Hartelijk dank, smakelijk eten & veel succes!

9 Jul

Onlangs las ik dit op facebook. Ik kan alleen maar concluderen dat ik een onaangename mens ben.  Alhoewel? Ik heb al veel bijgeleerd. Ik heb geleerd om een onderhoudende tekst die vol spelfouten, vooral dt-fouten, staat te appreciëren. Dat vind ik een gigantische vooruitgang, want vroeger kon ik dat niet, zou ik meteen wegklikken. De ergernis helemaal  uit mijn systeem bannen, lukt nog niet zo goed. Ik heb wel  geleerd om mensen niet meer op hun fouten attent maken.Ik doe het enkel nog bij auteurs van wie ik weet dat een fout berust op een toevallig slordigheidje en van wie ik vermoed dat ze net als ik een allergie hebben voor dt-fouten. Dat kan iedereen overkomen, ik betrap me er zelf ook wel eens op. Bloggers die regelmatig fouten maken, laat ik de laatste tijd met rust. Zo las ik vandaag ergers nog ‘betaald’ waar het ‘betaalt’ moet zijn, maar ik zwijg als vermoord. Omdat op die blog regelmatig dergelijke foutjes terug te vinden zijn en ik dus niet van plan ben om de bitch te spelen. Ik ben zelfs zo vriendelijk om hier niet te linken.

Onlangs deed mijn oudste dochter een toelatingsproef voor de opleiding Grafisch Ontwerp. Naast een thuisopdracht (creëer een thuis in een luciferdoosje) waren er ook enkele testen ter plaatse. Zo moest ze o.a. op papier een nutteloze machine ontwerpen, zoals bv de cloaca machine van Wim Delvoye.

De opdracht werd uitgebreid toegelicht op een A4’tje. Toen ik het blad onder ogen kreeg (dochterlief bracht het na afloop mee), vielen de schellen bijna van mijn ogen. Dit las ik:

‘De beoordeling ervan gebeurd in de namiddag tijdens de gespreksronde op grond van geloofwaardigheid, originaliteit en het conceptueel denken.’

Verder leerde ik dat kanaal met twee ennen wordt geschreven en dat het meervoud van reclame een afkappingsteken bevat.

Maar het toppunt was toch de voorlaatste zin: ‘Deze taak samen met je digitaal ingevuld inschrijvingsblad wordt je in de namiddag terug bezorgt en neem je mee naar het gesprek.”

Mijn dochter is toegelaten tot de Mad-faculty. Over haar scriptie hoef ik me alvast geen zorgen te maken! Al moet ik toegeven dat ik heel even overwogen heb om haar niet in te schrijven op die school. Ook had ik veel zin om het blad voorzien van rode cirkels in de brievenbus van de school te droppen t.a.v. de directie. Anoniem, dat wel, om de toekomst van mijn dochter niet te hypothekeren.

Gelukkig stemde de laatste zin van de opdracht, zie titel, me milder…

 

 

 

 

 

 

net als in de film

29 Jun

Er was een goede reden waarom ik me schrap moest zetten voor de proclamatie. De klastitularis had Arte immers enkele dagen eerder toevertrouwd dat de proclamatie voor haar héél fijn zou zijn. Meer wilde hij er niet over kwijt. Het feit dat hij haar dit expliciet vertelde zonder bijzijn van anderen, riep bij haar en ons uiteraard vragen op. We waren dus in blijde verwachting.

Een proclamatie op een kunstschool is een feest. Ze hebben alles in huis om er geen saaie bedoening van te maken. De opening begon dan ook heel spectaculair. Er werd een kunstige stop-motion van één minuut afgespeeld. Een indrukwekkende film die ik reeds eerder had gezien op de tentoonstelling van de eindejaarsleerlingen, de voorstelling van hun Geïntegreerde Proef. Knap dat een middelbare schoolleerling tot zulke dingen in staat is. De film was… van de hand van onze dochter! Jammer genoeg kan ik hem niet laten zien omdat onze PC hem niet aankan. Maar als daar ooit verandering in komt, zal ik het bewuste meesterwerkje (lichtjes overdreven, maar toch…) hier zeker delen.

Voorlopig kon ik het nog drooghouden, ik blonk alleen een beetje (veel) van trots.

Vervolgens volgde de ene speech na de andere. Pakkende teksten, veel beeldspraak, doorspekt met beelden van de werken van de leerlingen en bovendien ondersteund door live pianomuziek en zang. Er was geen tijd om ons te vervelen.

Vlak voor het binnengaan had ik vernomen dat er ook een prijsuitreiking zou plaatsvinden. Toen was het me beginnen te dagen… Wellicht was dat hetgene waarop de leerkracht had gealludeerd.

Eerst werd er een prijs geschonken door de stad, die twee leerlingen beloonde voor hun tomeloze inzet als vrijwilliger.

Daarna volgde een prijs van de school zelf. Ze wilde leerlingen die gedurende hun schooltijd een uitgesproken traject hadden afgelegd op vlak van persoonlijke ontwikkeling extra in de kijker zetten. Uiteraard legt elke leerling  een figuurlijke weg af, maar sommigen moeten eerst door een hindernissenparcours om op de weg te geraken. Ik wist het meteen! Dit sloeg op Arte.

Ik liet mijn tranen de vrije loop toen ik haar naam door de zaal hoorde schallen, gevolgd door de naam van een andere leerling.

Ze straalde terwijl ze naar het podium liep.

Er was ook een prijs voorzien voor elke leerling die voor zijn/haar richting het beste resultaat behaalde. Nu was het Steven zijn beurt om te schitteren, vond ik. Deze klasgenoot van Arte kreeg van de externe jury immers de hoogste punten op zijn Geïntegreerde Proef. Geheel terecht, want hij had een ijzersterk  concept bedacht bij het algemene thema ‘vluchtlijnen’ en dit ook magnifiek uitgewerkt. Al vond ik de sfeervolle houtskooltekeningen van Lize blijken van het grootste tekentalent en al getuigde  de stop-motion van Arte alsook de rest van haar werk  van een enorme veelzijdigheid, dit alles kon niet tippen aan de maturiteit die het werk van Steven uitstraalde. Fair is fair, dacht ik toen ik een aantal weken geleden vernam dat de jury, afgaande op de puntentoekenning, dezelfde mening was toegedaan.

“Het beste resultaat in de richting VBK (Vrije Beeldende Kunsten) werd behaald door… Arte!” hoorde ik de spreker zeggen. “Kom maar terug naar het podium, Arte,” vervolgde hij.

Hup, daar vloeiden de tranen weer. Er was geen schrap zetten aan.

Toen alle zeven richtingen aan bod waren gekomen, bleek ook waarom de Arte als eerste vernoemd werd. De punten gingen immers in dalende lijn. Als enigste van de hele school behaalde zij een score hoger dan 80%. (Niet belangrijk, maar wel zo’n leuke bijkomstigheid dat ik het toch even wil vermelden.)

Ik kan in alle eerlijkheid stellen dat ik Steven de prijs m.b.t .het beste resultaat ook heel erg had gegund. De andere prijs symboliseerde Artes persoonlijke overwinning en dat is uiteraard een verdienste waar geen enkele andere prestatie tegenop gewassen is. Die prijs alleen zou dus ook al heel mooi geweest zijn.

Geen wonder dat ik me die avond in een Amerikaanse high school film waande. Je kent dat wel, zo’n film waar de hoofdrolspeler in een underdogpositie zit en uiteindelijk de ster van de school blijkt te zijn.

Dit hele gebeuren geeft Arte een enorme boost. Met nog meer vertrouwen in haar kunde gaat ze morgen de toelatingsproef doen om de studie ‘Grafisch Ontwerp’, een masteropleiding in de Beeldende Kunsten te mogen aanvatten. Op naar een volgende fase in haar leven!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

ik zet me schrap…

26 Jun

Als boerendochter ben ik vrij down to earth.  Romantiek is niet aan me besteed. Ik heb nogal een nuchtere kijk op leven en dood. Houd me niet bezig met het delen van diepzinnige zegswijzen of teksten op facebook, ook niet als deze tot doel hebben bepaalde bevolkingsgroepen een hart onder de riem te steken of om mijn kinderen te bejubelen.

Maar dit wil niet zeggen dat ik geen emoties heb of niet meeleef. Integendeel. Ik kan nogal ongecontroleerd heftig reageren op sommige situaties.  Zo schiet ik gegarandeerd vol van zodra ik in het moederhuis de kersverse  ouders liefdevol naar  hun baby’tje zie kijken. Bij rapportbesprekingen zwijg ik wanneer de leerkrachten mijn dochters bewieroken. Het maakt me zo trots dat ik een krop in de keel krijg, waardoor ik vrees geen normaal geluid meer uit te kunnen brengen. Dus knik ik braaf met blinkende oogjes. Toen ik huwde heb ik nauwelijks “ja” kunnen zeggen, zo werd ik overmand door tranen van geluk. Als je mijn trouwfoto’s ziet, zou je bij sommige denken dat het een begrafenis betreft. Het stoort me enorm, mijn tranen. Ik vind ze absoluut overdreven, maar wat ik er ook van vind, ze blijven over-drijven. En met ouder worden, betert het er niet op.

Morgen mogen we naar de proclamatie van onze oudste dochter. Ze zwaait af van het middelbaar. Klaar voor een nieuw hoofdstuk in haar jongvolwassen leven. De school voorziet dus een mooie afsluiter. Ik zet me schrap…

leut, leuter, leutst

3 Mei

Mijn uiterlijk strookt niet met mijn gevoel voor humor.   Ik heb de neiging om nogal boos, of liever streng, te kijken, ook al ben ik het merendeel van de tijd goedgezind en associeer ik mezelf eerder met een zotte doos dan met een zuurpruim.

Gisteren kon er echter meer dan een lachje vanaf. Zelden zo een leut gehad.

Complexloos togen mijn man ik  naar een saunacomplex. Een naaktsauna. Het relaxen deed deugd, veel deugd, temeer omdat we de dag voordien een halve marathon hadden gelopen in Luxemburg. Een aanrader, een puike organisatie bovendien, maar wel een heuse kuitenbijter met al die niveauverschillen.

Op een gegeven ogenblik kozen we ervoor om in de zoutsteensauna te relaxen.  Zo ziet deze er uit. Klik ook op de foto rechtsonder om de binnenkant te aanschouwen, dan hoef ik mijn tijd niet te verspillen aan een omslachtige omschrijving. Alle bankjes waren nagenoeg bezet. Er was nog één plaatsje bovenaan beschikbaar, en één plaatsje beneden. Ik installeerde me beneden, omdat het me niet zo flatterend leek om in mijn evakostuum naar boven te kruipen en liet dat ‘genoegen’ over aan mijn man. “Hoe moet ik boven geraken?” fluisterde hij. “Hierlangs,” gebaarde ik, ervan uitgaand dat hij tussen twee zwetende lijven de onderste bank  als een opstapje zou gebruiken.

Dat was echter buiten de lenigheid van mijn man gerekend, die bijna vijftig is (overmorgen om precies te zijn) en het pezige – lees: schrale – lijf heeft van een marathonloper, die hij overigens niet is, maar dit terzijde.  Hij wierp zijn handdoek handig  over de vrouw die op de onderste trap lag te soezen, twijfelde geen seconde en sprong in één snelle beweging over haar heen zonder haar te raken. Sierlijk als een wild dier. Al ben ik er nog niet over uit welk dat mag zijn. Ik lag beneden en was getuige van dit schouwspel. Was ook getuige van zijn bungelende klokkenspel dat tijdens de sprong iets te enthousiast naar de knappe benedenbuur zwaaide, al was het met een slap handje. Toen ik me onwillekeurig voorstelde wat deze actie betekend had voor de vrouw in kwestie, schoot ik in onbedaarlijke lach. Een lach die al vlug ontaardde in een slappe lach. Die tot ergernis van enkelen en tot vreugde van anderen slechts voor korte tijd wegebde en vervolgens weer aanzwol.  Het beterde er niet op toen ik me even verlegde en mijn billen bijna verbrandde aan een hete zoutsteen.

Ik dacht nooit meer te kunnen stoppen met lachen.

Ten einde raad ben ik luid  grinnikend vertrokken en heb ik de allerheetste sauna uitgekozen om af te koelen.

 

PS Heb ik geen geni(t)ale titel verzonnen?

 

 

 

 

 

trots

21 Feb

Mijn ouders mochten/mogen iets meer trots zijn op hun kinderen en dit ook tonen. Ik ben ervan overtuigd dat dat bij jonge kinderen noodzakelijk is voor de opbouw van het zelfvertrouwen, al spelen hierbij natuurlijk ook andere factoren een rol. Van jongsaf aan nam ik me voor om dat anders aan te pakken als ik zelf moeder zou zijn. Gelukkig ben ik niet in de gevaarlijkste valkuil getrapt.

Ken je ze? Die ouders die té trots zijn. Die, bij wijze van spreken, ieder scheetje dat hun kind laat, bejubelen? Verschrikkelijk vind ik dat. Je kweekt er ettertjes mee, kinderen die denken dat de wereld steeds rond hen draait, omdat hun ouders àlles wat ze doen geweldig vinden, waardoor ze, door deze misplaatste trots, hun gevoel voor realiteit verliezen. Je kan het hen niet eens kwalijk kan nemen, maar  het is m.i. even moeilijk bij te stellen als een gebrek aan zelfvertrouwen.

Toch betrap ik me erop, dat ik, in navolging van mijn ouders, mijn fierheid t.a.v. mijn kinderen eigenlijk wat te weinig  uit.

Onlangs ging ik haarverf kopen in een kappersgroothandel. Dochterlief mocht me daarna eens goed onder handen nemen. Toen ik haar echter vroeg om mee te gaan naar de speciaalzaak, kwam er luid protest.  Ik duldde echter geen tegenspraak omdat ik deze uitstap voor haar heel zinvol vond. Dik tegen haar zin ging ze mee.

Bij het afrekenen vroeg het winkelmeisje dat inmiddels begrepen dat Tia op de richting haarzorg zit,  of ze interesse had om op zaterdag in een kapsalon te gaan werken. Tia reageerde meteen enthousiast en kreeg de adresgegevens van de betreffende kapster mee. We besloten om er geen gras over te laten groeien en gingen er meteen langs. Perfecte timing, want de laatste klant verliet net de zaak.

Onderweg had ik Tia duidelijk gemaakt dat het aan haar was om het woord te doen. We spraken af dat ik wel mee naar binnen zou gaan en overliepen wat ze best zou zeggen. Tenslotte is zo’n spontane sollicitatie niet niks voor een vijftienjarige.

Dit verliep goed. De kapster had zeker interesse, alleen had ze ’s voormiddags ook al een kandidate over de vloer gehad, weliswaar iemand van het laatste jaar. Eigenlijk ging haar voorkeur uit naar een jonger iemand, omdat ze die beter kan kneden en langer als hulpje kan houden. Ze had het andere meisje al gevraagd om volgende zaterdag op proef te komen, maar bedacht dat ze dit eventueel nog kon annuleren. We kregen dus de indruk dat het al min of meer in de sacocche was. Daarnaast was ik ervan overtuigd – zonder misplaatste trots – dat dochterlief een goede eerste indruk had nagelaten.  De kapster in kwestie zou iets laten weten. We vernamen ook dat ze enkele weken eerder  aan een vakleerkracht van de school had gevraagd om in het vierde en vijfde jaar te polsen of er iemand interesse had in een weekendjob, maar er was geen reactie op gekomen. Tia gaf aan dat er in haar klas niets gevraagd was.

Maandag hoorde Tia niks en dinsdag vroeg de vakleerkracht of er iemand interesse had om in een kapperszaak weekendwerk te doen. Samen met een ander meisje stak Tia haar hand in de lucht. Het bleek om dezelfde kapperszaak te gaan. Tia liet weten dat ze daar al geweest was en daarom vond de leerkracht het niet meer nodig om haar naam te noteren. Dinsdag hoorde Tia weer niks. Woensdag raadde ik haar aan om zelf nog eens contact op te nemen om duidelijk te laten blijken dat ze nog steeds geïnteresseerd was.

Dat zag ze niet zitten. Volgens haar kwam dat verkeerd over, maar ik verzekerde haar dat het, als ze het goed zou aanpakken, alleen maar in haar voordeel zou spelen. Vervolgens begon Tia allerlei excuses te verzinnen om niet te hoeven bellen. “Kan jij niet bellen?” smeekte ze. “En zeg dan dat ik onder de douche sta.” “Neen, je zal zelf moeten bellen,”volhardde ik, “iemand die met klanten zal moeten omgaan, moet laten zien dat sociale omgang voor haar geen probleem is.” Er ontpopte zich een kleine discussie die ik uiteindelijk won. In overleg met mij schreef Tia op papier wat ze zou zeggen, nam dit blaadje mee naar de telefoon en belde zonder verpinken naar de kapster. De TV stond gewoon op de achtergrond te spelen en met drie huisgenoten bevonden we ons op slechts op een boogscheut van haar af.

Ik was stomverbaasd. Dit was helemaal in tegenstrijd met de voorgaande discussie. Ik had nauwelijks zenuwachtigheid gemerkt. Ze had dat goed gedaan. De kapster verzekerde haar dat ze haar nog zou bellen om af te spreken voor een proefdag. Ik was er niet zo zeker van. Waarom werd er niet meteen een afspraak gemaakt?

Feit is dat ik trots was. Zo trots als een moeder kan zijn. “Ik ben trots op jou”, zei ik “op de eerste plaats omdat je het gedurft hebt, maar ook omdat je dat heel goed gedaan hebt.”

“Weet ik,” zei ze laconiek, “ik ben nu eenmaal goed in bellen.”

 

 

 

 

 

 

 

 

waar blijft het verlangen?

27 Jan

Mijn moeder was 25 toen ze mijn vader leerde kennen op de kermis. Bij toeval, want als het aan hààr moeder gelegen had, was ze niet mogen gaan. Gelukkig was mijn grootmoeder niet thuis op het ogenblik dat een schoolvriendin mijn moeder kwam vragen om mee te gaan. Mijn moeder vroeg en kreeg de toestemming van een inwonende tante. Had ik al verteld dat ze toen al 25 jaar was? Vijfentwintig!

Mijn vader was even oud. Ze huwden drie jaar later en toen ze ruim negen maanden later een eerste kind kregen, waren er een paar verbitterde oude vrijsters die de roddel verspreidden dat het ‘van moetens’ was. Mijn moeder, die veel belang  hechtte aan de maagdelijke status bij de aanvang van het huwelijk, vond deze onterechte roddel verschrikkelijk en heeft er naar het schijnt twee dagen om gehuild.

Voor mijn ouders was het onderwerp ‘seks’ een taboe. En dat heb ik altijd heel spijtig gevonden. Niet alleen jammer, maar het heeft me ook wel wat getekend. Ik was geen onbevlekte maagd meer toen ik huwde, maar zat wel opgezadeld met een zinloos schuldgevoel bij elke voorhuwelijkse stoeipartij. Dat is wel iets dat ik mijn ouders ooit stiekem verweten heb. Nu vind ik het niet meer nodig om dit ter sprake te brengen. Ik besef dat ze gehandeld hebben naar wat hun het beste leek…

Inmiddels heb ik zelf twee dochters. Zoals vele ouders heb ik me voorgenomen om niet de fouten te maken die de mijne hebben gemaakt. Ik betrap me er wel op dat ik behoorlijk ouderwets ben als het op seksualiteit aankomt. Uiteraard hoeven mijn dochters geen maagd meer te blijven tot aan hun huwelijk, dat zou pas hypocriet zijn.  Maar mochten ze al veelvuldig experimenteren op zeer jonge leeftijd, zou ik het daar behoorlijk moeilijk mee hebben. Zelf was ik nogal een laatbloeier op dat vlak. Gelukkig voor mij zijn mijn dochters ook niet van de rapsten. Zou dat in de genen zitten?

Onlangs sprak ik een moeder wiens dochter sinds kort een relatie heeft. “En die is al blijven slapen,” zei ze verontwaardigd “en ons Brenda is nog maar vijftien!” vervolgde ze. Ik snapte niet goed waar haar verontwaardiging vandaan kwam. Bepaal je als ouder van een vijftienjarige niet zelf wie er wel en niet blijft slapen? Of is het zo eenvoudig niet? Ik begrijp wel dat je geen seksuele relatie tegenhoudt door het samen slapen te verbieden, maar moet je het daarom zonder meer goedkeuren? Trouwens, de achterbank van een auto heeft ook zijn charmes, maar dan moet één van beide partijen (’t liefst beide partijen) natuurlijk wel al een rijbewijs hebben! Waarmee ik niet wil zeggen dat mijn kinderen alles achter hoek en kant zullen moeten doen, het is me uitsluitend om de leeftijd te doen…  Ik huiverde toen ik bedacht dat de jongen in kwestie niet meer tevreden zal zijn met een handje en een kusje, mocht hij mijn dochter versieren na het beëindigen van zijn relatie.

Ons Tia wordt dit jaar zestien. In haar klas zitten slechts twee maagden. Zij is er eentje van, maar beschouwt het gelukkig niet als een – zo spoedig mogelijk op te lossen -probleem. Haar beste vriendin die inmiddels al twee jaar een vaste relatie heeft, kloeg na de kerstvakantie dat ze het erg vond om weer alleen te slapen. Haar vriendje had immers twee volle weken knusjes naast haar gelegen.

