Archief | oktober, 2012

met vallen en opstaan

17 Okt

Sinds kort heb ik op het werk een stagiair in mijn kielzog.  Een boeiende maar ook vermoeiende bezigheid.  Negen weken lang kan ik niet meer ongegeneerd in mijn neus peuteren, een onhoorbaar scheetje laten of stiekem snoepen op mijn bureau zonder pottenkijker of lekker onprofessioneel niet al te vleiende woorden mompelen als ik de telefoon inhaak nadat mijn geduld weer eens danig op de proef werd gesteld.

Anderzijds is het een heerlijke confrontatie met mezelf als beginnend maatschappelijk werker.  Bij een stagiair vind je immers je idealisme en naïviteit van weleer terug.  Het begint al met de vraag waarom iemand kiest voor het beroep van sociaal assistent.  Het meest courante antwoord is ‘omdat ik graag mensen help’.  Bij mij was dit niet anders.  Inmiddels ben ik er achter dat het échte antwoord minder altruïstisch is dan ik aanvankelijk dacht. Trouwens, bestaat zuiver altruïsme wel?  Ik vermoed van niet.  Bij elke handeling is er altijd wel een achterliggend belang, dat – al dan niet zichtbaar – aanleunt bij eigenbelang.

Het is prettig om te zien hoe mijn cliënten hun leven weer terug op de rails krijgen.  Maar als ik eerlijk ben, minstens zo fijn als dit feit op zich is het feit dat ik daaraan meegeholpen heb en dat dit dus deels mijn verdienste is. Of anders geformuleerd, het geeft mijn leven zin. En het mooie eraan is dat ik er nog voor betaald wordt ook en nog niet eens zo heel slecht, wat men ook van de sociale sector mag beweren.  Dit in tegenstelling tot nobele vrijwilligers die vaak ook zingeving halen uit hun taak, doch er niet extra voor be’loon’d worden.

Als ik bij een begin van een stage de beoordelingsformulieren lees, schrik ik altijd van de competenties die je als hulpverlener verondersteld wordt te hebben.  Zo ook bij vacatures die in de krant staan.  Het mag een wonder heten dat ik  afgestudeerd, laat staan, aan werk geraakt ben. Ach, niemand is perfect in zijn job, vermoed ik.  Een opleiding biedt wel een stevige basis, maar het vak zelf leer je toch vooral op de werkvloer, met vallen en opstaan.

In mijn beroep zijn er twee belangrijke valkuilen, waar vrijwel iedere pas afgestudeerde maatschappelijk werker met open ogen intuimelt.

Aanvankelijk ben je zo gemotiveerd dat je àlle problemen wil (helpen) oplossen. Heel ambitieus, maar vooral heel naïef. Stuit je bijvoorbeeld op een familieruzie, dan hoop je, vanuit je inherent idealisme, middels bemiddeling de familievrede te kunnen herstellen.  Blijf er echter met je poten vanaf, het spaart je onnodige frustraties. Geen enkele oorlog is  immers ingewikkelder en onoplosbaarder dan diepgewortelde familiekwesties. Bovendien liggen er niet zelden geldzaken aan de basis. Geld heeft een vreemd, ongunstig en bovendien vaak onzichtbaar, maar vooral onuitwisbaar effect op mensen.

Een tweede valkuil is dat je problemen zo snel mogelijk wil oplossen. Geef echter niet toe aan de manipulaties van je cliënt die je zal proberen te overtuigen om snelle oplossingen aan te reiken door in te spelen op je gemoed. Hulpverleners zijn immers vaak zachtaardige mensen die menselijke fouten gemakkelijker door de vingers zien dan de doorsnee medemens. Een diepgeworteld bestedingsprobleem los je echter niet op door met cash geld een brandje te blussen.  Neen, het vereist een structurele aanpak, zoals budgetbeheer, want voor je het weet staat heel de boel in de fik, waartegen geen enkele geldstroom opgewassen is.  Deze aanpak moet je echter zien verkocht te krijgen aan je cliënt en dat is geen simpele opdracht. Het druist immers in tegen je neiging om het probleem zo snel mogelijk op te lossen én tegen je zachte karakter dat moet weerstaan aan de smeekbede van de cliënt voor de snelle oplossing, waarvan je ten volle beseft dat deze slechts tijdelijk is. Soms is het zelfs nodig om een probleem te laten escaleren – wie niet horen wil, moet voelen -, omdat dit de enige manier is om medewerking te krijgen van je cliënt.  Als watje blijf ik dit moeilijk vinden. Eigenlijk is het niet anders dan opvoeden.  Je kan niet alles toegeven aan je kinderen. Opdat hun persoonlijkheid kan groeien en versterken, moeten ze met frustraties en teleurstellingen leren omgaan.

Zelfs al geef je een stagiaire tal van concrete voorbeelden van vermelde valkuilen, toch is de kans groot dat hij er met beide voeten intrapt, zodra hij in het werkveld staat. Geen probleem, integendeel, want net zoals bij kleine kinderen leert hij het best met vallen en opstaan.

Trouwens, zelfs na ruim vijftien jaar doe ik nog regelmatig een diepe duik.  Al komt het minder frequent voor.  Struikelen daarentegen…