Archief | november, 2011

het bewijs dat Jezus echt bestaat of toch doet alsof

30 Nov

Mijn ouders zijn brave katholieke mensen en mijn schoonouders ook.  Mijn moeder is enige dochter, ze heeft vijf broers. Haar moeder, mijn grootmoeder dus, had veel hulp van haar in het huishouden, dus hield zij haar ver weg van potentiële huwelijkskandidaten. Toch slaagde mama erin om op haar vijfentwintigste mijn vader te ontmoeten. Drie jaar later huwden ze, beiden nog ongerept.  Exact negen maanden en twee weken later werd mijn oudste broer geboren.  Twee kwatongen, wellicht verbitterde oude vrijsters, in het geboortedorp van mijn moeder, fluisterden dat het ‘van moetens’ was.  Twee dagen aan één stuk heeft mijn moeder gehuild.  De geheel onterechte twijfel over haar maagdelijke status had haar diep gekwetst. Wij zijn thuis met vier kinderen en hebben een traditionele christelijke opvoeding genoten.  Geen van ons gevieren is ooit rebels geweest, zelfs ik niet.  Iedere week gingen we gehoorzaam en zonder enige vorm van protest mee naar de mis.  Heeft het niet gebaat?  Het heeft alleszins ook niet geschaad (denk ik).  We hebben dit volgehouden tot aan onze hogere studies, die vanaf dan onze afwezigheid rechtvaardigden. Mijn man komt, voorzover mogelijk, uit nog een grotere katholieke nest.  Soort zoek soort, zegt men. Op het moment dat ik hem leerde kennen, ik was 22 en hij 28, ging hij  nog steeds iedere week keurig naar de kerk.  Dat daarna steevast een cafébezoek volgde, was geen bezwaar.

Mijn oudste broer, 8 jaar ouder dan ik ben, leerde een deugdzame vrouw kennen. Op een mooie zomerdag vroeg hij permissie aan mijn vader om samen met haar een weekje te gaan kamperen.  Hij was toen 27, zijn lief, inmiddels zijn echtgenote, twee jaar jonger.  Mijn vader vond dit niet zo een goed idee en vroeg hem wat hij zou doen, mocht hij geen toestemming krijgen. “Dan ga ik toch,” antwoordde mijn broer moedig. “Tja, waarom vraag je het dan?,” repliceerde mijn vader.  Daar bleef het bij.  Het koppeltje vertrok zonder de zegen van mijn ouders, maar gelukkig ook zonder ruzie.  Ze zouden een weekje achterblijven. Het kleine peugeotje werd volgestouwd met allerlei kampeermateriaal.  Amper 3 dagen later kwamen ze vervroegd terug van hun avontuur.  Hun uitje was wel meegevallen, maar inbrekers hadden het op de handtas van mijn schoonzus gemunt. Ze had die nonchalant en zichtbaar in de auto laten rondslingeren.  Resultaat, een ingeslagen autoraam en einde vakantie. Op enige vorm van medeleven kon het koppeltje niet rekenen.  “Jezeke  straft,” concludeerde mijn vader volgens een oude zegswijze. Ik wist niet dat Jezus over dezelfde almachtige gaven beschikte als zijn Vader? Was dit zijn vervolg op de 10 plagen van Egypte?

Zoals iedere jongste in een gezin plukte ik de vruchten van de zeer bescheiden strijd die mijn voorgangers hadden geleverd. Toen het dus mijn beurt was om te gaan kamperen met mijn lief, inmiddels mijn echtgenoot, vond ik het niet nodig om mijn ouders hun goedkeuring te vragen.  Maar ik was wel zo  fatsoenlijk om hen op de hoogte te brengen van onze vakantieplannen. “Hoezo?, jij vraagt dat niet eens,” reageerde mijn vader, verwijzend naar mijn broer. “Neen,” antwoordde ik kordaat, “zelfs als ik niet mag,  ga ik toch!”  Einde conversatie.  Ik werd niet tegengehouden.  Mijn moeder wuifde me zelfs uit, al kon ze het niet nalaten om erbij te zeggen dat ik ‘stout’ was. Waarom mijn ouders erop tegen waren?  Wie zal het zeggen…  Wellicht hadden ze schrik dat ik mijn maagdelijkheid zou verliezen.  Hoefde niet, het ‘kwaad’ was eerder al geschied, doch deze informatie onthield ik hen wijselijk.  Ik moet toegeven dat een weekje met weinig bla bla en veel boem boem me wel aansprak. Tenslotte kregen mijn vriend en ik weinig privacy. Bovendien is een knus tentje toch ietwat comfortabeler dan een ongerieflijke auto.