Moet ik het normaal vinden dat een vijftienjarige al halvelings samenwoont, ook al is het onder het ouderlijk dak? Raakt men op deze manier niet te snel op elkaar uitgekeken omdat ‘het verlangen naar’ te vlug teniet gedaan wordt? Of ben ik nu hopeloos ouderwets?

zolang het om te lachen blijft…

25 Jan

Anekdote.

Ruim 25 jaar geleden. Mijn broer gaat samenwonen. Afkomstig uit een katholieke nest en wonend in een godvergeten gat was dat 25 jaar geleden geen evidentie. “Wat vindt ge daarvan?” vroeg mijn oom destijds aan mijn vader. “Tja, wat moet ik daarvan vinden?”  Niet bevredigd door het antwoord vervolgde mijn oom “Denkt ge dat ze bij elkaar slapen?” “Daar durf ik mijn hand voor in de stoof te steken dat dat niet het geval is,” repliceerde mijn vader met volle overtuiging. “Ja maar, die kachel is uit” protesteerde mijn oom. “Net daarom!”

Enkele jaren geleden werd bij mijn vader de ziekte met de grote A (Alzheimer) vastgesteld. Zoals eigen aan de ziekte grijpt hij vaak terug naar het verleden. Dat heeft hij eigenlijk altijd al gedaan, hij is nogal een nostalgicus. Bovendien  is hij een geboren verteller, doch de laatste jaren vindt hij zijn woorden steeds moeilijker. Onder andere daaraan hebben we gemerkt dat er wat aan de hand was.

Onlangs herhaalde hij de anekdote, die we natuurlijk allemaal al kennen. “Toen onze Laurens ging samenwonen, wou Jaak weten wat ik ervan vond.” “Tja, wat moet ik daarvan vinden?” antwoordde ik. “Zouden ze samen slapen?” vroeg Jaak. “Daar steek ik mijn vrouw voor in de stoof dat dat niet het geval is.”

Hij rondt zijn verhaal af en  ondertussen zitten mijn moeder en ik  onderling te gniffelen. “Ge staat er kwaad op, mama, zo in de stoof belanden.”  “Ja, ik denk het ook”.  We zien er de humor wel van in. Amper een half uur later krijgen we de juiste versie te horen.

Vandaag op het werk.

Ik bracht even een bezoekje aan een koppeltje in het nabijgelegen woon-en-zorgcentrum voor administratieve ondersteuning. Wanneer ik de deur van de ingang naar de derde verdieping opendoe, kijkt een grijze man me verwachtingsvol aan.  “Jij bent Mia niet,” zegt hij teleurgesteld. “U wacht op Mia?” vraag ik overbodig. “Ja, Mia, mijn vrouw… mijn aanverwant,” twijfelt hij. “Ze zal zo meteen wel komen,” sus ik hem. “Neen, ze blijft maar achter, ik ben al uren aan het wachten.” antwoordt hij behoorlijk geërgerd.

Voor me staat een flinke oude man.  Afgaand op het uiterlijk, niet het type dat je in een rusthuis zou verwachten. Op fysiek vlak lijkt hij immers nog heel goed te functioneren. Alhoewel ik niet voor hem kom, wil ik hem niet negeren. “Weet u wat,” stel ik voor en ik wijs in de richting van de televisie die zonder publiek staat te bollen. “Gaat u daar even zitten om wat TV te kijken en dan gaat het wachten veel vlugger. Voor u er erg in hebt, is ze daar.” “Neen, dat wil ik niet,” mokt hij als een verongelijkt kind. “Ik kan wel aan het janken gaan,” vervolgt hij en de daad bij het woord voerend buigt hij zich voorover en laat zijn hoofd snikkend op de balie zakken. Binnen afzienbare tijd herpakt hij zich echter, wandelt bij me weg en roept zijn Mia.

Ik stap binnen bij het echtpaar dat op mijn komst zit te wachten. Een kwartiertje later wordt er op de deur geklopt. “Is Mia hier?” vraagt de wachtende man. “Nee, die is hier niet,” antwoordt de bewoonster gelaten. Terwijl hij de deur achter zich dichttrekt, vertelt ze me dat zijn zoektocht dagelijks kost is, ook ooit ’s nachts.

Eenzaamheid, wanhoop, machteloosheid, onrust, angst, onzekerheid… een schrijnende situatie.

Mijn moeder heet ook Mia. Wordt dit het verhaal van mijn vader?