dit als pushen en gaan dus beiden in verzet. De coördinatrice, die deskundige op vlak van ASS blijkt te zijn, vertelt ons dat kinderen met ASS vaak een sterkere band hebben met één van de ouders.  Bij Arte is dit ook het geval, ze is altijd een vaderskindje geweest.  Ze kijkt erg op naar haar vader en daarom weegt het ook des te zwaarder door als hij haar levenslessen wil leren waar zij nog niet aan toe is.  Zonder beschuldigend te zijn, adviseert ze ons om daar voorzichtig mee om te springen.  Pubers zijn immers kwetsbaar en pubers met ASS nog meer.  Ze raadt ons aan om beroep te doen op een auti-coach, die niet alleen Arte, maar ook ons kan begeleiden.

Helaas kan ze ons geen referenties geven in de buurt, dus ga ik zelf op zoek via het internet. Spoedig vind ik een vrouwelijke auti-coach. Het blijkt een vroeger buurmeisje van mijn man te zijn.  Hij vond haar destijds een arrogante trien, maar vindt dit geen reden om het geen kans te geven. Op al die jaren kan ze immers in positieve zin veranderd zijn.  Ik vind dit nobel van hem, zelf zou ik mijn vooroordelen niet zo gemakkelijk kunnen laten varen. Bij het eerste telefonische contact valt ze me – zonder aanwijsbare reden evenwel – tegen en ik vraag me af of ik me teveel laat leiden door mijn voor’kennis’. Haar tarief, zestig euro per uur, doet me helemaal achterover vallen, maar toch leg ik een datum vast voor de intake. Het blijft me echter niet lekker zitten.  Zeker niet als mijn schoonmoeder er onbewust nog een schepje bovenop doet. “Die toch niet,”  zegt ze als ze hoort wie we hebben aangesproken om ons verder te helpen.  Dit is voor mij de spreekwoordelijke druppel om me toch te laten leiden door mijn buikgevoel en ik annuleer de afspraak. Bijkomend speelt nog mee dat ik geen enkele referentie heb van deze auti-coach, dat haar  ‘specialisatie’ beperkt is tot enkele workshops, dus zonder relevante basisopleiding en dat ze op haar website haar belachelijk hoge tarieven wijselijk verzwegen heeft.

Ik blijf echter niet bij de pakken zitten en neem contact op met een kinderpsychologe, iemand met bij wie ik vroeger een jaartje in de klas gezeten heb. Iemand met wie ik niet bevriend was, noch ben – facebook buiten beschouwing gelaten – maar bij wie ik wel een goed gevoel heb.  Via facebook heb ik sinds enkele jaren terug wat contact met haar, oppervlakkig weliswaar, maar dat vind ik net goed. Zo is er voldoende afstand om haar professioneel te betrekken, maar anderzijds ook voldoende vertrouwen.  Ik zoek contact met haar en ze licht me eerlijk toe dat ze niet bijzonder gespecialiseerd is in ASS. Vanuit haar werk in de bijzondere jeugdzorg, vooraleer ze zelfstandig therapeut werd, heeft ze wel wat ervaring opgedaan, maar ze heeft nooit bijkomende vorming gehad. Bij dit contact heb ik een heel ander gevoel en opnieuw wordt er een intake vastgelegd.

Voor het zover is, lokt Arte al dan niet bewust een gesprek uit over haar numero uno van de onveilige groepen, het gezin.  Die bewuste avond is ze immers onrustig. Ze weet precies geen blijf met zichzelf. Holt meerdere keren op korte tijd van beneden, waar haar vader TV kijkt,  naar boven, waar ik aan het strijken ben, weliswaar ook voor de beeldbuis.  Het lijkt alsof ze met me wil praten, maar niet goed weet hoe te beginnen. Dan besluit ik zelf om de confrontatie aan te gaan. Ik vertel haar over het werkje dat ik vond en vraag haar waarom ze het gezin als onveilig ervaart.  Ze verkleurt lichtjes en bekent dan dat dat komt door de uitspraken van haar vader. Ik schrik er zelf van. Arte en haar papa, steeds twee handen op één buik.  Ik zeg haar dat ik het begrijp, dat het voor haar soms niet haalbaar is om zijn goedbedoelde raad te volgen, maar dat hij het doet om goed te doen. Dat hij niet perfect is.  Hij niet, mama niet ,Tia niet en… Ik laat haar zelf aanvullen. Ze heeft de boodschap begrepen en we moeten er samen om lachen.

Ik weet niet goed wat ik moet doen met die informatie: mijn man inlichten of niet. Uiteindelijk zeg ik hem dat ik weet waarom Arte ons gezin als onveilig percipieert, maar tot zijn frustratie houd ik het antwoord voor mezelf.  Ik vind dat hij het zelf aan Arte moet vragen. Misschien krijgt hij een ander antwoord dan ik. Hij begint te gissen, raadt dat hij de oorzaak is, maar ik blijf bij mijn standpunt en los niets. Te laat bedenk ik dat ik Arte op die manier misschien in een moeilijk parket breng. Maar ach, Arte en haar vader, dat zijn twee handen op één buik. Twee dagen later is de lucht opgeklaard.  Arte heeft gezegd wat op haar lever ligt en haar vader heeft naar haar geluisterd.  Het lijkt alsof er een last van haar schouders gevallen is.

Inmiddels is de kinderpsychologe ingeschakeld. De intake deden we samen, de volgende sessies, een viertal tot nog toe, ging Arte telkens alleen. Het doet haar duidelijk deugd om haar hart te luchten bij een buitenstaander. Ze kijkt er naar uit en is opvallend goed gezind als ik haar ga oppikken. Vreemd… Ik heb altijd gedacht dat ik als moeder mijn kind door en door zou kennen en begrijpen. Haar vader bleek dit al spoedig beter te doen.  Tot voor kort. Aanvankelijk kon hij dit maar moeilijk verkroppen. Straks is er iemand anders die haar misschien nóg beter kent en begrijpt. Ik aanvaard het, maar gemakkelijk is het niet. Verstandelijk weet ik dat ikzelf, noch mijn man, therapeut kan zijn voor ons kind.  Gevoelsmatig heb ik er de pest in.

Dit hoort ook bij het loslaten zeker? Al had ik me dat lichtjes anders voorgesteld. Stilletjes begin ik door te hebben waar het ouderschap om draait. Denk ik.