Tof was dat, wij met z’n tweetjes in de Ardennen.  Overdag genieten van de natuur en ’s avonds natúúrlijk genieten van elkaar.  Voor zolang het sprookje duurde…  Halverweg onze vakantie maakte we een lange wandeling door de open velden.  De stralende zon scheen met volle kracht op onze onbedekte hoofden. Op zoek naar een plekje schaduw om romantisch te picknicken ontdekten we tot onze verrassing een grote boom in een weide.  Rond de oude boom lagen dikke keien en er stroomde een klein beekje langs. Een idyllisch plekje dus.  Er liepen zo te zien geen dieren, koeien noch stieren, ook al was het grasland afgemaakt met prikkeldraad. Het kostte ons weinig moeite om tot daar te geraken en we installeerden ons op onze comfortabele steenstoelen.  Ik had nog maar net verklaard hoe gezellig ik dit vond of ik vlóóg recht uit mijn geïmproviseerde stoel.  In open veld en  zonder nadenken, trok ik, zo snel ik kon, mijn short en slipje af.  Dikke bosmieren hadden zich blijkbaar nogal bedreigd gevoeld in hun habitat en injecteerden me met hun venijnige mierenzuur.  Zéér dat dat deed!  Ondanks de komische situatie had mijn lief oprecht medelijden met me.  Zeker toen hij de gigantische rode bulten zag op mijn ronde witte mikken.

Die avond verzorgde hij liefdevol mijn ontsierde billen met anti-jeukzalf. Terwijl we in ons tentje lagen te keuvelen, meende ik plots voetstappen te horen…  Ineens kreeg ik de vreemde gedachte dat het mijn vader was om te vertellen dat ‘Jezeke straft’.  Deze illusie verdween echter even snel als dat ze opgekomen was, maar liet me helaas niet meer los.  Zodoende bleven die nacht twee konijntjes in de ardennen op non-actief!
Was deze tweede plaag een ongelukkig toeval of levert dit het ultieme bewijs dat Jezus, en God dus ook, écht bestaat?  Wellicht het eerste!

Het is GODVERDOMME moeilijk  om uit dat katholieke keurslijf te geraken.  Al jaren probeer ik  om  me eruit te wringen, maar de veters zitten te strak gespannen. Toch heb ik in de loop der jaren al heel wat meer ademruimte gekregen. De verontwaardiging over de pedofielschandalen in de kerk,  geeft me extra kracht om me verder los te wurmen.   Het korset volledig afgooien durf ik echter niet.  Blijkbaar heb ik tóch een tikkeltje steun nodig van een vertrouwd iets. Heb ik eigenlijk een keurslijf nodig? Of is er een alternatief dat evenveel of zelfs meer houvast biedt? Ga ik schuldgevoelens krijgen als ik me definitief van dat (on)ding ontdoe?  En waarom krijg ik die schuldgevoelens dan? Talrijke vragen zonder antwoord…  Ik zit vastgeroest in een bepaald denkpatroon, zo een beetje zoals de gevangenen in de grot van Plato.  Te braaf, te volgzaam, te behoudsgezind, te onzeker om de ketens af te werpen…

Weet je waarom ik het geloof, of liever een geloof, niet volledig afzweer?  De idee dat er ná dit wereldlijke leven niets is, het absolute niets, kan ik absolúút niet verdragen.
Ik hoop alleen dat ik die mier nóóit meer tegenkom.

Advertenties

stank voor dank

29 Nov

Via deze weg wil ik graag een groot taboe doorbreken, nl. vrouw zijn én scheten laten in gezelschap. Een vrouw, die een wind laat, dat is… juist…  not done!  Een man, daarentegen, mag overal en ten allen tijden knallen, no problem.  In sommige milieus wordt het zelfs aangemoedigd.  Een dame, die hetzelfde doet, wordt stante pede ontvrouwd en krijgt meteen de stempel van ‘mottige doos’ opgeplakt.  Wat doe je dus om dit te vermijden?… inderdaad…de ergste buikkrampen trotseren.     Brute pech, als je, zoals ik, regelmatig last hebt van flatulentie.  Je probleem publiekelijk uiten als vrouw, zelfs al doe je  het in de vrije natuur, wordt in de huidige maatschappij absoluut niet getolereerd.   Terwijl ik niet eens een petomane ben!  Thuis kan en mag het gelukkig wel. Mama is de beste schetenlater, vinden onze kinderen, zelfs papa kan er niet aan tippen. Niet dat er iets is wat op een nakende scheiding wijst, maar mijn man en ik zullen alleszins nooit voor een scheet uit elkaar gaan.

Onlangs maakte ik weer eens een supergênante situatie mee.  Een goede vriendin had VIP-kaarten voor een theatervoorstelling.  Je kent dat wel, met hapjes en zo, alles erop en eraan. Haar man wou niet mee en ze vond in mij een gewillig slachtoffer. Natuurlijk moesten we goed voor de dag komen, dus hadden we onze meest vrouwelijke outfit  aangetrokken.  Ik ben best tevreden over mijn model, maar voor dergelijke gelegenheden geef ik er toch de voorkeur aan om mijn klein buikje, het gevolg van één gewone bevalling en één keizersnede, te camoufleren.  Leve de figuurcorrigende slipjes, je kent dat wel, zo van die onflatterende onderbroeken, die je buik platdrukken.  Het ziet er fantastisch uit, het eindresultaat natuurlijk, niet het vleeskleurige ondergoed op zich.  Allemaal goed en wel, maar dit in combinatie met hapjes, uit een onvertrouwde keuken, werkt nogal in op mijn darmstelsel.  Het beoogde plattebuikeffect verdween spoedig helemaal door toenemende gasvorming. En penspijn dat ik daarvan kreeg…

Beste bloglezer, ik hoor je al luidop denken: ga dan in de pauze naar het toilet en laat je daar eens goed gaan.  Niet dus!  Een chique theaterzaal, dat wel, maar om de toiletdeuren lang genoeg te maken, is er zelden voldoende budget voorzien.  Te korte deuren, onder- én bovenkant.  M.a.w.  geluids- noch geurdicht. Je kan wel van krommenaas gebaren, eens goed knallen in zo’n kotje,  en dan fluitend en met een, zo onschuldig mogelijke blik, naar buiten  komen…ik garandeer het je, dat werkt niet.  Het taboe is immers zó groot dat je gewoonweg blokkeert als je ten langen leste op die pot bent beland. Je ongemak neemt alleen maar toe.

‘k Hoef niet uit te leggen hoe content ik was dat de avond op z’n einde liep.  ’t Was leuk geweest, maar op het laatst kon ik alleen maar denken aan lucht laten.  Mijn vriendin, die zo haar connecties heeft, werd her en der aangehouden om een babbeltje te slaan en ik stond er groen bij te kijken.  Ik gunde haar dit pleziertje wel, van mij mocht ze nog een uur blijven socializen, als ik ondertussen maar ergens kon gaan ontluchten.  Op een gegeven ogenblik voelde ik me echter zo ellendig dat ik haar toefluisterde dat ik alvast even naar de auto zou gaan.  Omdat ze op de hoogte was van mijn probleem, verzekerde ze me dat ze vlug zou volgen.  Al moest ik nog een uur wachten, ’t kon me niet schelen, als ik me maar even kon alleen kon terugtrekken in een, min of meer, geluidsdichte ruimte.

Op high heels holde ik, weinig lady-like, de grote parking over.  Sleutel met afstandsbediening in de aanslag om zo rap mogelijk mijn auto – ik was Bobbette van dienst – te detecteren.  Op een twintigtal meter zag ik plots de lichten opflakkeren, toch een handige uitvinding, als het donker is.  Nog een laatste spurtje en ik plofte eindelijk neer achter het stuur.  Achteloos gooide ik mijn  handtas op de zetel naast me. Ppppppppppppprrrrrfffffffffffffffffffffffffffffttt.  Een uitgerokken lange wind streek zachtjes langs mijn malse billen, gevolgd door enkele luide en krachtige knallen. Eerst voelde ik een aangename warmte – geen zetelverwarming nodig – en dan pas merkte ik de ontzwelling ter hoogte van mijn buikstreek op. Wat een opluchting! Ik heb daar achteraf zelfs een nieuw woord voor uitgevonden: een uitgasme.  Kan dit, als taboedoorbreker, niet dienen als opvolger van tentsletje?

