waarom ik bijna naar de andere kant van België verhuisde

8 Dec

Het menselijke brein is tot veel in staat, tot héél veel zelfs, ook dat van mij.  In mijn geheugen had ik een bepaalde gebeurtenis volledig uitgewist, en door één simpele handeling kwam ze terug aan de oppervlakte, als verwijderde vulpenstreken die na verloop van tijd opnieuw door de tintenkiller heen schemeren.  Alhoewel? Ik druk me helemaal verkeerd uit.  Het betrof geen simpele handeling, althans niet voor mij. Ik heb immers mijn kleerkast uitgemest.  En laat nu opruimen mijn allerallerzwakste vaardigheid zijn en dat is dan nog op zijn allerallerzachtst uitgedrukt. Echter, af en toe a woman ‘s got to do what a woman ‘s got to do.  Destijds wou ik absoluut geen inloopkast. Als je in zo een dressing kruipt, moet je mooie rechte stapeltjes kunnen maken om te vermijden dat je bedolven wordt onder de kleren als je te dicht langs de schappen strijkt.  Nogal wiedes dus, dat ik een ouderwetse kleerkast heb, met stevige deuren die mijn slordige hoopjes netjes verbergen, doch die inmiddels zó volgestouwd is dat een drastische uitdunning van de inhoud zich opdrong.

In mijn kleerkast vind je een allegaartje van kleren.  Ik hou zowel van natuurstoffen, vooral linnen, in aardentintenkleuren, als van synthetische stoffen in felle kleurtjes, pastel daarentegen is minder mijn ding.  Ik hou van rokjes en kleedjes, niet te kort wegens kromme benen, en van broeken, niet te laag in de taille wegens een zichtbaar zwangerschapsrestant, van nonchalant, wegens mijn aard, en van chique, naargelang de gelegenheid… meer toch van nonchalant, van peperduur, wegens exclusief, en van spotgoedkoop, wegens spotgoedkoop. Ik heb geen Trien en Suzan nodig om me te zeggen wat me flatteert en wat niet.  Toch kan ik de professionele hulp van een ongeveinsd eerlijke verkoopster wel waarderen. Ook mijn man geeft graag stijladvies, al pakt hij het zelden subtiel aan.  Menig verkoopster heeft me al een glas louterend spawater willen aanbieden om, naar de gelijknamige reclame, in zijn gezicht te flatsen. Meestal geef ik er dus de voorkeur aan om alleen te gaan shoppen.

Waarbij mijn echtgenoot me wel mag, neen moet, helpen is de finishing touch als ik me aankleed.  Wat dat betreft bezigen wij een omgekeerd rollenpatroon.  Ik ben niet degene die zijn das (die hij trouwens nooit draagt) netjes moet knopen, noch dien ik witte pellekens van zijn schouder te vegen of zijn schoenen te poetsen.  Omgekeerd heb ik wel assistentie nodig, zelfs al vanaf mijn ondergoed.  Mijn BH-bandjes zitten nagenoeg altijd verdraaid, mijn borsten lijken er somtijds vanonder of vanboven uit te willen muizen.  Mijn man zorgt ervoor dat alles netjes in de verpakking blijft zitten en dat de lintjes perfect aangespannen zijn. Ook met mijn bovenkledij heb ik een gigantisch probleem.  Vooral als ik gehaast ben, wat nogal vaak voorvalt, weet ik zelden welke knoop met welk knoopsgat accordeert.  Mijn kraag zit naar binnen geplooid en/of mijn broekspijpen naar buiten.  Mijn hulpvaardige echtgenoot waakt erover dat ik steeds fatsoenlijk voor de dag kom.  Dat ik géén hulp nodig heb bij het uitkleden, lijkt hij – vreemd genoeg – niet altijd even goed te begrijpen.

Bij het uitmesten van mijn kleerkast kwam ik een stijlvolle lange linnen jurk van Sarah Pacini tegen. Zo’n tijdloos geval.  Ik weet niet goed wanneer ik ‘m gekocht heb, misschien zelfs al in de vorige eeuw, maar het blijft draagbaar spul. Het is een eenvoudig ontwerp, dus makkelijk om aan te doen.  Sarah Pacini ontwerpt ook kleren waarbij je, ik althans, een handleiding nodig hebt om te weten hoe je ze moet dragen.  Deze jurk was dus niet zo.  Alleen… kreeg ik de ritssluiting op de rug niet alleen dicht.  Heeft vast en zeker ook met mijn gebrek aan lenigheid te maken, terwijl ik inmiddels best wel sportief te noemen ben.  Toen mijn oudste dochter een jaar of drie was, mocht ze mij al eens helpen met de zipper, als ik het tenminste niet vergat te vragen.  Zo heb ik eens half gekleed in een volle schoenwinkel gestaan.  Eén van de andere klanten vroeg me tactvol of het de bedoeling was dat de tirette van mijn jurk openstond. Niet dus!  Ze stelde me voor om de ritssluiting dicht te doen en ik heb haar aanbod dankbaar aanvaard. Gênant, maar het kan nog erger…

Het voorval met de rok, die ik droeg op de eerste communie van onze jongste dochter, deed me bijna verhuizen naar de andere kant van België.
’t Is te zeggen, een rok kon je het bezwaarlijk noemen.  Het was eerder een groot stuk linnen textiel, opgesmukt met gerafelde reepjes en sobere stiksels.  Je moest hem rond je middel draperen zodanig dat  de drukknopen zich volgens het male-femaleprincipe aan elkaar konden vastklampen.  Er waren er vier op een rij, maar mijn lapje stof was te smal – of was mijn middel te breed? – zodat slechts twee van de vier koppeltjes herenigd konden worden.  De verkoopster zag er echter geen graten in en ik vertrouwde haar blindelings.

Er was geen vuiltje aan de lucht tot na de overheerlijke hoofdschotel. Op dat moment besliste ik om een sanitaire stop in te lassen en verzadigd hees ik me van tafel.  Ik had er totaal geen erg in dat de verstrengelde mannetjes en vrouwtjes van mijn drukknopen ondertussen noodgedwongen gescheiden waren onder invloed van een uitgezet buikje.  Nietsvermoedend wandelde ik naar de damestoiletten. Toen ik echter een zestal meter had afgelegd, gebeurde het onvermijdelijke….  Onverwachts dwarrelde mijn wikkelrok neer.  Neen, stortte neer, anders lijkt het alsof ik het had kunnen verhinderen.  Niet dus.  Mijn reflexen waren echter fenomenaal.  Ik griste de lap stof van de vloer, spurtte sneller dan Kim Gevaert terug naar mijn zitplaats en begon vervolgens onbedaarlijk te lachen.  Enkel mijn schoonzusje had het zien gebeuren, maar ik had zo snel gereageerd dat  het leek alsof ze het gedroomd had.  De rest van onze gasten had er geen flauw benul van waarom ik zo zat te gieren.  In deze context kon ik er inderdaad de humor van inzien.  Stel je echter voor dat dit tijdens de viering in de kerk was gebeurd!  De kerk van ons dorp heeft het uitzicht van een veredelde sporthal, dus geen zuilen om je achter te verschuilen, noch een biechtstoel om je in te verstoppen…  Mocht dit dus enkele uren eerder voorgevallen zijn… Ik had het bestorven.

Wat er nadien met die rok is gebeurd?  Gelukkig had mijn schoonzus een veiligheidsspeld bij, zodat ik die bewuste dag toch nog zorgeloos van het feest heb kunnen genieten.  Vervolgens is ie onverbiddelijk in een vergetelhoek van mijn kleerkast beland.  Weggooien of tot poetsdoek degraderen kon ik ‘m niet, daarvoor vond ik hem te speciaal en te duur.
Zojuist heb ik hem even gepast. Vier jaar later en duizenden jogkilometers verder zit hij als gegoten.  De drukknopen kunnen zich eindelijk alle vier van hun belangrijke taak kwijten.

Zou ik het riskeren om hem eens naar mijn werk aan te doen?  Het is een berekend risico, ik ben immers nog nooit mijn onderbroek vergeten aan te trekken.  Dear Murphy, laat het uitgerekend dan niet de eerste keer zijn!

Advertenties

3 Reacties to “waarom ik bijna naar de andere kant van België verhuisde”

  1. micheleeuw 8 december 2011 bij 1:13 pm #

    Ik zou toch een veiligheidsspelds meenemen. 😉
    Ik kom ook zo’n dingen tegen : fietsen met een wikkelrok en opeens, bijna thuis, zien in een etalageruit dat je met heel je gat bloot zit … Whoehahaha !

    • Joke 8 december 2011 bij 11:06 pm #

      Ooooooeeeps, was ie dan voor je ogen gewaaid, dat je dat niet eerder gezien had?

      • micheleeuw 11 december 2011 bij 12:35 pm #

        Ik had de rok gedraaid zodat ik (dacht) op de flap te zitten. Niet dus. 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: