hoe ik het leven leerde relativeren

9 Dec

Beroepsmisvorming… Iedere werkende mens heeft er wel eens last van.  Vooral het onderwijzend personeel staat ervoor bekend. Iedereen kent wel een leerkracht,  die het zelfs buiten zijn eigen vakdomein, toch steeds beter meent te weten dan de specialist ter zake.  Met alle plezier anderen de les spellen, maar zelf onbevangen openstaan voor de kennis van anderen…hooohh maar.  Mijnheer beterweter weet het beter!  Vooraleer ik venijnige commentaren krijg of dreigementen om mijn blog nooit meer te lezen, wil ik het voorgaande even nuanceren en stellen dat er op elke regel een uitzondering bestaat.  Dus, als je je aangesproken voelt, beste bloglezer, maak jezelf dan wijs dat jij die uitzondering bent.  Ziezo, tactvol opgelost, als maatschappelijk assistente ben ik getraind op zulke zaken.  Tact is my middle name.  Heb ikzelf last van beroepsmisvorming?  Neuh, want dan zou ik zulke vooroordelen niet spuien. Ik wou echter, dat ik ruim tien jaar geleden, in mijn privéleven wat meer de hulpverlener had uitgehangen.

Even een achterwaartse sprong maken in de tijd.  Eerder heb ik al eens laten vallen dat mijn moeder uit een nest van zes kwam.  Samen met haar broers zorgde zij voor een nageslacht van achttien nichten en neven, met tussen de oudste en de jongste een leeftijdsverschil van amper negen jaar.  Dit verhaal gaat over mijn nichtje Karen, de tiende in de rij.  Als kind  had ik geen bijzondere band met haar. Integendeel. Zij was vier jaar ouder dan ik en bovendien in volle puberteit toen ik nog een onschuldig kind was.  Ik hoor en zie haar nog zeuren en stampvoeten omdat haar verboden werd om samen met de oudere nichten en neven op stap te gaan omdat zij nog geen zestien was.  Ik leerde haar echter beter kennen toen we beiden ruim tien jaar ouder waren en we toevalligerwijs in dezelfde uitgaanskliek verzeilden.

Enkele jaren voordien was zij getroffen door de vieze K-ziekte.  Reeds op drieëntwintigjarige leeftijd diende zij een borstamputatie  te ondergaan, gevolgd door een zware nabehandeling.  Karen gedroeg zich biezonder kranig ondanks dat de ziekte als het zwaard van Damocles boven haar hoofd hing. Ik stelde het zeurderige en stampvoetende beeld dat ik van haar had volledig bij.  Verder had ik haar altijd lelijk gevonden, met haar lange, opvallend spitse neus, rood aangezicht en strogeel en -droog haar en ook dat zag ik niet meer.  Vind je niet, beste bloglezer, dat zowel schoonheid als lelijkheid vervagen als je iemand beter leert kennen?  Mooie mensen worden lelijker als je hun kleine kantjes ontwaart en lelijke mensen worden knapper door hun goed karakter. En sterk karakter. Als kleuterleidster kreeg Karen te verwerken dat zij nooit zelf nog een kind zou kunnen baren.  Zij verbeet  haar tranen en bezocht moedig alle kersverse moedertjes in haar vrienden-en familiekring en hun prille kroost.

Een viertal jaren, na de eerste diagnosticering, sloeg het noodlot toe, een plekje op de lever.  Je hoefde niet medisch geschoold te zijn om te begrijpen dat dit geen goed teken was.  Karen gaf zich echter niet gewonnen.  Ze onderging een zware chemokuur, maar bleef tussen de behandelingen door toch  lesgeven. Ook al was de kleuterschool een broeihaard van bacteriën waarvoor zij na iedere chemobeurt uitermate vatbaar was. Ze vertelde me het slechte nieuws trouwens bezijden de dansvloer.  Geen haar immers op haar, inmiddels kale, hoofd dat eraan dacht om thuis te blijven kniezen. Telkens weer gaven de dokters haar valse hoop. Uiteindelijk dwong ze hen om luidop uit te spreken wat zij stilzwijgend vermoedde : ze was terminaal.  Uitzaaiingen naar de longen en de botten, verdere behandeling was zinloos.  Desondanks bleef zij haar sociale leven onderhouden, al zagen we haar zienderogen achteruit gaan.

