Archief | augustus, 2012

benen met karakter

25 Aug

’t Was bloedheet. Zo heet zelfs dat mijn bejaarde moeder geen lelijke bruine panty’s droeg en schaamteloos haar blote benen, in de lauwe schaduw van een lindeboom, aan de buitenwereld toonde.  Ik gluurde naar het ruwe landschap op haar onderbenen. Een hobbelig bobbelig landschap doorkruist  met blauw-paarsachtige rivieren.  In de loop der jaren leek het nog ruwer geworden te zijn en vooral voorzien van nog dikkere bloedstromen.

Vervolgens keek ik naar mijn eigen benen.  Zevenendertig jaar jonger dan de hare. Echter geleidelijk aan op weg om eveneens een landkaart te worden van een onbestaand gebied. Mijnheer Doktoor wimpelde mijn klaagzang weg toen ik hem erover aansprak. Ik kreeg een uitgebreide medische uitleg over het onnut van een operatie, die de riviertjes moeten doen uitdrogen en de ondergrond moeten effenen.  Verder kreeg ik het advies om in beweging te blijven en hij prees me overvloedig toen hij vernam dat ik nog steeds drie tot vier keer per week mijn benen sneller doe bewegen. Goed voor mijn benen, goed voor mijn cholesterol, goed voor mijn bloeddruk.  Hij vond me een voorbeeldige vrouw, ten minste zolang ik niet bleef zagen over zaken die er in wezen niet toedoen.

Vervolgens keek ik naar de benen van mijn zus.  Vijf  jaar ouder dan de mijne, minstens tien cm langer en ongerept.  De sproetjes niet meegeteld.  Mijn moeder, die als kind vies was van sproeten en daarom weigerde om een ros overmatig besproet klasgenootje een handje te geven, trouwde een sproetenman en kreeg vier sproetenkinderen. Of toch bijna, want de jongste, ik dus, lijk fysiek het meeste op haar en heb dus minder ‘last’ van sproeten dan de anderen.  Sproetjes zijn leuk, zolang je er niet uitziet alsof een zwerm vliegen je bescheten heeft.

Tijdens de derde ‘vervolgens’ maakte ik luidop een opmerking over de lelijke benen van mijn moeder en mijn vrees dat de mijne deze ooit zullen evenaren.  “Zo’n benen zijn niet mooi,” stelde ook mijn vader vast.  “Maar ach, ik doe haar er toch niet voor weg.” En ondertussen kneep hij mijn moeder liefdevol in haar rechterknie.  Ze giechelde zachtjes. “Moeke had ongelooflijk gladde benen voor haar leeftijd. Er vielen zelfs geen fijne rode lijntjes op de bespeuren,” sprak mijn moeder haar bewondering uit voor de benen van haar schoonmoeder, die bij ons inwoonde tot ze stierf. Waarmee het onderwerp werd afgesloten.

Enkele uren later kuierden mijn man en ik naar huis.  “Waarom kan ik niet de benen van mijn grootmoeder hebben?” mopperde ik opnieuw. “Ach, ik vind de benen van je moeder niet lelijk.  Ik vind het eigenlijk best wel fascinerend om te zien hoe die aders lopen.  Het integreert mij om te zien hoe een mens technisch in elkaar zit.  Neen, ik vind dat echt niet storend.”  En dan besloot mijn man: “Dat zijn tenminste benen met karakter!”

Beter had hij me niet kunnen troosten.

Advertenties

hoe je van een hatelijke bezigheid een favoriet tijdverdrijf maakt

8 Aug

Heel eenvoudig: je kwakt je stoomgenerator tegen de grond en koopt een nieuwe.

Van een simpel aldi-strijkijzerke overschakelen  naar een degelijke stoomgenerator is zo ongeveer hetzelfde als een gammele fiets inruilen voor een dure sportwagen.  Voor iemand die een hekel heeft aan huishoudelijke taken, maar er  nog een grotere hekel aan heeft om deze uit handen te geven, is de aanschaf van een stoomgenerator geen overbodige luxe.  Dit ontdekte ik een vijftal jaar geleden.

Nochtans had ik een beetje pech met mijn nieuwe toestel, want in het begin lekte hij als een zeef. Ik bracht hem terug binnen bij de plaatselijke elektrozaak annex huishoudtoestellenwinkel waar ik hem kocht en die bekend staat om zijn goede service. “Dat hij een beetje lekt is normaal, hoor” sprak de verkoper me belerend toe.  Toen ik hem duidelijk maakte dat hij niet lekte op de normale plaats, opperde hij dat onze vloer misschien scheef lag waardoor de stoom in een geultje naar die plek dreef.  Ik  weerlegde deze stelling door te verklaren dat we in een nieuwbouwwoning wonen en dat  onze vloerder heus wel zijn stiel verstond. Toen ik het apparaat een kleine week later ging ophalen, bleek de fabrikant ergens een rubbertje vergeten te zijn.

De verkoper verontschuldigde zich, maar bleef precies een beetje gebukt onder schuldgevoelens.  Pas een week later begreep ik waarom. Mijn vriendin kwam onverwachts langs en toen haar oog op mijn strijkijzer viel, vroeg ze of ik er onlangs stukken aan gehad had. Omdat ik haar niet systematisch bel voor dergelijke trivialiteiten keek ik haar verbaasd aan omwille van haar wetendheid. Bleek dat ze in dezelfde periode bij dezelfde elektrowinkel een koekepan wou gaan kopen.  Vooraleer ze echter een woord kon uitbrengen, kreeg ze een uitgebreide uitleg over het mankement van een toestel van de vorige klant. Althans dat dacht ze. Te beleefd om de man zijn –  voor haar compleet irrelevante –  verhaal te onderbreken, wachtte ze gelaten tot hij uitgeraasd was. Vervolgens verdween hij plotsklaps uit beeld om dan met een grote doos mét stoomgenerator – de mijne dus, maar dat had je al begrepen – terug te keren.  In plaats van het ding aan te nemen, meldde mijn vriendin dat die niet aan haar toebehoorde en dat zij voor een koekepan langskwam, waarna de brave man zich realiseerde dat hij zich van persoon vergist had.  Mijn vriendin en ik lijken nauwelijks op elkaar, we hebben inderdaad allebei twee armen, twee benen, een lijf en een hoofd, maar daar houdt de gelijkenis dan ook op. Behalve onze achternaam: we heten beiden Peeters, (benieuwd hoeveel facebookvriendschapsverzoeken Joke Peeters nu gaat krijgen. Sorry meiske, mea culpa!) wat de enige verklaring kan zijn voor zijn vergissing. Zodra mijn vriendin vernam dat het om mijn strijkijzer ging, had ze spijt dat ze het niet gewoon had aangenomen.  En ik ook, want ik had mans gezicht wel willen zien, als ik mijn herstelde stoomgenerator ging oppikken, terwijl deze met het verkeerde baasje meegegeven was.

Vijf jaar lang heeft dat toestel me goede diensten bewezen.  Ongeveer de te verwachten levensduur.  De laatste tijd was hij opnieuw een beetje incontinent.  Deze keer door mijn eigen fout, want ik had het waterreservoir eens laten vallen.  Door de kalkafzetting ingevolge dit lek zag het toestel er niet meer zo appetijtelijk uit, maar het zou dienst doen totdat het volledig afgeschreven was. Gisteren was het onfortuinlijke lot me gunstig gezind. Mijn strijkplank heeft normaliter een vaste stek omdat ik te lui ben om heel dat spullement telkens weer op te ruimen. Omwille van verfwerkzaamheden aan het plafond had ik alles tijdelijk afgebroken en nadien terug opgebouwd.  Tijdens het strijken werd ik gewaar dat ik mijn plank te hoog gezet had en ik wou dit euvel snel even verhelpen door de hoogte aan te passen zonder mijn strijkijzer in veiligheid te brengen.  Zo kwam ik tot de ontdekking dat een strijkijzer annex stoomgenerator niet kan vliegen. Na zijn onzachte landing was het beestje helemaal van zijn melk en hoewel het nog marcheerde kon het letterlijk geen stoom meer aflaten.

Binnen het uur had ik een nieuw exemplaar gekocht, grotendeels betaald met ecocheques, en mijn afdankertje netjes ingeleverd. Van een dure sportauto ben ik nu  geëvolueerd naar een megasnelle straaljager. Strijken is echt fun nu.

Alleen jammer dat mijn gestreken was niet zelf in de kast kan vliegen. Over vijf jaar misschien?