Ik genoot nog even na, maar kreeg opeens de vreemde gewaarwording dat ik niet alleen was.  Instinctief keek ik in de achteruitkijkspiegel, recht in de ogen van een onbekende man, die me, zachtjes uitgedrukt, nogal verbouwereerd aankeek.  Ongelovig draaide ik mijn hoofd om. “Wat doet u in mijn auto,” stamelde hij.  Ik wou hem  hetzelfde vragen, maar ontdekte terzelfdertijd dat de zetelbekleding een andere kleur had dan die in mijn auto.  Verward draaide ik me om naar het dashbord en kwam tot de afschuwelijke vaststelling dat de man deze vraag  volkomen terecht had gesteld.  Ik bedacht me niet, opende het portier en maakte me zo snel mogelijk uit de voeten.  Toevallig terzelfdertijd kwam mijn vriendin aangewandeld.  “Waar kom jij vandaan?” vroeg ze. “Je auto staat toch dáár.” Ze wees mijn auto aan, die twee voertuigen verder stond geparkeerd.  Zonder iets te zeggen, opende ik vanop afstand de portieren, trok ik aan haar arm en gebaarde ik om zo snel mogelijk in te stappen.  Mijn vriendin volgde gedwee.  Ik kreeg nauwelijks een woord uitgebracht, maar maakte haar niettemin duidelijk dat ik haar thuis alles zou uitleggen.

Gelukkig geraakten we veilig thuis.  Ik parkeerde de auto in de garage.  Reeds in de hal deed ik haar met horten en stoten mijn verhaal.  Met moeite kon ik mijn lachen bedwingen en al spoedig lag ook mijn vriendin in een deuk.  Plots werden we echter opgeschrikt door de deurbel.  “Wie belt er nog aan op dit uur,” flitste door mijn hoofd.  Gewoontegetrouw begluurde ik mijn bezoek door het kijkgaatje in de deur. Tot mijn verbazing zag ik dat hij het was. “Hij is het,” fluisterde ik onduidelijk naar mijn vriendin. “Wat komt…” Ineens merkte ik het kleinood in zijn hand op, mijn handtas. Ik realiseerde me onmiddellijk dat ik deze in zijn auto had laten liggen.  Ondoordacht rukte ik de voordeur open. “Mevrouw,…” begon de eerlijke vinder.  Ik liet hem zijn zin echter niet afmaken. Onbeschoft griste ik de tas  uit zijn handen en kwakte de deur dicht, recht voor zijn neus.  Mijn vriendin en ik rolden letterlijk over de grond van het lachen.

Toen we even later wat bekomen waren, merkte ik op dat dit de beste act was van heel het toneelstuk.  “Ja,” beaamt mijn vriendin “al zal die man er wellicht anders over denken.  Als je op zo’n manier stank voor dank krijgt…”

Dus, beste eerlijke vinder, als je dit toevallig leest: bij deze bied ik je mijn oprechte excuses aan, niet zozeer voor mijn scheten in jouw auto, maar voor mijn ondankbare gedrag. Bovenal echter wil ik je duizendmaal bedanken. Niet zozeer voor het bezorgen van mijn handtas, maar hoofdzakelijk omdat je me niet hebt ontvrouwd, door me, ondanks alles, toch nog met mevrouw aan te spreken.  Je beseft het misschien niet, maar in je eentje heb je een groot taboe doorbroken.  You’re the best!

pedagogische incompetentie

28 Nov

Ettelijke jaren geleden volgde mijn dochtertje zwemles en was ik genoodzaakt om wekelijks een uurtje in de cafetaria te vertoeven.  Vermits ik het type ben dat altijd – net wel, net niet – op tijd komt, waren de mooiste plaatsjes aan het raam, die mét uitzicht op de ploeterende kinderen, reeds bezet. Of neen, toch niet helemaal. Aan één tafeltje zat een dame alleen, met de rug naar me gekeerd.  Ik tikte haar zachtjes op de schouder en vroeg beleefd of ik mocht aanschuiven aan haar tafeltje.  Ze draaide zich met een glimlach om en onmiddellijk was er die wederzijdse blik van herkenning.

Ze was een leerkracht van de humaniora, waarvan ik,  toen al, ruim tien jaar was afgezwaaid, en zij ook. Sinds haar pensionering was ze wat uitgezet, maar voor iemand van haar leeftijd zeker nog binnen de grenzen van het aanvaardbare.  Haar oudste dochter had altijd bij me in de klas gezeten.  We waren zelfs vrij goed bevriend geweest.  Al moet ik toegeven dat ik er na het zesde bewust en definitief komaf mee had gemaakt. Ze was nogal een seut en ik voelde toen geen behoefte meer om nog langer met haar om te gaan.  Vermits we beiden naar een andere universiteitsstad trokken, was dat niet zo moeilijk.  Haar moeder was duidelijk aangenaam verrast me te zien.  Zelf  brandde ik ook wel van nieuwsgierigheid om te weten hoe het haar dochter in haar verdere leven was vergaan.  Ze bleek een man en drie (!!!) kinderen te hebben, de oudste van dezelfde leeftijd als mijn jongste telg.  Dat nieuws verraste me. ‘k Had nooit verwacht dat ze van straat zou geraken, laat staan dat ze  haar maagdelijkheid ooit zou verliezen.  Ze stelde het goed en ik was er oprecht blij om.

