(vervolg) … tieten!

31 Dec

(vervolg van ‘help, hèlp, HELP, HELLEP, ik krijg…)

Daar zat ik dan, in de wachtzaal van mijnheer dokter Doktoor, samen met mijn dollyklonen.  Ik probeerde het ongemak te vergeten door in de boekskes te bladeren.  Misschien konden de roddels wel voor enige afleiding zorgen.

Yep, het werkte goed, maar na ongeveer anderhalf uur wachten, begon de spanning toch toe te nemen, niet alleen ter hoogte van mijn longen, maar ook in mijn hoofd.  Stel dat mijn baby nu honger had.  Hoe zou haar papa haar kunnen paaien? Ze had nog nooit een poedermelkske gedronken.  We hadden zulk goedje zelfs niet in huis.  En tegen honger bestaat geen medicijn, enkel eten helpt.  In gedachte hoorde ik haar hartverscheurend huilen en zag ik hoe mijn man haar tevergeefs probeerde te troosten.  Ik begon me inwendig op te jagen. Mijn nervositeit steeg exponentieel met de minuut.

Toen ik eindelijk aan de beurt was, liep ik de dokter, die de deur galant openhield, straal voorbij het dokterscabinet binnen en vooraleer hij er erg in had, pramde ik mijn joekels in zijn gezicht. Neen, beste bloglezer, zo ging het net niet, maar ik wou hem geen kans laten voor de gebruikelijke smalltalk bij het begin van een consultatie.  Dus stak ik meteen van wal.  “Dokter, ik heb geen tijd.  Wil u me vlug onderzoeken, want mijn baby heeft honger.” “Hoezo, je baby heeft honger?” “Ik geef nog steeds borstvoeding. Voor ik vertrok wou ze echter niets eten en inmiddels ben ik al twee uur hier,” ratelde ik.

“Wat ben jij een slechte moeder,” antwoordde de olijkerd en laat dat nu nét een reactie zijn die ik kon missen als kiespijn.  Dapper negeerde ik deze opmerking en herviel in herhaling.  Doch ook mijnheer Doktoor papegaaide zichzelf na. “Maar jij bent écht een slechte moeder!”  Deze keer was ik wel van mijn melk en bijgevolg gaf ik hem onbedoeld van hetzelfde laken een pak. Ik begin immers te huilen, te huilen…  Ik had het niet meer onder controle.  Er leek geen einde te komen aan mijn hormonale tranenstroom.  Mijnheer Doktoor keek me lichtjes onthutst aan. Prompt begon hij me te onderzoeken. Naast een medicatievoorschrift kreeg ik bovendien de wijze raad om mijn man op mijn blote knieën te danken.   Want door de juiste diagnose te stellen en me vastberaden door te verwijzen, had hij me heel wat miserie bespaard.

Op het einde van de consultatie deed mijnheer Doktoor een onhandige poging om te achterhalen of ik met een postnatale depressie kampte.  Met een gebroken stem ontkende ik zijn psychologisch geleuter.  Eigenlijk wou ik zeggen : “Neen, ik heb alleen maar last van een dokter met een vervaarlijke grote muil”, maar het nasnikken en de elementaire beleefdheid, die ikzelf met de moedermelk had binnengekregen, verhinderden dit. Met rode ogen en dito tiet verliet ik het cabinet en haastte ik me naar de eerste de beste apotheker en daarna naar mijn hongerige baby.

Ze heeft het overleefd en ik ook.  13 jaar later schalt het tietenlied van “kinderen voor kinderen” door ons huis.  In een totaal andere context, maar wel de rechtstreekse aanleiding voor dit blogstukje.

http://youtube.com/watch?v=90BnU4CRUSI

Hoe het inmiddels met mijn tieten gaat? Ze hebben terug hun normale kleur en zijn verworden tot eerder ietwat slappe balonnen, euh balonnetjes. Kortom, ze stellen het goed en voor hun leeftijd en voorgeschiedenis zien ze er best wel ok uit.

’t Is maar dat je het weet!

Advertenties

Eén reactie to “(vervolg) … tieten!”

  1. micheleeuw 1 januari 2012 bij 12:18 pm #

    Wat een relaas met, gelukkig, een goed einde.
    Geen kinderen, dus geen borstvoeding, dus geen ervaring.
    Nu kolven ze af voor ziekenhuizen (of zo), dacht ik ?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: