Archief | juli, 2012

een rijk in het oosten

31 Jul

Bij bloggen.be beschreef ik hoe we enkele jaren geleden eerder toevallig in Spanje belandden en vooral waarom Klaasjes land van herkomst (klopt niet helemaal, want eigenlijk is hij een Turk, heb ik me laten vertellen, enfin, de enige echte bedoel ik, die andere echte, die ik nog steeds papa noem,  is een onvervalste onbebaarde Belg) niet tot onze favoriete vakantiebestemming promoveerden.

Deze promotie ging naar een rijk in het oosten, bekend om zijn natuurlijke eenvoud en eenvoudige natuur, die in al haar schoonheid tezelfdertijd heel indrukwekkend is, ook bekend om zijn loslopende loeiende en luidende koeien, knödel, schnaps und schnitzel en ouderwetse folklore.

We ontdekten bovendien dat Oostenrijk:

– bijzonder kindvriendelijk is (lees: kinderen mogen gratis mee, in sommige hotels zelf tot de leeftijd van 14 jaar.  Gelukkig vond mijn eerste bevruchting ergens  in januari plaats waardoor we nog een jaartje langer van dit voordeel kunnen genieten)

– een hoogseizoen heeft in de winterperiode, waardoor er in de zomer vaak extra promoties zijn, die bovendien onderling cumuleerbaar zijn.  Het extra telwerk neem ik er met veel plezier bij.

– een keuken biedt die tegemoetkomt aan een veelvraat zoals ik, waardoor – ondanks het dagelijkse calorieverbruik (naar Oostenrijk trek je immers om te wandelen, niet om te lanterfanten) -mijn broek tijdelijk onder hoogspanning komt te staan, vooral ter hoogte van de knoop die er net niet afknapt.

– opvallend weinig Nederlanders aantrekt.  Blijkbaar zitten die in het dubbel zo dure la douce France of in één of andere sleurhut. Of deze vaststelling een voor-of nadeel is, laat ik diplomatisch aan het oordeel van de lezer over.

Toegegeven, de vierde keer op rij  dat we  naar ons rijk in het oosten trekken, is de hevige verliefdheid van in het begin verdwenen. Doch deze heeft plaats geruimd voor een blijvende liefde, die –  ook al durft de sleur er een beetje in te sluipen (wat anderzijds ook een prettige vertrouwdheid impliceert)-  alles overwint, net zoals in mijn huwelijk dus.

Ondanks het feit dat we ons dit jaar naar het  hoogste dorp begaven (op 2020 m) en ondanks de slechte computerweersvoorspellingen (die me bijna naar Lloret de Mar deden smachten, doch niet echt), waren de weergoden ons gunstig gezind.  We kregen het weer dat we verdienden: zonnig met af en toe een donderslag, net zoals in mijn huwelijk dus.

Net zoals voorgaande jaren bestond onze vakantie hoofdzakelijk uit volgende activiteiten: stevige bergwandelingen, gevolgd door nattigheid in het zwembad en/of  in de sauna, afgewisseld met enkele culturele uitstapjes, ’s morgens en ’s avonds uitgebreid tafelen (tijdens mijn verblijf in een hotel volg ik een cholesterol-, suiker- en zoutrijk dieet), enkele échte boeken lezen (dit is er dit jaar helaas bij ingeschoten, misschien lag de lectuur die ik had meegenomen wat zwaar op de hand o.a. een boek van Manu Keirse over rouwverwerking), ’s avonds gezellig socializen met de andere hotelgasten die na thuiskomst wel eens facebookvrienden durven worden.

Dit jaar waren er toch weer enkele memorabele momenten.

Zo was er de ontmoeting met de mysterieuze hotelgaste. Vanaf het ogenblik dat ik betreffende vrouw in het vizier kreeg, was er een gevoel van herkenning, al kon ik haar niet onmiddellijk thuisbrengen. Mijn gevoel ging echter dieper dan louter herkenning.  Niet alleen voelde ik sympathie voor haar, doch ook een onverklaarbare verbondenheid, die ik niet kon duiden omdat ik me niet voor de geest kon halen in welke context ik haar eerder ontmoet had.  Omdat ik beroepshalve regelmatig gesprekken voer, die me persoonlijk verrijken, vermoedde ik dat ik de ontmoeting in deze context moest situeren.  En dat was ook de hoofdreden waarom ik de vrouw in kwestie niet aansprak.  Echter, toen mijn man na enkele dagen tijdens het ontbijt, eveneens aangaf  de vrouw in kwestie “ergens” van te kennen, vervielen mijn deontologische bezwaren om haar aan te spreken.  Net op dat ogenblik zocht zij echter zelf contact.  Spoedig vonden we the missing link.  Het bleek mijn nichtje Karen te zijn, het nichtje dat mij het leven hielp – en soms nog helpt – relativeren. De mysterieuze hotelgaste, laat ik haar Sabine noemen, was haar beste vriendin geweest en had bij haar gewaakt tot aan haar laatste zucht. Inmiddels zijn we vijftien jaar verder.  Ik denk dat ik na Karens overlijden zelfs geen woord gewisseld heb met Sabine, en toch voelde ik al die dagen een verbondenheid met haar.  Ik verliet de ontbijttafel met een brok in de keel.

We deden een wandeling naar de Sulzkogel, de hoogste berg (3016 m) in de omgeving.  Toen we na wat adembenemend geklauter de top bereikten en een dito uitzicht kregen, leek het alsof we op het dak van de wereld stonden. We waren volledig – echt 360° rondom ons – omgeven door rotsachtige bergen met nauwelijks groen waardoor de wereld onbewoond leek. Een beetje eng, dat robuuste, onherbergzame, maar anderzijds ook van een onbeschrijflijke schoonheid. Zelfs de nuchterste mens zou er spiritueel van worden.

Op de terugweg passeerden we voor de tweede maal een bruine steen die goudachtig schitterde in de zon. Ik verklaarde mijn man, een steenfetisjist, voor gek toen hij zijn rugzak ledigde om het twintig kilogram wegende kleinood mee te smokkelen. In gedachten zag ik eerst de naden van zijn rugzak scheuren en daarna zijn rug. Toen de kei te groot bleek om in een rugzak te verdwijnen, gaf de andere keikop het niet op en droeg hij, alsof het zijn eigen broedsel was, bruintje naar beneden. We hadden nog ruim een uur te gaan en hij hield het minstens een halve minuut vol. Met spijt in het hart maakte hij zijn hart van steen en deponeerde hij zijn steen met een hart voorzichtig langs de kant van de straat.   In een flits kreeg ik een briljant idee.  Hij kon toch met de auto terugkomen en hem gewoon oppikken.  Dat we daar niet eerder aan gedacht hadden!  Deze simpele oplossing bleek echter iets te simplistisch te zijn, want per auto was deze weg enkel toegankelijk voor bevoegden.  Dat had de steenfetisjist natuurlijk al onmiddellijk in de smiezen gehad. Echter als geroepen passeerde er op dat ogenblik net een auto.  Met wiekende armen sprong mijn man voor hem in alsof het een noodgeval betrof.  Gelukkig waren de mannen bereid om eerste hulp bij noodgevallen te verlenen en ze dropten de kei  in de buurt van een kabelbaan, een halve kilometer verwijderd van ons hotel.  Ruim een uur later sloot mijn man bruintje terug in zijn armen en nu prijkt hij aan onze voordeur, alwaar hij zijn oude dag mag slijten.

Tenzij we volgend jaar een mooier exemplaar vinden om zijn plaats in te nemen.

Stenen zijn immers vervangbaar…

morgen ben ik weg

15 Jul

morgen ben ik weg

al is het maar voor even

morgen ben ik weg

om mijn geest rust te geven

morgen ben ik weg

helaas niet naar de zon

morgen ben ik weg

naar zuurstof en een bron

morgen ben ik weg

weg van het wereldwijde web

morgen ben ik weg

totdat ik weer wat te vertellen heb

morgen ben ik weg!

blogmeeting ten huize Zapmoose

8 Jul

Vrijwel alle vooroordelen die ik als bescheiden Limburgertje had ten op zichte van Antwerpenaren zijn het afgelopen weekend grandioos gekelderd, zoals daar zijn ‘Limburgers zijn gastvrijer dan Antwerpenaren’, ‘in Limburg is het mooier (lees: groener) wonen dan in Antwerpen’, ‘een Limburgs accent is veel schoner dan de Antwerpse variant’.  Alleen het laatste vooroordeel is overeind gebleven.  Sorry Zap, je Antwerpse accent is een aanslag op mijn oren (ik hoop dat mijn Limburgse tongval geen aanslag was op de jouwe, want dan ben je harder gefopt dan ik, met zulke joekels van schelpen! Moose heeft geen greintje overdreven, hoor), dat neemt echter niet weg dat je een toffe madam bent!!  Antwerpse muggen daarentegen – daar hoeft men in de noorderkempen niet bescheiden over te doen – zijn de venijnigste van heel Vlaanderen. Getuige de hersenpan van mijn man, die bijna uit zijn voegen barstte ingevolge een steek.  De suggesties, dat het intellectuele gezelschap verantwoordelijk was voor de uitbreiding van zijn hersenmassa, hield daarentegen helemaal geen steek.

Gisteren toerden we veel te laat westwaarts. Even de tijd uit het oog verloren, nog rap rap een boodschapke gedaan en dan te laat bedacht dat Antwerpen niet bij de deur ligt en dus toch wel anderhalf uurtje voituren betekent. En de koffers moesten ook nog gemaakt worden, want, onverantwoorde ouders als wij zijn, zouden wij, inclusief kinders,  zonder enige betrouwbare referentie bij twee virtuele kennissen, wiens reële namen tot amper een drietal dagen voor de afreis onthuld werden, blijven slapen. En dan preken tegen de kinderen dat ze moeten opletten met het internet! Consequent opvoeden, wat is dat? Preventief pakte ik nog vlug een allergiepilleke.  Wat achteraf bekeken geen overbodige luxe bleek. Wist je dat je, als je op Zaps badkamer, wat water in je gezicht pletst en met toegeknepen ogen een handdoek grijpt van het rekje onder de pompbak, de kans reëel is dat deze uitermate zacht aanvoelt en  miauwt?

Enfin, zo anderhalf uur te laat belandden we dan toch op onze eindbestemming. Beleefdheidshalve had ik wel een SMS’je verstuurd om onze vertraging aan te kondigen, opdat men niet op ons zou wachten voor de wandeling.  De verzending van dit SMS’je kostte me ongeveer 30 km – ik heb nu eenmaal geen SMS-duim, en ik had me de moeite kunnen besparen want de gastvrouw is zo mogelijk nog nonchalanter in haar GSM-gebruik dan ikzelf.  Enfin, het voordeel van haar nonchalantie is dan ook dat er niet boos werd gekeken omdat we het afgesproken uur niet netjes nakwamen. Integendeel, zodra we parkeerden ontwaardden we een hevig wuivende zapnimf door de zachtjes wuivende bomen.

Alhoewel ik het niet gemakkelijk vind om een onbekende groep te vervoegen – en dankzij onze laattijdigheid kreeg ik de volle laag op dat vlak – bleek dit goed mee te vallen.  Helemaal onbekend waren ze immers niet. Dankzij hun blog was ik met de meeste van hen toch al een beetje vertrouwd.  Oke, de kritische lezer kan dit een ‘vals’ vertrouwen noemen – uiteindelijk heet ik IRL ook niet Joke – maar het is een feit dat het er vanaf het begin allemaal heel gemoedelijk aan toe ging.  Uiteraard ook dankzij de hartelijke ontvangst door de gastheer- en vrouw, de relaxte omgeving en de ongedwongen sfeer.

Gelukkig hadden we de boswandeling niet gemist én eveneens gelukkig bleken er in de noorderkempische bossen geen teven te zitten. Muggen, daarentegen in overvloed, maar ach, die beestjes kunnen er toch ook niets aan doen dat ze als mug geboren werden, nietwaar?  De bomen beschermden ons echter wel goed tegen de regen en zo kwamen we relatief droog aan bij huize Zapmoose.

Kort daarna werd een rijkelijk buffet opgesteld.  Zelf had ik gepland om ter plaatse een warm pastagerechtje met zalm en broccoli te bereiden.  Maar Zapnimf, die de tafel met een kennersblik overschouwde, zag dat er voldoende was voor iedereen, en stelde me voor om gewoon aan te schuiven.  Dat liet ik me geen twee keer zeggen, want inmiddels verrekte ik zo een beetje van de honger.  Mijn diepvriesbroccoli, die ik net ietsjes te lang voorgekookt had, belandde samen met de gerookte zalm tussen alle andere lekkers op tafel. Niemand hing echter de vervelende recensent uit en zonder schroom proefde ik van alle andere heerlijkheden.

Ondertussen werd er voluit gebabbeld. We verhuisden van de tafel naar het kampvuur. Jawél een echt kampvuur, veroorzaakt door enkele overjaarse scouts.  Kortom het was gezelligheid troef. Zelfs toen het opnieuw begon te regenen,  kon dit onze pret niet bederven, we kropen gewoon knusjes onder de carport.  Pas rond 3 uur zochten we ons bedje op.  Sommigen al iets vroeger, maar wij zijn nu eenmaal plakkers. Ook ’s daags nadien.  We werden verwend met een uitgebreid ontbijt met een zacht gekookt eitje en vers geperst sinaasappelsap – goed voor de schijterij, niet onbelangrijk – en om half één deed ik me nog eens tegoed aan de lekkere pastagerechtjes.  Over de stukjes taart en pralines die voor en na nog in mijn mond verdwenen, zwijg ik hier wijselijk.

Pas om 15.30u kregen spraakwaterval Zap en haar sympathieke wederhelft ons de deur uit, en volgens mij vonden ze het niet eens heel erg dat we zo lang waren blijven zitten! Ofwel zijn ze te beleefd om het tegenovergestelde te laten blijken.

Vervolgens heb ik geknord van Antwerpen tot in Limburg van contentement.

Of kwam dat gewoon omdat ik moe was?

—————————————

Enkele linkskes naar andere bloeddorstige  invalshoeken: EilishGudrunMargoMarjelle,  MicheleeuwPharaildeStef en Zapnimf.  Nog in blijde verwachting van bloedstollende verhalen van Appelmoose, Juffrouw Sanseveria, Sterre en Sven.  En ik stel voor dat ook de niet-bloggers een poging wagen.