een rijk in het oosten

31 Jul

Bij bloggen.be beschreef ik hoe we enkele jaren geleden eerder toevallig in Spanje belandden en vooral waarom Klaasjes land van herkomst (klopt niet helemaal, want eigenlijk is hij een Turk, heb ik me laten vertellen, enfin, de enige echte bedoel ik, die andere echte, die ik nog steeds papa noem,  is een onvervalste onbebaarde Belg) niet tot onze favoriete vakantiebestemming promoveerden.

Deze promotie ging naar een rijk in het oosten, bekend om zijn natuurlijke eenvoud en eenvoudige natuur, die in al haar schoonheid tezelfdertijd heel indrukwekkend is, ook bekend om zijn loslopende loeiende en luidende koeien, knödel, schnaps und schnitzel en ouderwetse folklore.

We ontdekten bovendien dat Oostenrijk:

– bijzonder kindvriendelijk is (lees: kinderen mogen gratis mee, in sommige hotels zelf tot de leeftijd van 14 jaar.  Gelukkig vond mijn eerste bevruchting ergens  in januari plaats waardoor we nog een jaartje langer van dit voordeel kunnen genieten)

– een hoogseizoen heeft in de winterperiode, waardoor er in de zomer vaak extra promoties zijn, die bovendien onderling cumuleerbaar zijn.  Het extra telwerk neem ik er met veel plezier bij.

– een keuken biedt die tegemoetkomt aan een veelvraat zoals ik, waardoor – ondanks het dagelijkse calorieverbruik (naar Oostenrijk trek je immers om te wandelen, niet om te lanterfanten) -mijn broek tijdelijk onder hoogspanning komt te staan, vooral ter hoogte van de knoop die er net niet afknapt.

– opvallend weinig Nederlanders aantrekt.  Blijkbaar zitten die in het dubbel zo dure la douce France of in één of andere sleurhut. Of deze vaststelling een voor-of nadeel is, laat ik diplomatisch aan het oordeel van de lezer over.

Toegegeven, de vierde keer op rij  dat we  naar ons rijk in het oosten trekken, is de hevige verliefdheid van in het begin verdwenen. Doch deze heeft plaats geruimd voor een blijvende liefde, die –  ook al durft de sleur er een beetje in te sluipen (wat anderzijds ook een prettige vertrouwdheid impliceert)-  alles overwint, net zoals in mijn huwelijk dus.

Ondanks het feit dat we ons dit jaar naar het  hoogste dorp begaven (op 2020 m) en ondanks de slechte computerweersvoorspellingen (die me bijna naar Lloret de Mar deden smachten, doch niet echt), waren de weergoden ons gunstig gezind.  We kregen het weer dat we verdienden: zonnig met af en toe een donderslag, net zoals in mijn huwelijk dus.

Net zoals voorgaande jaren bestond onze vakantie hoofdzakelijk uit volgende activiteiten: stevige bergwandelingen, gevolgd door nattigheid in het zwembad en/of  in de sauna, afgewisseld met enkele culturele uitstapjes, ’s morgens en ’s avonds uitgebreid tafelen (tijdens mijn verblijf in een hotel volg ik een cholesterol-, suiker- en zoutrijk dieet), enkele échte boeken lezen (dit is er dit jaar helaas bij ingeschoten, misschien lag de lectuur die ik had meegenomen wat zwaar op de hand o.a. een boek van Manu Keirse over rouwverwerking), ’s avonds gezellig socializen met de andere hotelgasten die na thuiskomst wel eens facebookvrienden durven worden.

Dit jaar waren er toch weer enkele memorabele momenten.

Zo was er de ontmoeting met de mysterieuze hotelgaste. Vanaf het ogenblik dat ik betreffende vrouw in het vizier kreeg, was er een gevoel van herkenning, al kon ik haar niet onmiddellijk thuisbrengen. Mijn gevoel ging echter dieper dan louter herkenning.  Niet alleen voelde ik sympathie voor haar, doch ook een onverklaarbare verbondenheid, die ik niet kon duiden omdat ik me niet voor de geest kon halen in welke context ik haar eerder ontmoet had.  Omdat ik beroepshalve regelmatig gesprekken voer, die me persoonlijk verrijken, vermoedde ik dat ik de ontmoeting in deze context moest situeren.  En dat was ook de hoofdreden waarom ik de vrouw in kwestie niet aansprak.  Echter, toen mijn man na enkele dagen tijdens het ontbijt, eveneens aangaf  de vrouw in kwestie “ergens” van te kennen, vervielen mijn deontologische bezwaren om haar aan te spreken.  Net op dat ogenblik zocht zij echter zelf contact.  Spoedig vonden we the missing link.  Het bleek mijn nichtje Karen te zijn, het nichtje dat mij het leven hielp – en soms nog helpt – relativeren. De mysterieuze hotelgaste, laat ik haar Sabine noemen, was haar beste vriendin geweest en had bij haar gewaakt tot aan haar laatste zucht. Inmiddels zijn we vijftien jaar verder.  Ik denk dat ik na Karens overlijden zelfs geen woord gewisseld heb met Sabine, en toch voelde ik al die dagen een verbondenheid met haar.  Ik verliet de ontbijttafel met een brok in de keel.

We deden een wandeling naar de Sulzkogel, de hoogste berg (3016 m) in de omgeving.  Toen we na wat adembenemend geklauter de top bereikten en een dito uitzicht kregen, leek het alsof we op het dak van de wereld stonden. We waren volledig – echt 360° rondom ons – omgeven door rotsachtige bergen met nauwelijks groen waardoor de wereld onbewoond leek. Een beetje eng, dat robuuste, onherbergzame, maar anderzijds ook van een onbeschrijflijke schoonheid. Zelfs de nuchterste mens zou er spiritueel van worden.

Op de terugweg passeerden we voor de tweede maal een bruine steen die goudachtig schitterde in de zon. Ik verklaarde mijn man, een steenfetisjist, voor gek toen hij zijn rugzak ledigde om het twintig kilogram wegende kleinood mee te smokkelen. In gedachten zag ik eerst de naden van zijn rugzak scheuren en daarna zijn rug. Toen de kei te groot bleek om in een rugzak te verdwijnen, gaf de andere keikop het niet op en droeg hij, alsof het zijn eigen broedsel was, bruintje naar beneden. We hadden nog ruim een uur te gaan en hij hield het minstens een halve minuut vol. Met spijt in het hart maakte hij zijn hart van steen en deponeerde hij zijn steen met een hart voorzichtig langs de kant van de straat.   In een flits kreeg ik een briljant idee.  Hij kon toch met de auto terugkomen en hem gewoon oppikken.  Dat we daar niet eerder aan gedacht hadden!  Deze simpele oplossing bleek echter iets te simplistisch te zijn, want per auto was deze weg enkel toegankelijk voor bevoegden.  Dat had de steenfetisjist natuurlijk al onmiddellijk in de smiezen gehad. Echter als geroepen passeerde er op dat ogenblik net een auto.  Met wiekende armen sprong mijn man voor hem in alsof het een noodgeval betrof.  Gelukkig waren de mannen bereid om eerste hulp bij noodgevallen te verlenen en ze dropten de kei  in de buurt van een kabelbaan, een halve kilometer verwijderd van ons hotel.  Ruim een uur later sloot mijn man bruintje terug in zijn armen en nu prijkt hij aan onze voordeur, alwaar hij zijn oude dag mag slijten.

Tenzij we volgend jaar een mooier exemplaar vinden om zijn plaats in te nemen.

Stenen zijn immers vervangbaar…

Advertenties

15 Reacties to “een rijk in het oosten”

  1. chrissebie 8 augustus 2012 bij 7:37 pm #

    Ik snap dat het weerzien met de mysterieuse damen iets onwezenlijks had!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: