Archief | februari, 2013

kan iemand me hier van dat internet wegjagen aub?

20 Feb

Ge moogt er nu al mee beginnen.  Dan begin ik aan mijn tekst.

Advertenties

jezelf verliezen in de puinhoop van je huishouden

16 Feb

I’m a desperate housewife.  Met andere woorden, mijn huishouden maakt mij wanhopig.  Ik heb het niet  meer onder controle, eigenlijk nooit gehad, maar het gaat van kwaad naar erger. En opeens lijk ik er niet meer tegen te kunnen.

Ik woon in een mooi (al zeg ik het zelf) en ruim huis en toch slaag ik er niet in om het tot zijn recht te doen komen. Niet in de living, niet in de keuken, zelfs niet op de WC.  Overal maak ik er een zooitje van. “Geef jezelf niet volledig de schuld,” hoor ik je luidop denken, ” want je leeft er toch niet alleen in.”

Dat klopt als een zwerende vinger, maar ik ben wel diegene die minder werkt om het huishouden te runnen. En dat doe ik ook, dat runnen, maar niet het huishouden. En eigenlijk word ik toch ook geacht om als moeder de vrouw het goede voorbeeld te geven, niet?  Onlangs was mijn schoonzus uit de doeken aan het doen hoe haar kinderen  er niet in slagen om op te ruimen.  “Ze nemen iets vast en ze verplaatsen het van punt A naar punt B en dan denken ze dat ze hebben opgeruimd,”  verklaarde ze geërgerd. Ik zweeg wijselijk. Iets verplaatsen van A naar B zou hier al een grote vooruitgang betekenen. Mijn opruimalfabet eindigt immers vaak al bij de eerste letter.  Dit tot grote ergernis van mijn man, nochtans ook geen pietje precies.  Als dat wel zo was, waren we wellicht geen stel meer.

Typerend voor een échte sloddervos is dat er overal in huis zaken rondslingeren.  Ergens een knoopje gevonden?  Dan ligt dat wekenlang op het werkblad in de keuken te wachten totdat  het terug aangenaaid wordt, wat echter zelden gebeurt.  In het beste geval belandt het na een maand of zo in een bakje bij andere knoopjes.  Een kleurrijk armbandje met dikke kralen aangehad dat hindert als je een nieuw logje typt? Het storende sieraad blijft maanden ter decoratie verdwaald langs het klavier liggen, totdat je het nodig hebt en het eindelijk terug vindt nadat je er uren tevergeefs naar gezocht hebt. Een echte sloddervos besteedt best wat overbodige tijd aan zoeken op de meest onlogische plaatsen. Kwatongen beweren dat ‘zaken laten rondslingeren’ ook kenschetsend is voor een luierik.

Daarnaast verontschuldigt een echte sloddervos zich niet voor zijn zwijnenstal, wanneer er onverwachts iemand langskomt.  Hij of zij voelt zich hooguit een beetje ongemakkelijk.  Trouwens, als er aangekondigd bezoek is, wil dit niet betekenen dat er netjes opgeruimd is. Veel spulletjes geraken immers niet verder dan B.  Een sloddervos ergert zich bijgevolg mateloos aan ongeslodderden die zich wél verontschuldigen voor de ‘ravage’ in hun huis. Temeer omdat deze vermeende rommel hooguit betrekking heeft op een akelig netjes opgeplooide krant op de keukentafel.   Een sloddervos verschuilt zich achter het motto dat een huis dient om in te leven en voelt zich bovendien het meest op zijn gemak bij een soortgenoot. Het voelt een beetje aan als thuiskomen.

Onlangs ontdekte ik een tv-programma waarbij mensen met een extreme vorm van verzamelwoede worden afgeholpen van hun verslaving.  Hun huis stond dermate overhoop dat het helemaal niet meer leefbaar was, gewoon omdat je er geen poot meer in kon verzetten zonder iets te horen kraken of knisperen onder je voeten. Aanvankelijk vond ik  het troostend te beseffen dat er mensen zijn die nog een graadje erger zijn dan ikzelf. Totdat ik tot het besef kwam dat ik zelf eigenlijk ook aan een milde vorm van verzamelwoede lijd.  Niet alleen omdat ik dingen verzamel, maar meer omdat ik geen dingen kan weggooien. Zoals bijvoorbeeld plastic zakjes.  Ik probeer het krijgen ervan te beperken door een box mee te nemen als ik huishoudengerelateerde inkopen doe. Doch bij andere aankopen, zoals schoenen of kleren, krijg je toch weer van die zakjes mee. Die worden dan netjes (?!) bewaard omdat ze mogelijks wel eens van pas kunnen komen.  Op den duur echter puilt de kast uit met zakjes en als manlief dit dan in de mot krijgt, maakt hij er korte metten mee en gooit hij die zonder pardon allemaal in de vuilnisbak, zelfs de chiquere zakjes met de allures van een boodschappentas.  Hij beseft echter niet dat mijn plastieken hebbedingetjes er terug worden uitgevist zodra hij zijn rug keert.  Ah ja, want het kan toch altijd eens van pas komen, zo’n zakje. En je zal het zien, net als je er eentje nodig hebt, zijn ze allemaal geliquideerd.

Ondanks mijn lichte obsessie voor zakjes, toch een soort van opbergdingen, is opruimen dus absoluut mijn dada niet.  Ik slaag er bovendien niet goed in om een onderscheid te maken tussen hoofd-en bijzaken, waardoor ik met een hoop rommel opgescheept zit.  Op dit vlak ben ik lichtjes erfelijk belast vrees ik.  Ook mijn ouders bewaren van alles en nog wat.  Hebben we stukken aan ons droogkast?  Wellicht heeft mijn vader nog ergens een tweedehands onderdeel liggen waarmee we het terug aan de praat te krijgen.  Een tijdje geleden ontdekte ik trouwens dat de ‘nieuwe’ slakom van mijn moeder het glazen bolle raampje is van een oude wasmachine. Op zich wel milieuvriendelijk en vindingrijk, deze vorm van recycleren, maar het bezorgt je wel veel rommel.

Een ander heikel punt hier in huis zijn rondzwevende sokken.  Enfin, echt zweven doen ze niet, maar het lijkt wel of ze een eigen leven leiden.  Zelden blijven ze bij elkaar om tegelijkertijd in de wasmachine te kruipen. Elk gezinslid heeft minstens dertig paar en toch moet ik regelmatig op zoek gaan naar een matchend duo. Was wegbergen, en vooral sokken, is het ergste wat er is!  Ongeveer eens per maand doe ik aan een soort van sokkenpuzzelen en probeer ik de andere gezinsleden bij mijn ‘spelletje’ te betrekken.  Er belanden dan minstens honderd kousen op de livingvloer die van een partner dienen voorzien te worden. Bij voorkeur een partner met dezelfde structuur en kleur.  Telkens blijven er een twintigtal singles over, die opnieuw in een bakje belanden in de hoop dat hun vermiste partner ooit, bij voorkeur gewassen en gedroogd, terug opduikt.

Dit geschreven zijnde, moet ik nu even de clou van dit verhaal gaan zoeken vooraleer het te lang wordt. Maar waar? Tussen de single sokken misschien?

Ach, I’m a desperate housewife.

verwarring omtrent een k*t(lijn)

2 Feb

Deze morgen tijdens het ontbijt viel mijn oog op de gezinskrant van de Bond. Eigenlijk vind ik dat wel een zinvol veertiendaags weekblad.  Toch kom ik er er zelden aan toe om erin te lezen. Ik overloop het meestal diagonaal en soms vliegt het ook ongelezen verticaal de papiermand in.

Niet deze morgen dus.  Mijn oog viel sinds lang geleden zelfs nog eens op de rebus. Ik zocht en vond een pen die schrijft (geen sinecure in dit huis) en probeerde het tekenraadsel zo snel mogelijk op te lossen.  En dat op nuchtere maag.  Ik overzag de wirwar van tekeningetjes en vulde kriskras hier en daar een woordje in. Toen viel mijn oog op de laatste tekening.

“Moet je nu eens horen,” lichtte ik mijn wederhelft in “de spreuk van de rebus in de Bond eindigt op kut. Dat vind ik straf.” Onmiddellijk had ik zijn onverdeelde aandacht en ook die van onze  kinderen.

“Neen, ik vergis me.  Het kan ook kutlijn zijn,” vervolgde ik en ik verduidelijkte dat er duidelijk een kustlijn (verschillende badplaatsen die met een lijn met elkaar verbonden zijn) getekend stond, waarbij de S diende weggelaten te worden.

Nu was ik pas goed wakker. Of toch nog niet helemaal.

“Scepticisme is de troost van wie lui is, want ze plaatst de onwetende op gelijke voet met de kut(lijn),” las ik luidop voor.

Dat was een filosofische uitspraak* waarover ik wel even moest  nadenken.  Zelfs ook nog toen ik  ontdekte dat het omstreden woord eigenlijk Westende moest zijn.

 

 

*van de Britse filosoof Bertrand Russel! (1872-1970)