Archief | juni, 2012

zoek de fout

26 Jun

hoe durf je

jij lelijk serpent

blijf met je smerige poten van hem af

da’s mijne vent

ongehoord

hoe jij zonder omwegen afstevent op jouw doel

zonder eerst voorzichtig af te tasten

heb jij dan geen fatsoenlijkheidsgevoel?

Neen, jij…

jij grijpt meteen naar zijn ballen

maar ik…

ik zal jouw pret vroegtijdig verknallen

ik pak  je kop heel stevig beet

en draai en draai en draai

opdat je ’t nooit meer vergeet

vervolgens smijt ik je driftig  tegen de grond

ook al spat dan  niet jouw

maar zijn bloed  in het rond

en denk maar niet dat ik het jou ooit vergeef

je bent en blijft een lelijke

teef!

hoe ze haar trauma op eigen houtje verwerkte door een slag van de hamer

20 Jun

Zoals ik in mijn about uitdrukkelijk laat weten, beschouw ik mezelf als een mevrouw middelmaat en dat mag je ook toepassen op mijn moederschap. Er zijn veel goede moeders op de wereld, maar ook archislechte.  Ik zweef ergens  tussenin met af en toe een uitschieter naar boven, maar helaas ook naar beneden. Zoals die keer, twee jaar geleden, toen ik met mijn gezin voor een dagje naar Bobbejaanland emigreerde.

We zijn geen fanatieke pretparkbezoekers, maar als we het doen, willen we overal op en in. Ja, ja, wij zijn hippe ouders.  Onze jongste is nogal klein van gestalte en het viel af te wachten of ze wel in alle attracties zou worden toegelaten.  Als kleutertje had ze Plopsaland bijna doen overstromen omdat ze vlak voor de ketting werd tegengehouden, terwijl haar jongere nichtje wel mocht instappen. Nee, nee, liever geen tweede maal een onnodige tranenvloed.

Als zorgzame moeder controleerde ik de lengtevoorwaarde deze keer vooraleer we begonnen aan te schuiven, doch tezelfdertijd negeerde ik het gezeur van dochterlief, die aangaf dat ze niet in deze attractie durfde.  We hadden de attractie nog niet in actie gezien. Maar omdat ze aan de technische voorwaarde voldeed, werden haar bezwaren van de baan – geen achtbaan overigens – geveegd. Bovendien had ik geen zin om samen met haar en de rugzakken verveeld te wachten totdat de andere helft van het gezin ons blijgezind zou vervoegen nà hun pretritje.

Ze sputterde nogal heftig tegen, onze jongste, maar enige compassie toonde ik niet en haar vader evenmin. Doordat het nog vroeg was, was er geen wachttijd en behoorden we bij de eerste lichting. Toch had er een lichtje moeten branden toen we extreem werden ingekapseld voor het vertrek. Te meer omdat de machinebediende mijn bril afnam en hier en daar teenslippers meegriste.  Even later klapte de ijzeren vloer lichtjes  naar beneden als voorbereiding op onze helse rit die met geen pen te beschrijven valt, evenmin te betypen met een computerklavier.

Daarom verwijs ik je naar dit filmpje, zodat je het met eigen ogen én maag kan aanschouwen. Een gewaarschuwd lezer telt voor twee: houd een kotsbakje- of zakje bij de hand, naargelang je achteraf al dan niet wil recycleren.

Kort na de start zette het lieve kind het op een krijsen dat niet meer normaal was. En volledig terecht, want een pretje was het niet.  Je werd letterlijk heen en weer geslingerd.  Dan weer vloog je met kruisboogsnelheid de lucht in en een seconde leek je te pletter te storten tegen de betonnen fundering van één van de poten.  Met de ogen dicht was het draaglijker en ik adviseerde mijn dochter hetzelfde te doen. Ondanks het feit dat ik naast haar zat, kon ik haar niet aanraken en hoe sneller en hoger we vlogen, des te meer decibels zij produceerde. Op dat ogenblik voelde ik me de slechtste moeder ter wereld.  Omdat ze zo tekeer ging dacht ik dat ze een lichamelijk letsel had opgelopen, een hersenbloeding of zo, en ik voelde me machtelozer dan ooit.  Toen de snelheid en de hoogte begonnen af te nemen, volgde haar lawaai evenredig mee. De opluchting was compleet zodra we volledig geland waren. Ze  bleek immers ongedeerd.

Het leek eeuwen te duren vooraleer we uit het tuig verlost werden.  Het scheelde trouwens geen haar of we kregen aansluitend een tweede ritje gepresenteerd, ik veronderstel dat er geen wachtenden waren.  De ijzeren vloer klapte terug naar beneden, ik riep geschrokken ‘het is niet waar’ en mijn dochter begon meteen opnieuw hysterisch te huilen. Gelukkig zaten we aan de kant van de cabine met de startknop en deze keer trok ik mijn register zo ver en luid mogelijk open alsof het een kwestie was van leven of dood. Het werd een kwestie van leven. Spoedig stonden we terug op de begane, vaste grond.

Vlak erna daverde het lieve kind over heel haar lijf en leden. Ik verontschuldigde me bij haar omdat we haar gedwongen hadden om in te stappen en probeerde haar te troosten.  Even later kwam ze  terug bij haar positieven. We keken samen naar de actie van de attractie die er voor ons geen was in de letterlijke betekenis van het woord. We zagen – neem, zo nodig, terug je kotszakje – dit  en ik besefte dat het oerdom was geweest om niet eerst te kijken wat het behelsde en dan pas aan boord te gaan. Even leek de dag om zeep, maar gelukkig won het plezier het van de doorstane miserie.

De weken die erop volgenden gebruikten we de ‘Sledgehammer’ regelmatig als dreigement als dochterlief niet wilde gehoorzamen. Enig onpedagogisch verantwoord sadisme is ons immers niet vreemd. Trouwens, kan sadisme pedagogisch verantwoord zijn?  Als ik er zo over nadenk, heb ik een sterk vermoeden van niet. Feit was dat het een positief effect had op negatief gedrag van onze dochter.  Naarmate de maanden vorderden, vervaagde echter de herinnering aan ons tollend avontuur en werd de attractie minder en minder en tenslotte niet meer vernoemd.

Tot vorige week. Toen dochterlief, als afsluiting van het zesde studiejaar, op schoolreis zou gaan naar Bobbejaanland en de herinnering mijn schuldgevoel opnieuw tot leven wekte. “De jongens van mijn klas geloven niet dat ik in de Sledgehammer ben geweest en ze willen ook niet geloven dat ik er in durf en weet je wat, ik ga laten zien dat ze ongelijk hebben”, ratelde in één adem. “Je hoeft je toch niet te bewijzen?….”, probeerde ik voorzichtig tegen te argumenteren, met de vermeende hersenbloeding in mijn achterhoofd. Maar ze was vastbesloten. Ach, eerst zien en dan geloven, dacht ik nog bij mezelf.

Haar kinderlijke enthousiasme achteraf had echter voldoende bewijskracht. En ik?  Ik voelde me meteen minder schuldig.  Het trauma dat ik haar bezorgde, had ze op eigen houtje weten te verwerken.  Onrechtstreeks had ik dus meegeholpen aan het versterken van haar persoonlijkheid.

Helaas zal ik binnenkort ook moeten werken aan het versterken van mijn persoonlijkheid.  Dat krijg je, als je je dochters belooft om deze zomer naar Bobbejaanland te gaan en er geen enkele attractie te schuwen. Is er nog plaats in iemands kotszakske?

ik heb de tofste job ter wereld

15 Jun

Beste bloglezer

Even samenvatten voor wie het nog niet wist: ik werk als maatschappelijk assistente op een OCMW en sta in voor de hulpverlening aan 65-plussers.

Ik heb de tofste job ter wereld, want

– iedere dag is het weer een verrassing wat de werkdag voor me in petto heeft

– mijn werk geeft me veel voldoening

– ik heb het gevoel dat ik wat kan betekenen voor de mensen

– ik heb de dankbaarste doelgroep die er is

– ik heb supertoffe collega’s met wie ik, indien nodig, steeds kan overleggen

– door mijn vaste benoeming heb ik werkzekerheid, wat in deze tijd niet onbelangrijk is

– ik word er niet alleen financieel maar ook mentaal rijker van

– het helpt me om mijn eigen probleempjes te relativeren

– …

Maar helaas is het nu 4u ’s nachts en ben ik, na een half uurtje woelen in bed, opgestaan om wereldkundig te maken wat er minder tof is aan mijn job

– het is vaak moeilijk om iets te plannen, want er komt steeds vanalles tussen

– ik moet aan 101 zaken tegelijk denken

– sommige cliënten denken dat ik maar één dossier heb, nl. het hunne

– het is heel vaak een aanslag op mijn geduld (geen wonder dat ik het thuis dan wat rapper verlies)

– ik krijg er regelmatig taakjes bij, doch geen extra tijd om ze uit te voeren

– voor elk taakje dat ik afwerk, komen er momenteel minstens twee bij

– alhoewel ik steeds het beste voorheb met de mensen, wordt dit niet altijd als dusdanig ervaren

– bij verlof ben ik voor- en achteraf zelf de dupe, want het werk kan slechts gedeeltelijk opgevangen worden door collega’s.  Op die momenten zou ik willen dat ik ergens aan de band stond, zodat die gewoon stilgezet kan worden als ik afwezig ben, zonder dat de dingen zich opstapelen.

– mijn collega’s hebben andere taken, dus sta ik er toch een beetje alleen voor

– ik word dagelijks ondergedompeld in de miserie van anderen

– af en toe is het moeilijk om mijn werk los te laten, alhoewel dit wel verbetert met de jaren

– als ik zie welke ellende ermee gepaard kan gaan, vraag ik me soms af of ik wel oud wil worden. (Helaas is het de enige manier om lang te leven)

– …

Momenteel is mijn lijstje met nadelen langer dan mijn lijstje met voordelen.  Een burn-out in de hulpverlening?  Bijlange niet, maar moet ik er nog bij vermelden dat ik me er wel iets bij kan voorstellen?

eens onhip, altijd onhip?

13 Jun

Als puber was ik verre van hip.  Had waarschijnlijk ook met mijn achtergrond te maken.  Ach, zwak excuus, het zat gewoon niet in me.

Ik had een klasgenote die een trendsetter was.  Later papte ze aan met een BV in de medische sector.

Ze was hipper dan hip en razend populair. Op school pronkte ze als eerste met een haarlakstijve kuif toen dit de nieuwe haarmode werd, ze flaneerde met een onflatterende Milletjas (sorry, maar ik vond dat echt lelijk, de dragers zagen eruit als Michelinmannekes) lang voordat Jambers er een spraakmakende reportage aan wijdde en ze zorgde persoonlijk voor de introductie van trendy jeansbroeken met grote vale plekken boven de knieën en op de bips.  Ik herinner me dat ik vooral dit laatste een vreemd fenomeen vond. Wie koopt er nu een versleten broek voor meer geld dan een nieuwe? Telkens had ik zeeën van tijd nodig  om me onder te dompelen in een tijdelijke modegril die uiteraard allang verdronken was op het ogenblik dat ik er eindelijk aan toegaf.

Beste bloglezer, denk nu niet dat het erg met mij gesteld was, want dat was het niet.  Ik was gewoon gewoon en bewoog mij dus gewoon tussen de gewonen. En hoewel ik graag hip en populair wou zijn, besefte ik dat ik het nooit zou worden, (alweer) gewoon omdat het niet in mij me zat. Ik had er vrede mee, maar je had zo van die typetjes die je graag lieten voelen – vraag me niet hoe – dat je hipgehalte laag was. En dat maakte me wel eens onzeker.

Ruim twintig jaar later vind ik mezelf hipper dan ooit. Ik ben nog steeds geen trendsetter, maar dat hoeft niet.  Ik ben tevreden met hoe ik eruit zie en over hoe ik me kleed. Let vooral op de subtiele nuances in voorgaande zin.  Mode die me niet bevalt, laat ik links liggen. Ik voel me er niet minder hip om. Die verworven zelfverzekerdheid is wellicht ook de reden waarom mijn hipgehalte – althans gevoelsmatig toch – hoog blijft.

Ook enkele weken geleden, toen iemand trachtte om mijn hipgehalte te ondermijnen.  Het betrof een hippe puber, laat ik haar een hippe naam geven… Estée. Estée heeft een  hippe moeder, die zich beroepshalve in het wereldje van de schone schijn beweegt. Automatisch moet je dan ook zelf de schijn hoog houden en dat impliceert uiteraard een hoge hipheidsfactor. De moeder van Estée is zo het typetje dat je, al dan niet bewust, laat voelen dat je niet hip bent.  Maar – en daar zit het grote verschil met vroeger – het maakt me niet meer onzeker.  Want, ook al besef ik dat mijn hipgehalte slechts een schijntje is van het  hare, het deert me niet. Wellicht heb ik tal van andere kwaliteiten waarvan zij verstoken is.

Eventjes terug naar haar dochter.  Enkele weken geleden gingen we samen met een groepje van de atletiekclub, zowel kinderen als volwassenen, een weekendje op loopstage.  Ik had enkel sportieve kledij meegenomen en naast mijn loopschoenen, een paar trendy slippers en een paar degelijke stapschoenen.  Geen echte wandelschoenen, maar schoeisel in rood nubuck van het ‘hippe’ gezondheidsmerk Wolky – ik weet het –  dat is een contradictio in terminis.  Om één of andere duistere reden waren deze blitse stappers verdwaald geraakt. Tja, eens een sloddervos, altijd een sloddervos. Toen één van de begeleiders zich luidop afvroeg aan wie ze toebehoorden, reageerde Estée nogal overdreven.  Ze beweerde dat ze nog nooit zulke mooie schoenen gezien had, smeekte om ze te mogen kopen en kraamde verder nog meer van dergelijke onzin uit, terwijl ze haar vriendinnetje aanmoedigde om mee te doen.

Vrijwel onmiddellijk had ik in de smiezen dat ze iemand in het belachelijke wilde trekken. Heel even leek het alsof ik ongeveer een kwarteeuw terug in de tijd werd gekatapulteerd.  Alleen bleek het slechts een nare herinnering te zijn, want in de tegenwoordige tijd deed het me niets.  Alhoewel? Toch voldoende om er ruim zevenhonderd woorden aan vuil te maken.  Toen ze vernam wie het schoentje paste, keek ze naar de trendy slippers aan mijn voeten en zei ze liefjes : “Maar die schoenen vind ik wel mooi.”

“Vind je Estée een leuk meisje?” vroeg ik achteraf terloops aan onze jongste, terwijl ik eraan toevoegde dat het me wel een toffe leek.  “Niet echt.  Als ze alleen is, valt het wel mee, maar als er iemand bij is eigenlijk niet zo.”

Tja, zelf heb ik er veel langer over gedaan om te beseffen dat hippe mensen ook hun onzekerheden hebben.  Knoop dat goed in je oren als je deze madam tegen haar hippe lijf loopt!