Al tetterend vloog het zwemuurtje om en voor we er erg in hadden waren mijn dochtertje en  haar kleinzoontje klaar om afgedroogd en aangekleed te worden.  Vermits het nog maar kleutertjes waren, gebeurde dit met  hulp van een (groot)ouder in een gezamelijke kleedkamer.  Terwijl mevrouw gebukt stond om een handdoek uit de zwemtas te nemen,  merkte mijn dochter nogal luid op “Mama, die mevrouw heeft een dikke kont!”  Beschaamd om zoveel kinderlijke eerlijkheid maakte ik haar duidelijk dat het niet gepast is om zoiets te zeggen. “Maar mama, die mevrouw heeft écht een dikke kont!!”  De ex-leerkracht begreep mijn vervelende positie. Ze suste me door te stellen dat ze ook wel wist hoe kinderen zijn.  Ze maakte er zelfs een grapje over door mijn dochtertje gelijk te geven.

Eigenlijk hoefde deze situatie dus niet zo gênant te zijn.  En dat was het ook niet als ik het had nagelaten om kost wat kost mijn pedagogische kwaliteiten te willen etaleren.

Iedereen met kinderen komt wel eens in een situatie terecht dat ze onflatterende commentaar geven over een medemens.  “Kijk,” ondertussen indiscreet wijzend met dat  kleine vingertje, “die mijnheer heeft een dikke buik  Zit daar een kindje in?” ” Kijk, die mevrouw is juist een heks… ” De waarheid komt uit een kindermond, luidt het spreekwoord… Gelukkig kunnen de meeste mensen wel wat verdragen van kinderen.
Kinderen moeten echter leren om niet altijd te zeggen wat er in hen opkomt.  In de volwassenenwereld wordt er immers een beetje hypocrisie van je verwacht, wil je je er in kunnen handhaven.  Is het bijvoorbeeld verstandig om een collega, met wie je regelmatig moet samenwerken, boudweg te zeggen dat hij onbekwaam is in zijn vak.  Ok, soms is het wel nodig, maar vaak zijn er ook andere, subtielere manieren om tot verandering te komen zonder dat dit de relatie definitief verzuurt.  Of stel dat de echtgenoot van je beste vriendin, met wie je nog regelmatig optrekt, in jouw ogen een ongelooflijke etter is.  Vind je dan dat ze dit moet weten?  Ik meen van niet.  Ik zou hooguit durven hopen dat ze ooit tot hetzelfde inzicht komt en van hem scheidt.  Cru gesteld: een kind leiden tot volwassenheid is een kind leiden tot hypocrisie.

Vanuit deze optiek  wou ik duidelijk maken dat mijn dochtertje  moet leren om niet altijd te zeggen wat er in haar opkomt. Dus toen mevrouw mij suste, in de zin van – ’t is maar een kind-, bedoelde ik  “ja, maar ze moet leren dat ze niet altijd mag zeggen wat ze denkt.”
Echter… ik vergiste me en verklaarde vrij kordaat “ja, maar ze moet leren dat ze niet altijd de waarheid mag zeggen.” Over een pedagogische blunder gesproken…

En dat noemen ze gebruiksvriendelijk?

27 Nov

Hallo

In blogland noem ik mezelf Joke en ik emigreerde van www.bloggen.be/leesme

Omdat wordpress.com zoveel gebruiksvriendelijker zou zijn, heb ik de stap gewaagd. Over mijn huwelijk en voortplanting heb ik indertijd minder lang moeten nadenken.   Echter, de twijfels slaan al toe.   Niet over mijn huwelijk en voortplanting, malle lezer, maar over deze verhuis.

Gebruiksvriendelijk?  Wil er me dan iemand in bevattelijk Nederlands het één en ’t ander uitleggen. In simpele taal aub, ik ben immers niet van de snuggersten (zeker niet op computervlak).

Waar vind ik andere blogs van wordpress terug?  Moet/kan ik me ook ergens onderbrengen in een rubriek? Hoe kan ik ervoor zorgen dat reacties onmiddellijk gepubliceerd worden?  Hoe verander ik mijn titel?   Kan ik ook een gastenboek toevoegen of de lezers in de mogelijkheid stellen om me te mailen? Kan ik een bericht plaatsen in de toekomst?

Kortom: hèèèèèèèèèèèèèèèèèèèèèèèlp!!

Grz

Joke