We vierden haar negenentwintigste verjaardag bij haar thuis.  Mijn vriend en ik woonden inmiddels samen en verlieten als eersten de gezellige bijeenkomst.  Attentvol begeleidde ze ons naar de deur en mijn partner informeerde belangstellend hoe ze het maakte. “Ik denk niet dat ik Kerstmis nog haal,” antwoordde ze in alle eerlijkheid.  Alhoewel we wisten dat ze terminaal was, schrokken we ons een hoedje van zoveel openhartigheid. Beiden stonden we met de mond vol tanden.  Op dat ogenblik kon ik zoveel waarheid niet aan, evenmin mijn partner.  We haalden alle denkbare clichés boven om haar uitspraak te relativeren en deden zo haar eenzaamheid en ons onbehagen toenemen.  Twee maanden voor Kerstmis ging ze dood.  We hebben haar nog enkele malen gezien, o.a. op ons eigen trouwfeest, maar een deftig gesprek hebben we niet meer kunnen voeren.

Vlak voor haar dood had ze haar beste vriedin, die bij haar waakte en een schijnbaar onvervulbare kinderwens had, beloofd dat er voor elk leven dat ophield te bestaan een nieuw leven in de plaats kwam.  Ik was echter the lucky one.  Zwanger van onze oudste dochter vierde ik met heel de familie en al haar vrienden haar dertigste verjaardag.   Ze was reeds een half jaar lijfelijk afwezig, doch dit feest kwam er op haar uitdrukkelijke verzoek. Gesnotterd dat ik heb… al hadden mijn door elkaar geklutste hormonen daar waarschijnlijk ook iets mee te  maken.

Alhoewel we niet superclose waren geweest, ging er het eerste jaar na haar overlijden geen dag voorbij zonder dat ik aan haar dacht.  Daarna ging dit slijten. De levensles die ze me onbedoeld gaf bleef wel stevig in me verankerd.  Ze deed me ten volle  beseffen dat je niet de lotto moet winnen om de winnaar van het grote lot te zijn.  Iedere dag die je extra krijgt, is pure winst.  Doch vooral haar grenzeloze levenslust heeft me compleet van mijn sokken geblazen.  Pas toen haar kaarsje bijna volledig was opgebrand, werd haar vlammetje kleiner. Voor mij blijft ze echter een onvergankelijk lichtpuntje in mijn leven.

Ettelijke jaren na haar dood moest ik een bijscholing volgen over omgaan in waarheid met palliatieve patiënten.  Deze avondvorming was een pijnlijke confrontatie voor mij.  Ik ontdekte hoe mijn gebrek aan moed de meest essentiële competentie in de hulpverlening én in vriendschappen, nl. luisteren naar de ander, had gesloopt.  Door enkel bezig te zijn met mijn eigen angsten, had ik geen oren gehad naar de hare.  Nochtans had ze me de pap in de mond gegeven, door zelf in waarheid te spreken, maar ik wilde niet slikken. Niet alleen  had ik gefaald als hulpverlener, doch – wat veel erger was – ook als vriendin.  Overmand door emoties reed ik naar huis.  Op de koop toe kon ik onderweg een onoplettende kat niet meer ontwijken.  Het was aardedonker en ik durfde niet te stoppen om de gevolgen van de aanrijding te overzien.

Bijgevolg had ik een woelige nacht en ook de dagen erna was ik niet in mijn gewone doen.  De eerstvolgende zondag sleepte ik heel mijn gezin mee naar het kerkhof.  Ik moest en zou Karen bezoeken, ze had onze kinderen zelfs  nog nooit gezien.  We stonden aan de goed onderhouden grafsteen.  Er brandde een kaarsje en ik vertelde onze kinderen dat mijn lievelingsnichtje daar begraven lag.  Eigenlijk waren ze nog te klein om het te begrijpen, maar dat weerhield me niet.  Onze jongste flapuit keek naar haar foto en merkte  nuchter op : “Dat is juist een  heks.”  Ik schrok van haar spontane eerlijkheid.  Wilde haar uitleggen dat zo’n uitspraak niet past en me verdrietig maakte, doch kon het nog net op tijd vanuit haar kinderlijk perspectief zien.  Het enige was zij zag was immers die lange spitse neus, het rode aangezicht en de gele pruik.

Ik streelde haar liefdevol over haar hoofdje en fluisterde zachtjes : “Maar dan wel een hele lieve…”

Advertenties

3 Reacties to “hoe ik het leven leerde relativeren”

  1. zapnimf 9 december 2011 bij 8:33 pm #

    Het onderwijzend personeel vindt het ook heel moeilijk om twee keer te reageren op een stukje.

  2. micheleeuw 11 december 2011 bij 12:45 pm #

    Ja, je moet dicht bij het einde gestaan hebben om het leven zeer te appreciëren. Jammer, maar is het nu eenmaal.
    Heel mooi geschreven : de liefde druipt er af. Een waardige log over (haar) leven en dood. Ze zal/zou tevreden zijn.

    • lees me 18 december 2011 bij 10:46 am #

      ook als je als heks beschreven wordt? Ben ik nog niet zo zeker van. Als ik de tekst herlees (btw, bedankt voor het complimentje) raakt het me nog steeds, ook tijdens het schrijven had ik zo een vreemd gevoel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: