Archief | januari, 2012

weldra op jouw scherm…

27 Jan

Ik heb geen vrienden en daar ben ik blij om!

van jezelf moeten

24 Jan

“Ik ga niet lopen vandaag”, kwam ik gisteren de keuken binnengestormd.  Manlief en de kinderen waren zo goed als klaar met eten en ik had nog amper een kwartiertje om in mijn loopkleren te schieten. “Ppppppfffffffffff, ik ben gewoon te moe”, verklaarde ik nader en ik verzweeg dat ik in de loop van de dag onaangenaam – en terzelfdertijd geruststellend – verrast werd door een helder bloedspoor in mijn slipje.  Manlief zal er immers snel genoeg achter komen als ik zijn poging tot liefkozing nogal agressief verhinder door een onaangekondigde stomp in zijn kruis! Ach, dit laatste schrijf ik louter om te  benadrukken dat ik niet al te best geluimd was.

” Je kan beter wel gaan.  Je weet hoe deugddoend lopen is, zelfs al ben je moe”, moedigde mijn man me aan, niets vermoedend welk onfortuinlijke lot hem mogelijks te wachten stond.  Omdat onze jongste ook op de piste werd verwacht, besloot ik om mezelf bij elkaar te rapen en toch maar te gaan.

Dochterlief had er echter nog minder zin in dan ik en begon meteen te jammeren toen ik mijn goede voornemen kenbaar maakte. Het lieve kind wordt nog niet eens ongesteld. Dus, dat belooft voor de toekomst!  Zij heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel, toch vooral wat zichzelf aangaat.  M.a.w. ze voelt zichzelf nogal vlug tekort gedaan.

“Ik vind het niet eerlijk”, mopperde ze.  “Als ik ergens geen zin in heb, moet ik het toch doen.  En als jij ergens geen zin in hebt, hoeft het niet.”

“Oh neen?”, antwoordde ik gelaten.

“Neen,” herkauwde ze “als ik geen zin heb om te lopen, moet ik toch gaan.  En als jij geen zin hebt, mag je thuisblijven.”

“Ik heb anders ook geen zin en toch blijf ik niet thuis.”

“Maar als jij dat wil, kan je dat wel doen en ik niet.”

“Toch niet, ik moet ook, ik moet van mezelf!”

“Jamaar, van jezelf moeten is niet zo erg als van iemand anders moeten!”

“Van jezelf moeten is véél erger dan van iemand anders moeten,” sloot ik de discussie af, na een kort wellens-nietesintermezzo en daarna scheidden onze wegen zich.

Een uurtje later waren we terug thuis, beiden volledig opgemonterd. Na een verkwikkende douche kroop ik alleen in bed.  Mijn man, die  naar een vergadering was, volgde een half uurtje later en had zelfs geen kruisbescherming nodig.

Lopen doet inderdaad toch zo een deugd.  Ongeacht of dit van jezelf of van iemand anders moet!

eerst jas weg en dan weg weg

18 Jan

Hoog tijd om naar school te vertrekken. En… dochterlief is haar jas kwijt.  Dertien jaar is ze en ze doet graag uitschijnen dat ze haar moeder niet meer nodig heeft.  Behalve dan op cruciale momenten, zoals deze ochtend. Onze antishopster heeft slechts één winterjas.  Geen goed idee dus om deze de avond voordien, tijdens het lopen in het park een dorp verderop, te vergeten.  Althans, dat is de hypothese. Ik geef haar mijn gecentreerde wintersportvest en het probleem is tijdelijk van de baan.

Omstreeks tien uur wordt de hypothese quasi onomstotelijk bewezen middels een telefoontje van een vriendelijke mevrouw, die daags voordien een wandelingetje deed in het betreffende park.  Ze heeft zich de moeite getroost om de jas mee te nemen en via het telefoonboek uit te vissen wie de eigenaar is.  Ze spreekt in klare taal en toch hoor ik duidelijk dat Nederlands niet haar moedertaal is. In gedachten zie ik een gehoofddoekte moslima met twee peuters aan haar lange rokken.  Ik vraag of ik de jas ’s namiddags mag komen uithalen en dat is geen probleem.  Ze is altijd thuis.

In principie heb ik tijd zat om de jas onmiddellijk op te pikken, maar dat vertik ik.  Geen geverfd haar op mijn hoofd dat eraan denkt om mijn dochter het zo gemakkelijk te maken.  Ze mag dit voorval niet te vlug vergeten.  Zelf denk ik immers terug aan de tijd toen ze in het eerste studiejaar zat.  Het was mooi weer, ‘s ochtends nog wat frisjes, maar bij de laatste bel steeds meer dan twintig graden.  In de eerste week liet docherlief liefs VIER jassen wezenloos achter op de schoolkapstok en kon ik naar school schieten om onze lege kinderkapstok terug te kunnen behangen.

“Ik vrees dat mijn portemonnee er nog inzat…”, steekt ze van wal zodra ze thuiskomt “…met mijn pas en er zat ook nog veel geld in.” “Hoeveel dan?”, vraag ik geschrokken en ik denk aan al die bruine briefjes die ze kreeg voor nieuwjaar. “Een briefje van vijf en ook nog enkele grote muntstukken.”  Onzichtbaar opgelucht glimlach ik bij haar voorstelling van een kapitaal. “En een nieuwe pas zorgen,” vervolgt ze ongerust “kost zeker ook veel geld.” “Dat is vooral veel rompslomp”, stel ik haar gerust om vervolgens genadeloos toe te slaan.

“Ik stel voor dat we eerst een nieuwe jas gaan kopen.  Chance dat de solden nog niet voorbij zijn.” voeg ik er nonchalant aan toe.  Ik zie de lichte paniek in haar ogen als ze zich realiseert dat haar vrije woensdagnamiddag in duigen gaat vallen ten koste van haar hatelijkste activiteit, shoppen. “Kan dat ook volgende week?”, oppert ze voorzichtig. “En welke jas ga je dan morgen aandoen?” “Die nog eens”, en ze wijst richting mama’s wintersportvest. “En als ik die nu toevallig morgens zelf eens wil aandoen naar het werk?”, plaag ik verder.

“Je hebt geluk”, capituleer ik. “Een vriendelijke mevrouw heeft je jas gevonden. We kunnen hem zo meteen gaan halen.  Maar daarna gaan we evenzeer een tweede jas bijkopen. Dat is geen overbodige luxe in jouw geval.” In de kast vind ik een klein doosje chocolaatjes met een doorzichtige folie errond, waarachter ik een muntstuk kan schuiven om de telefoonkosten te vergoeden.

Mijn vermeende moslima blijkt een volbloed Italiaanse te zijn. Ze verwelkomt ons alsof ze ons al jaren kent.  Geen jasoverhandiging aan de deur, we worden hartelijk uitgenodigd om binnen te komen.  We treden binnen in een vochtig, ouderwets, maar oergezellig  interieur.  Ze heeft bezoek van een oud vrouwtje en stelt ons aan elkaar voor.  “Ik ben in de portemonnee gaan kijken om te achterhalen van wie de jas was”, verontschuldigt ze zich voor haar noodzakelijke vrijpostigheid. “Kijk hier anders maar even na of al het geld er nog inzit.” “Dat lijkt me weinig zinvol. Het kan er al uitgenomen zijn, voordat u de jas vond.  Ik ben al lang blij dat u al die moeite hebt willen doen.”  Ik spoor mijn dochter aan om haar te bedanken en het kleine geschenkje te overhandigen. Onze ‘donna’ is kinderlijk verrast en zichtbaar teleurgesteld als ze verneemt dat we niets willen blijven drinken. Alhoewel ik haar uitnodiging lichtjes misplaatst vind, overweeg ik toch even om op het aanbod in te gaan.  Maar helaas… we moeten nog  gaan shoppen.

In de buurt is er een groot shoppingcentrum, waar ik een kleine maand voorheen zelf nog wat gekocht heb voor de feestdagen.  We rijden er vanuit een andere richting naar toe, maar dat mag geen probleem zijn.  Grote reclameborden zullen ons wel de weg wijzen.  Niet dus. Mijn slecht oriëntatievermogen is legendarisch!

Ongeveer dertig loze kilometers later zit onze dochter uitermate tevreden achter haar tekenblok en schrijf ik verwoed mijn frustratie weg in dit blogstukje. En onze donna?  Wellicht geniet ze samen met haar bezoek van een Italiaanse koffie met een lekker Belgisch chocolaatje!

DOE mij MAAR de dagdagelijkse sleur

11 Jan

Eindelijk!

De feestdagen zijn voorbij en de schoolvakantie ook.  Eindelijk terug naar de orde van de dag.  Orde van de dag?  Een beetje een vreemde woordkeuze voor dit chaotische huishouden.  Chaotisch? Weeral verkeerd woordgebruik. Buiten de materiële chaos heerst hier immers een structurele regelmaat.

Elke werkdag loopt de wekker af om 6 uur. Half versuft luisteren we naar het nieuws op Radio 2.  Niet erg, een half uur later volgt een herhaling en daarna halfuurlijks een herhaling van de herhaling.

6u15 : ik krijg een zoen op mijn mond, wenkbrauw of neus naargelang de sufheidsgraad van mijn partner en mijn eigen wroetcapaciteiten onder het dekbed.

Ik hou ervan om nog even alleen in bed te blijven liggen, al is het maar een kwartiertje.  Om 6u30 probeer ik me eveneens uit bed te hijsen. Hierbij durf ik al eens een driehonderdtal secondjes te foetelen.

Eerst maak ik onze oudste wakker, die wil dat immers zo. Onze jongste laat ik nog een half uurtje liggen, die wil dat immers ook zo.  Dan heb ik de keuze uit verschillende mogelijkheden: mijn kop onder de kraan steken, wegens badhairday (vooral als ik met een nat hoofd ben gaan slapen) of een machine was insteken of nog een kledingstuk strijken dat ik dringend nodig heb voor mij of één van de kinderen of spaghetti koken om mee te nemen naar het werk of alvast de nodige ingrediënten in de broodbakmachine kieperen zodat we na het werk alleen maar op de aanknop hoeven te drukken of of of…

Traditioneel smeer ik ieders boterhammen, behalve die van mijn partner omdat die al weg is.  Al moet ik bekennen dat ik dat jaren aan een stuk wel gedaan heb, omdat manlief daar toch een beetje (veel) op stond.  In het begin van ons huwelijk heb ik me daartegen proberen te verzetten, maar om de lieve vrede te bewaren en omdat mijn wederhelft niet te beroerd is om een handje toe te steken in het huishouden, heb ik mijn emancipatorische principes destijds wat aan de kant geschoven. Ach, als ik hem met mijn smeersels gelukkig kan maken…  De laatste maanden heeft hij echter in posten moeten werken. En hierdoor is er vanzelf een einde gekomen aan deze ‘smerige’ traditie en ook een ommekeer, want als hij nu middagpost heeft, smeert hij ’s morgens mijn boterhammekes, terwijl hij zich in principe nog eens zeven maal zeventig maal kan omdraaien..  Je ziet het, beste lezer, je hebt je nodeloos ongerust gemaakt: mijn man voelt zich écht niet te goed om de rollen om te keren. Inmiddels heeft hij weer dagpost en na bijna 15 jaar huwelijk blijkt het ineens niet meer zo belangrijk te zijn dat ik zijn bokes maak.  Na ruim 14 jaar huwelijk vind ik evenmin nodig om me hiertegen te verzetten.  Wat de sneetjes van de kinderen betreft: ik weet het, die zijn rotverwend wat dat betreft.  Het is  begonnen uit gemakzucht van mijnentwege, omdat het vroeger vooral vooruit moest gaan, en nu is het gemakzucht van hunnentwege.  Maar ach, als mijn smeersels hen gelukkig maken…

Inmiddels ben ik ook in mijn kleren geschoten en heb ik al dan niet mijn haren geföhnd.  Door mijn hardnekkige weerborstel valt mijn haar vanzelf in model en is het niet altijd nodig om het kunstmatig te drogen.  Ik ben trouwens helemaal niet het afgeborstelde type, maar dat wist je al, als je me persoonlijk kent of deze blog een beetje gevolgd heb.  Verder dan een kattewasje (groot onderhoud is voor ’s avonds), wat dagcrème en tandengepoets raak is ’s morgens niet. Eerst heb ik uiteraard wel deftig ontbeten, al ga ik er niet altijd deftig voor zitten.  ‘k Weet het, shame on me.

Tussen 7u45 en 8u00 is iedereen de deur uit en begeven we ons naar school, slash het werk.  Ik woon ongeveer 28 km van mijn werk, moet door drie, neen, vier bebouwde kommen, en ben bijgevolg ongeveer 40 minuten onderweg.  Als hulpverlener heb ik allesbehalve routineus werk, ja, zelfs in dat feit is routine geslopen. Tussen 16u00 en 17u00 kuis ik mijn schup en probeer ik andermans problemen 28 km achter me te laten. Leve de ervaring en leve de glijtijden.  Op maandag kookt mijn man, want om 19.00 gaan we allen naar de atletiek, behalve onze oudste dochter die training heeft op dinsdag.  Soms doe ik voorafgaandelijk nog een boodschap en eet ik pas na de training.  Heel vaak staat alles nog op tafel als we vertrekken.   Gelukkig krijg ik daar geen grijze haren van.  Bij thuiskomst rest er dus niet veel tijd meer, want er moet eventueel nog gegeten en zeker (af)gewassen worden.  Dinsdag is er wel wat tijd voor andere dingen, TV, computer of lezen (al doe ik dit laatste veel te weinig en raak ik zelden verder dan een weekblad).

Woensdag is mijn vrije dag.  ’s Voormiddags krijg ik poetshulp en probeer ik mezelf ook wat bezig te houden in het huishouden.  Verder zorg ik dat er tegen de middag een warme maaltijd op tafel staat, zodat de kinderen en ik ons ’s avonds kunnen behelpen met een boterhammeke, dat deze keer ieder voor zichzelf smeert, en zodat mijn man terzelfdertijd zijn kostje kan opwarmen in de microgolfoven. ’s Namiddags houd ik me opnieuw bezig met het huishouden (strijk of soep/spaghettisaus in bulk koken), de kinderen en met de computer, niet noodzakelijk in deze volgorde!  Hier maak ik mezelf immers wat wijs: ik zit dan veel te veel achter de computer, de kinderen leveren terecht kritiek op deze verslaving waarvan ik probeer af te kicken. Maar beste lezer, al lezende ondervind je dus dat dit niet goed lukt. ’s Avonds gaan mijn man en ik opnieuw lopen (vandaar dat ik ’s middags warm eet), nog een verslaving, maar deze keer een gezonde.

Op donderdag werk ik van ongeveer 8u30 tot 20.00u, een lange dag dus. Je kan je voorstellen dat ik bekaf ben als ik thuis kom en toch slaag ik er dikwijls in om opnieuw achter die verdomde computer te kruipen.  Heel dom, ik weet het, maar ik kan het niet helpen.

Op vrijdag eten we traditioneel spaghetti en na het eten verkennen we opnieuw al joggend de omgeving en dit herhalen we nog eens op zondagvoormiddag.  Elke week ‘vreten’ onze schoenen  zo een 30 à 35 km. Dit heb ik minimaal nodig om mijn andere vreetbuien te compenseren.

Zaterdag doe ik  nogmaals een poging in het huishouden en krijg hierbij hulp van mijn man, als hij niet de tuinman uithangt of klusserdeklust.  De jongste volgt die dag dansles bij Footloose  en de oudste ontwikkelt haar artistiek talent op de kunstacademie.  Zaterdag  wordt er eventueel ook tijd gemaakt voor uitstapjes, vrienden,…  Zondag is voor ons traditioneel familie- of vriendendag.

Zo.

Is dit alles?  Ja, dit is alles wat er is!!  Voor mij is dat genoeg, zolang ik maar elke dag liefdevol op mijn rug gekrabd wordt (en eventueel ook elders waar het jeukt). Ik zoek niets meer. Sleur maakt me – raar maar waar – gelukkig.

En hoe zit dat bij jou?

www.youtube.com/watch?v=e11Z3ydysc0

een kriebel en een prikkel

6 Jan

een kriebel

ik knijp mijn kijkers een beetje dicht

een prikkel

d’oogspleetjes speuren naar fel licht

een vulkaan

van kriebeltjes en één PRIKKEL

en dan

verfrommeling van mijn smikkel

 een EXPLOSIE

oef

weer gladde symmetrie

u raadt het goed

ik riep

.

.

.

HAAAAAAAatsjieEEEEEE!!

15 seconden van intens geluk

2 Jan

elke nacht bezorgt mijn man me 15 seconden van intens geluk                                                                                                                                                 zonder één dagje over te slaan en telkens aan één stuk

toegegeven                                                                                                                                                                                                                                                                               het gebeurt telkens weer op uitdrukkelijk verzoek                                                                                                                                                                             niet altijd met evenveel goesting                                                                                                                                                                                                                doch immer zonder gevloek

soms, echt héél soms, is hij te moe of heeft hij geen tijd                                                                                                                                                              helaas ben ik niet lenig genoeg                                                                                                                                                                                                                     om zelf te zorgen voor deze heerlijkheid

variatie is totaal niet aan mij besteed                                                                                                                                                                                                       het liefst heb ik het rechttoe, rechtaan en zo hard                                                                                                                                                                               dat het steevast leidt tot een kreet

geen gekreun van onbehagen, noch van pijn                                                                                                                                                                                         wie aan het raam zou luisteren, kan dat denken                                                                                                                                                                                       maar dat is slechts schijn

als je beter luistert, besef je zeker en vast                                                                                                                                                                                                  er wordt daar heftig geravot                                                                                                                                                                                                                             dat  zijn  geen kreetjes  van  smart,                                                                                                                                                                                                                                                                          maar puur van genot

naar links, oeh ja, naar rechts, ja daar                                                                                                                                                                                                         en dan nog een reeks van dictaten                                                                                                                                                                                                            totdat ik zeg: bedankt lieve schat                                                                                                                                                                                                             laten we nu maar gaan slapen

echt waar, zonder hem was mijn leven geen pretje                                                                                                                                                                               als mijn rug weeral jeukt om te verrekken                                                                                                                                                                                               en ik alleen zou liggen in mijn bedje

liever een man met scherpe nagels van staal                                                                                                                                                                                         dan in mijn slaapkamer                                                                                                                                                                                                                                 behang van schuurpapier of een heuse krabpaal

een partner die stevig kan krabben                                                                                                                                                                                                                dat is gewoon de max                                                                                                                                                                                                                                     elke avond beleef ik zo

toch minstens één

allesoverstijgende

climax!